Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Buitenplaats Nieuwerhoek

Jan de Mos i.s.m. René van Hal

De wijk Soestdijk heeft vele buitenplaatsen gekend, gelegen in een parkachtig landschap. In een serie artikelen beschrijven Jan de Mos en René van Hal de geschiedenis van een aantal van deze huizen. Na eerder hotel Trier [1], komt nu de buitenplaats Nieuwerhoek aan bod, een 'schoon gelegen villa met uitgebreide gronden' verrezen op de plek van een oude boerderij.


Kadasterkaart 1832, Nieuwerhoek en land in eigendom van Heineken. de heer Harderwijk (H),
(HV 1841 de buitenplaats Vrede(n)-hof(f)). HISGIS

Johannes Frederik Harderwijk (bewoner 1810-1841)
De buitenplaats Nieuwerhoek is rond 1810 gesticht door de rijke Amsterdamse bierbrouwer Johannes Frederik Harderwijk. Hij had het bouwland met een oude boerderij gekocht van Richarda (Rijkje) Klaasse Pannekoek (1755-1835), weduwe van Theodorus (Dirk) Rutgerse de Beer (1737-1805). Het buurtje heette toen "Het Hoekje". De nieuwe buitenplaats kreeg toepasselijke de naam "Nieuwerhoek" en werd doorDs.Bos als volgt omschreven:

"Het was vroeger, en dat kan men vele jaren later aan het achterhuis nog zeer goed zien, eene boerderij geweest, waar naar de zijde van den openbare weg een herenhuis voorgebouwd was. Het front van het huis was gekeerd naar den Lazarusberg, en aan die zijde twee verdiepingen hoog, en zes ramen breed; diezelfde verdiepingen waren naar de zijde van Soestdijk twee ramen breed. Dan volgde, nog meer naar Soestdijk heen, en een weinig achteruit springende, de hoofdingang van het huis en drie ramen er naast; dit gedeelte had geene bovenverdieping; en in dezelfde lijn; doch zonder ramen en deuren naar den zijde van den straatweg, was het koetshuis, met stalling voor vier paarden, en een koetsierswoning. Eene aardige tuinmanswoning was afzonderlijk gebouwd, in de hoek van de plaats naar de zijde van Soest doch met het vrije uitzicht op den straatweg en den Engh; tusschen het Huis en het tuinmanshuis was de ingang voor de rijtuigen."

De fraaie tuin met vijverpartij werd aangelegd door de beroemde tuinarchitect Zocher. Zocher was daarvoor in 1803 ook al de tuinarchitect van de buitenplaats Hofslot en daarna in 1815 van paleis Soestdijk.

Fredericus Johannes Harderwijk (16 juni 1752 Amersfoort - 25 augustus 1841 Amsterdam), was bierbrouwer en later rentenier te Amsterdam. Hij was de zoon van Gijsbertus Harderwijk (expediteur van Hessengoederen, raad, schepen burgemeester van Amersfoort, regent OLV-kapel Amersfoort) en Johanna Louisa van Zetten. Hij is in juni 1783 te Schiedam (OT 12 juni 1783 Amsterdam), getrouwd met Margaretha Post (18 november 1764 Maasland - 13 november 1825 Amsterdam). Uit dit huwelijk zijn negen kinderen geboren.

Hij werd in 1776, op 24-jarige leeftijd, benoemd tot mededirecteur van de Amsterdamse brouwerij De Hooiberg. In 1783 werd hij benoemd tot directeur en voor een klein deel mede-eigenaar (13/256). Onder zijn leiding groeide de brouwerij uit tot de grootste van Holland, met ruim 18 procent van de totale bierproductie. Na zijn pensionering in 1820 werd hij opgevolgd door zijn oudste zoon Gijsbertus Harderwijk (1786-1840). In 1855 werd het compagnonschap van de brouwerij omgezet in een NV De drie dan nog in leven zijnde erfgenamen van wijlen Frederik Johannes Harderwijk zijn daarbij betrokken, elk voor een derde van het aandeel(tje) (Staatscourant). Die erven zijn: dochter Johanna Louisa Harderwijk (Amsterdam, 10 maart 1790 - Soest, 18 september 1861), ongehuwd, grondeigenaresse, wonende op den huize Nieuwerhoek in de gemeente Soest; dochter Margaretha Harderwijk (27 februari 1795 Amsterdam - 1884 Soest), getrouwd met Johannes Nicolaas Berkhoff, steenkoper; en kleindochter Hendrica Petronella Berg de enige dochter en enige erfgename van wijlen vrouwe Anna Petronella Harderwijk (1 mei 1788 Amsterdam - 10 april 1850 Utrecht), in leven echtgenoot van Nicolaas Antonie Berg.

Omdat latere investeringen in de brouwerij niet de gewenste resultaten opleverden zochten de eigenaren naar een koper. In 1864 koopt Gerard Adriaan Heineken de brouwerij van de aandeelhouders. In 1868 werd de brouwerij aan de Nieuwezijds Achterburgwal gesloten en verplaatst naar de Buitensingel, de huidige Stadhouderskade. Pas na de verhuizing werd op 11 januari 1873 de Heineken's Bierbrouwerij Maatschappij officieel opgericht.

Heineken is daarna uitgegroeid tot wereldleider. Heineken heeft nog wel enige tijd bokbier verkocht onder de oude naam Hooiberg.

Fredericus Harderwijk bezat meer onroerend goed in Amsterdam, maar kocht ook grote delen (toen nog onbebouwd) land bij in Soestdijk. Uit de kadasterkaart uit 1832 blijkt dat hij veel grond om zijn buitenplaats in het bezit had verzameld, aangeduid als "plezierbosch met bouwland". Ook bezat hij onroerend goed aan de toenmalige Molenweg (de huidige Julianalaan). Daar bood hij in 1838 een huis met grond te koop aan om te slopen.

Harderwijk bezat niet alleen veel grond, hij was ook medeaandeelhouder van de in 1815 opgerichte particuliere onderneming voor de aanleg van de straatweg van Naarden naar Amersfoort [2]. Zo kon hij zijn zomerverblijf beter bereiken met zijn koets. Nieuwerhoek lag enigszins verscholen aan deze straatweg, later in de bocht van de Vredehofstraat, Nieuwerhoekplein en Burgemeester Grothestraat.
Op de volgende pagina staat een afbeelding van de Rijksstraatweg uit circa 1900 zien we de rails van de paardentram, die van 1895 tot 1924 reizigers van Soest naar Baarn vervoerde en terug. Rechts het hek rondom de villa "Nieuwerhoek".


Straatweg, Nieuwerhoek, circa 1900. Bron: AE.

Uit ongeveer dezelfde periode stamt de volgende foto van de villa Nieuwerhoek.


Huize Nieuwerhoek, 1890-1900 Bron: AE.

Erven Harderwijk (bewoners 1841-1884)
Na het overlijden van Fredericus Harderwijk in 1841 wordt een deel van zijn grond verkocht, het gaat om een perceel bouwland samen met een perceel dat als volgt wordt omschreven:
"De bijzonder aangenaam, met smaak in den laatsten stijl aangelegden GROND der Hofstede, vroeger bekend onder den naam van Vredenhoff, thans genaamd en uitmakende dat gedeelte der Hofstede, genaamd Nieuwerhoek, met het zich daarop bevindende wel geordonneerd Koetshuis, Stalling voor 5 Paarden, Tuinmanswoning, Koepel, sierlijk gebouwde Bruggen, Menagerie, uitgebreide Broeijerij, met gemetselde Druiven- en Perzikenkasten, Moestuin, Boomgaard, Bosschen, Lanen, Waterwerken, hoog opgaand Geboomte, Engelsche Partijen, Bepoot- en Beplantingen, van drie zijden gedeeltelijk door rasterwerken omgeven, en alle staande en gelegen te Soestdijk, aan den Straatweg naar Amersfoort, door het Tolhek."

Het stuk grond dat als plezierbos van Nieuwerhoek diende werd verkocht aan de B.J. Rothuijs, die er de buitenplaats Vrede(n)hof(f) liet bouwen. Daarover in een volgend artikel meer.

De buitenplaats Nieuwerhoek blijft in de familie en wordt bewoond door de oudste ongehuwde dochter Johanna Louisa (Loetje) Harderwijk. Zij verblijft er het gehele jaar, zomer en winter. Toen nog als adres Langeind A 32. Er stonden bij haar ook twee dienstboden ingeschreven: Willemijntje Deijs en Hendrina Overeem. Bij huize Nieuwerhoek behoorden ook meerdere dienstwoningen voor koetsier en tuinlieden. De tuinmanswoning werd bewoond door tuinbaas Gerhardus Gisbertus Jacobus van de Vuurst (1819 Ubbergen - 1900 Soest), gehuwd met Pietemella van Staveren.


Berichtgeving overlijden Johanna Harderwijk, 1861.

Ook na het overlijden van Johanna in 1861 blijft Nieuwerhoek familiebezit, dan bewoond door haar jongere zus Margaretha Harderwijk, weduwe van Jan Nicolaas Berkhoff. Zij woonde in Amsterdam en gebruikte Nieuwerhoek slechts als zomerverblijf. Zij onderhield de plaats keurig, maar bracht geen belangrijke veranderingen aan. Zij is overleden op 24 november 1884 op Nieuwerhoek en vermaakt dan een bedrag van 5 2.000,- aan de diaconie van de Hervormde Gemeente. Hiermee is een einde gekomen aan bijna 75 jaar bezit van de familie Harderwijk.


Berichtgeving overlijden Margaretha Berkhoff-Harderwijk, 1884.

Jan Beetz (bewoner 1885-1903)
Na de familie Harderwijk wordt Jan Beetz de volgende eigenaar van de buitenplaats Nieuwerhoek. Hij is geboren op 30 april 1823 in Amsterdam, en overleden op 17 december 1903 te Amsterdam. Hij was ongehuwd en kinderloos. Zijn beroep was makelaar en steenkoper, zoon van Andries Beetz, ook makelaar, en Bartruijda Boot. Jan Beetz was een goede bekende van de familie Harderwijk. Hij was in 1848 een partnerschap aangegaan in een vennootschap in metselmaterialen met Jan Nicolaas Berkhoff, koopman in metselmaterialen en gehuwd met Margaretha Harderwijk (de jongere zus van Johanna). Na het overlijden van Berkhoff in 1857 zette Beetz de onderneming in 1858 voor eigen rekening voort, maar hield wel contact met de weduwe. Nadat de weduwe Berkhoff-Harderwijk (kinderloos) in 1884 was overleden verkreeg Beetz de buitenplaats Nieuwerhoek uit de nalatenschap.

Ook deze Amsterdammer gebruikte Nieuwerhoek alleen als zomerverblijf. Hij heeft het huis zowel uitwendig als inwendig geheel vernieuwd, aangepast aan de tijd. De trouwe tuinbaas Vuurst, overlijdt in november 1900, hij is dan 56 jaar in dienst geweest op Nieuwerhoek. Zijn opvolger wordt Berend Groeneveld, hij was al in dienst en promoveert van tuinier naar tuinbaas.

Vijver Nieuwerhoek met karakteristieke loopbrug, 1890-1900. Bron: AE.

Jan Beetz heeft niet zo lang van zijn zomerverblijf kunnen genieten als zijn voorgangers de familie Harderwijk. Hij is overleden op 17 december 1903. Al een week na zijn overlijden vermeld De Gooi- en Eemlander het volgende:

"Nu de heer J. Beets, een van de zomergasten alhier, en eigenaar van huize „Nieuwerhoek", is overleden, zijn velen verlangend te weten in wiens handen deze schoon gelegen villa met uitgebreide gronden zal overgaan. Daar genoemde heer niet getrouwd was en dus geene kinderen nalaat, is het niet waarschijnlijk, dat de bezitting „Nieuwerhoek" in ééne hand zal blijven. Komt het onder den hamer, dan zullen zeker de gronden, zoo mooi gelegen op den Lazarusberg van af de Rijksstraat, door deze of gene bouwmaatschappij worden ingepakt, 't geen niet zal bijdragen tot bestendiging van de schoone dreven van Soest."

Niet lang daarna, op 16 april 1904, wordt Nieuwerhoek te koop aangeboden en daarbij als volgt beschreven:

"De zeer gunstig bekende en aangenaam gelegen buitenplaats NIEUWERHOEK, met Koetshuis en Stalling voor vier paarden, Koetsiers- en Tuinmanswoningen, Moestuin met vele fijne vruchtbomen, Waterpartij, Wandelbosch, Bouwland, Overplaats, enz. enz. aan den Straatweg van Baarn naar Amersfoort, ter gezamenlijke grootte van bijna 22 Hectaren."


De buitenplaats Nieuwerhoek ten tijde van de veiling, rond 1900, na verbouwing door Jan Beetz. Bron AE.

Het geheel is onderverdeeld in 17 kavels. Op alle kavels wordt op 10 mei 1904 in het gebouw Frascati in Amsterdam een bod uitgebracht. De bij de veiling betrokken makelaar Th. P Vethake uit Baarn biedt op alle 17 kavels gezamenlijk 5 80.137,- en werd daarna gemijnd [3] op 5 6.000,- waardoor hij voor f 86.137,- alle kavels verwerft.

Op 13 mei 1904 wordt ook de gehele inboedel van wijlen J. Beetz te koop aangeboden. Het pand wordt leeg opgeleverd. De gehele opbrengst van de verkoop van de buitenplaats met inboedel moest verdeeld worden over een 40- tal erfgenamen van Jan Beetz.

Gebroeders Sukkel, begin verkaveling Nieuwerhoek (1905-1906)
Makelaar Vethake wordt zelf geen eigenaar, maar trad op als gemachtigde van de gebroeders Sukkel uit Soest. Wie zijn die ondernemende gebroeders Sukkel uit Soestdijk? Dat zijn de broers Gijsbertus en Gerardus (Gerrit) Sukkel, zonen van Gijsbertus "Gijsbert" Sukkel, schilder, en Jannetje Staal. Zij treden gezamenlijk op als aannemers.

De oudste was Gijsbertus Sukkel (27 oktober 1860 Soest - 20 jul 1941 Utrecht) en huisschilder van beroep. Hij is gehuwd met Maria Anna Rothschenk (8 oktober 1866 Kempten [D] - 12 februari 1922 Soest). Hij is op 10 jun 1924 te Waspik hertrouwd met Maria Elisabeth Cornelia van Strien (3 maart 1882 Waspik - 17 februari 1964 Ellen-Leur).

Zijn jongere broer Gerardus (Gerrit) Sukkel (31 jul 1868 Soest - 23 januari 1963 Soest) was timmerman van beroep (aannemer). Hij is gehuwd 19 januari 1897 Bussum met Wijntje Vralcking, dochter van Theodorus Bertinus Vralcking en Clasina Maijoor (2 september 1861 Bussum - 18 december 1901 Soest).


Knipsel Amersfoortsche Courant 28 mei 1904

Zij beginnen direct met de verkaveling van Nieuwerhoek om het als villapark te gaan exploiteren. Ze beginnen ook de overplaats bouwrijp te maken en bieden in december 1904 100 percelen extra zware eiken- en beukenbomen te koop aan. Ze verkopen het bouwland tegenover Nieuwerhoek tegen de Engh tot nabij de Lazarusberg, stukken grond voor bouwterrein, de overplaats en het bouwland daarachter, de tuinmanswoning met de moestuin en den boomgaard, en uiteindelijk het herenhuis met wat er overschoot van Nieuwerhoek.

De gebroeders Sukkel waren actieve bouwers en handelaren in onroerend goed. Zij waren ook de bouwers van verschillende panden aan de Vredehofstraat tegenover Huize Nieuwerhoek. Daarin zijn o.a. een kapper, een ijssalon en een snackbar gevestigd. Zij waren daarnaast actief betrokken bij de katholieke gemeenschap en de bouw van de Mariakerk in Soestdijk.

Pieter Samuel Meerburg (bewoner 1906-1915)
Nieuwerhoek zelf werd in 1906 voor f 45.000,- verkocht aan Pieter Samuel Meerburg, emeritus-predikant. De tuinbaas is dan W. van der Walt. Meerburg is geboren op 19 juni 1861 in Katwijk aan Zee en overleden op 17 januari 1942 in Haarlem. Hij was tijdens zijn leven koopman, reder, wethouder en dominee. Zijn intrede als dominee was in 1887 in Kethel (nu gemeente Schiedam). Daar heeft hij in 1891 de eerste steen gelegd voor de nieuwe pastorie bij de oude hervormde kerk. Daarna was achtereenvolgend predikant in Capelle aan den IJssel, 's-Graveland, Maasland en tot slot Hillegom, waar hij in 1906 om gezondheidsredenen met emeritaat ging.

 Pieter Samuel Meerburg

Hij was de zoon van Dirk Meerburg, koopman en wethouder, en Adriana van Duijvenbode. Hij is op 5 april 1900 in 's-Graveland in het huwelijk getreden met Jonkvrouwe HenrietteLucretiaJohannaSix(1867-1927), dochter van Jonkheer Pieter HendrikSixen Barones Henriette Louisa Elisabeth d'Ablaing van Giessenburg. Vermoedelijk dankzij het kapitaal van de zijde van zijn vrouw kon hij in 1906 op 45-jarige leeftijd met pensioen en Nieuwerhoek kopen. Hij liet het huis in dezelfde staat en bracht geen veranderingen aan. Hoewel Soest toen een Electrische Centrale bezat, maakte hij geen gebruik van elektriciteit. Later kocht hij nog een perceel grond achter zijn huis tegen de Noorderweg gelegen en verkocht hiervan weer een gedeelte aan J. Dijs, die er een bakkerij met koffiehuis liet bouwen. De tuinmanswoning verkocht hij aan de heer A.M. de Kok, eigenaar van de villa Groenhof aan de Rijksstraatweg (thans Burgemeester Grothestraat). Zo bleef er steeds minder over van de ooit omvangrijke buitenplaats Nieuwerhoek.

De gezondheid van emeritus-dominee Meerburg verbeterde, waardoor hij een steeds actiever leven kon leiden. Hij verzorgde in vele omliggende plaatsen predikbeurten en had nauw contact met Koningin-Moeder Emma die hij regelmatig vergezelde wanneer ze naar een kerkdienst ging. Op enig moment was er zelfs sprake van dat hij weer als predikant beroepen zou worden, dat is er uiteindelijk niet van gekomen. Tijdens de jaren dat hij in Soest woonde heeft hij samen met dr. L.J. Helding in Maarsbergen de Nederlands-Hervormde Stichting "Valkenheide" opgericht, een tehuis voor moeilijk opvoedbare en verwaarloosde jongens.

Jules Eduard Mendes (bewoner 1915-1920)
In 1915 verkocht Meerburg, wegens zijn verhuizing naar Hilversum, de villa Nieuwerhoek aan de laatste particuliere eigenaar Jules Eduard Mendes. Het adres is dan Vredehofstraat 2. In 1911 zijn in de Soest de meeste straatnamen vastgesteld en heeft de Rijksstraatweg een veelheid aan namen gekregen. Pas in 1942 is de weg rondom Nieuwerhoek Nieuwerhoekplein genoemd.

  
Schilderij van Mendes, vrouw met spinnenwiel, en pentekening met Mozart.

Jules Mendes is geboren op 14 september 1862 te Amsterdam en overleden 27 januari 1920 te Soest. Hij was de zoon van de bankier en filantroop Michael Mendes en Henriëtta Clara Cahn.De heer Mendes noemde het huis Villa Catharina naar zijn echtgenote Catharina Hendrika Gezina van Thol. Mendes was kunstschilder en tekenaar, lid van Arti & Amicitia te Amsterdam en exposeerde verschillende malen. Zijn oeuvre werd vooral gevormd door figuren en landschappen met figuren. Hij overleed op Nieuwerhoek op 27 januari 1920, kinderloos.[4]


Nieuwerhoek met het daarvoor aangelegde nieuwe fontein, ca. 1915. Bron AE.

Huize Nieuwerhoek heeft meer dan een eeuw, van 1810 tot 1920, dienstgedaan als buitenplaats en woonhuis voor welgestelde families. Zoals met meer buitenplaatsen wordt het bezit van een grote buitenplaats met personeel te duur voor particulier bezit en krijgt het nog steeds fraaie pand een andere functie.

Nieuwerhoek wordt Mariënburgh
De "Zusters Augustinessen van Delft" waren in 1905 naar Soest gekomen en daar gestart met wijkverpleging (later Wit-Gele Kruis) in een door de familie Ordeman-Muller beschikbaar gestelde villa aan het Langeind A 124.[5] Deze villa werd door Ordeman-Muller ondergebracht in de Stichting Mariënburgh en de zusters mochten er blijven wonen na het overlijden van het echtpaar. Omdat de ruimte te klein was geworden kocht de Stichting Mariënburg in 1920 Nieuwerhoek en ging na de inwijding onder de naam "Mariënburgh" dienstdoen als rusthuis, waar o.a. pastores met emeritaat van hun laatste levensjaren konden genieten. De stichting Mariënburgh is vernoemd naar de voormalig kloosterboerderij Mariënburch in de Kerkebuurt.


Kloosterboerderij, tekening 1731. Vervaardiger: L.P. Serrurier.

In 1924 vroegen de eerwaarde zusters van Mariënburgh f 25.000,- te leen via obligaties. Dit ter aanvulling om de uitbreiding van "Oud-Mariënburgh" te kunnen realiseren. In 1926 is het eigendom van Nieuwerhoek overgegaan naar de Zusters Augustinessen, vanwege de nieuwbouwplannen. De Stichting Mariënburgh is blijven bestaan als Fonds waarmee parochiële activiteiten werden ondersteund.

In augustus 1927 volgde de openbare aanbesteding waarna de bouw van "Nieuw-Mariënburgh" (links tegen "Oud-Mariënburg" aan) kon beginnen. "Nieuw-Mariënburgh" is geopend op 31 januari 1929 en heeft o.a. dienstgedaan als ziekenhuis (ten behoeve van geneeskundig herstel en kleine ongevallen, geen operaties of tbc-behandeling), verpleeghuis, rusthuis en kraamcentrum. Op ansichtkaarten die er van Mariënburg Vredehofstraat 2 / Nieuwerhoekplein 10 bewaard zijn gebleven, werden verschillende benamingen gebruikt zoals Villa Nieuwerhoek, Nieuw Mariënburg, Rustoord Nieuwerhoek, Rustoord Nieuw Mariënburg, Verpleegafdeling R.K. Ziekenhuis Mariënburg, Stichting Mariënburg en Ziekeninrichting Nieuw Mariënburg. Om plaats te maken voor nieuwbouw van o.a. woon-zorginstellingen zijn Oud- en Nieuw Mariënburg, en daarmee ook voormalig Nieuwerhoek, begin 1979 afgebroken.


Nieuw Mariënburg 1935 Bron AE

Noten
[1] Van Logement Ubbink tot Hotel Trier Soestdijk, René van Hal, VZTS, nr. 1, lente 2021.
[2] Zie: Tolwegen in Soest en Soesterberg in de 19e eeuw, Jan de Mos en René van Hal, VZTS nr. 2, zomer 2021.
 als zomerverblijf. Zij onderhield de plaats keurig, maar bracht geen belangrijke veranderingen aan. Zij is overleden op 24 november 1884 op Nieuwerhoek en vermaakt dan een bedrag van 5 2.000,- aan de diaconie van de Hervormde Gemeente. Hiermee is een einde gekomen aan bijna 75 jaar bezit van de familie Harderwijk
[3] Door 'mijn!' te roepen op een publieke verkoping (bij afslag) wordt men eigenaar van het te koop aangebodene.
[4] In het in 2014 uitgebrachte boek "Beeldende Kunstgeschiedenis 20ste eeuw Soest/Soesterberg" geschreven door Wim de Kam en Frans Stokhoff de Jong, wordt ook aandacht besteed aan deze kunstschilder.
[5] Zie VZTS Winter 2017 (38e jaargang nummer 4) Zusters Augustinessen van Heemstede.

Bronnen
• Soest in de 17e en 18e eeuw, HVS, Derks en Heurneman;
• Manuscript ds. J.J. Bos, HVS;
• Kadasterkaaiten 1832, Hisgis;
• Historische kranten;
• Genealogische bronnen;
• Archieven Nederlandse biercultuur, Theo Bakker, e.a.;
• Archief HVS.

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto