Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Soester bekkesnijders

Kees Floor

In het verleden werden voor inwoners van talrijke plaatsen in Nederland minder vleiende scheldnamen gebruikt. Amsterdammers waren stoepeschijters, Amersfoorters keientrekkers en Utrechters baliekluivers. Ook voor de inwoners van Soest was er zo'n spotnaam; het waren bekkesnijders.[1] Waar komt deze scheldnaam eigenlijk vandaan?


Bekkesnijfers (Bron: Atlas van Stolk 10501)

Tot in de achttiende eeuw bestond er in veel delen van Nederland onder jongere, ongetrouwde boeren een barbaarse gewoonte. Tijdens de kermis daagde men elkaar of mensen van elders uit en ging men de tegenstander, vaak tegen diens zin of bedoeling, met messen te lijf. Doel van het 'spel' was om volgens bepaalde regels het gezicht van de ander met zo'n mes-zonder-punt te verminken. Degene die in het gevecht het onderspit delfde, hield er dan veelal een snee aan over in z'n wang van zijn mond tot aan z'n oor. 

De boeren konden met het ritueel hun dapperheid bewijzen. Het idee was verder dat boerinnen toekomstige partners prefereerden die hun heldenmoed aantoonbaar — want zichtbaar aan de littekens — hadden bewezen. De zogeheten belckesnijders hingen hun messen doorgaans op bij hun voordeur of in de herberg. Als iemand, per ongeluk of met opzet en al dan niet op de hoogte van de symbolische betekenis, zo'n mes aanraakte of er zelfs maar naar keek, was dat voor de uitdager al het sein voor een onontkoombaar gevecht.

Het bekkesnijden, soms ook `gezigtkerven' of toofdvechten' genoemd, geniet mede nog bekendheid door het werk van de negentiende-eeuwse schrijver Jacob van Lennep (1802-1868). In zijn roman Ferdinand Huyck uit 1840 belandt de hoofdpersoon in herberg De Drie Ringen in Soest. Daar plaatst een van de aanwezigen vlak voor hem een mes in de tafel om hem zo tot een bekkesnijdersgevecht uit te dagen.


Herberg de Drie Ringen in Soest; datering 1875
Bron: Beeldbank Archief Eemland (1580.0047)

Wijdverbreid
Het bekkesnijden was overigens geen louter Soester aangelegenheid; ook elders in de provincie Utrecht en in Noord- en Zuid-Holland werd het beoefend. Hoofdonderwijzer en geschiedschrijver Jan ter Gouw meldt in zijn boek De Volksvermaken uit 1871 zelfs dat het gebruik voorkwam in het hele land, slechts met uitzondering van Drenthe en Twente.[2] Nog weer andere bronnen maken ook melding van gevallen van bekkesnijden in de beide regio's waarvoor Ter Gouw een uitzondering meende te moeten maken. Het was dus kennelijk een algemeen verbreid gebruik.


Ferdinand Huyck (links vooraan aan tafel) in de herberg De Drie Ringen te Soest.
De man tegenover hem heeft een mes in de tafel gestoken om hem daarmee uit te dagen tot een messengevecht.
Illustratie uit de 17e editie van Ferdinand Huyck. Vervaardiger: David Joseph Bles.
Bron: Wikimedia.

Soest is dan ook niet de enige plaats die, door auteurs die in de negentiende en twintigste eeuw over volksgebruiken schreven, in verband werd gebracht met het bekkesnijden op boerenkermissen en -bruiloften. Zo stonden bijvoorbeeld de inwoners van Oud-Gastel en van Jaarsveld [3] eveneens bekend als bekkesnijders. Ook de Gooiers waren erom berucht. In Noord-Holland wordt Wervershoof genoemd als een van de dorpen waar het gebruik in zwang was en in ere werd gehouden.[4]

Bij een variant van het bekkesnijden werkte men niet met messen, maar met de vlijmscherpe rand van oude, afgesleten dubbeltjes. Dat was bijvoorbeeld het geval in Oss; de inwoners daar werden daarom naast messentrekkers ook dubbeltjessnijers genoemd. In andere plaatsen bestond de wond niet uit een laap' van mond tot oor, maar uit een kruis op de wang. Zo ging men te werk in Princenhage, waarvan de inwoners de scheldnaam kruiskoppen kregen. Kennelijk gaat het dus niet om een alleen maar Soester gebruik.

Barbaars?
Over of het hier een barbaarse gewoonte betreft, lopen de, veelal tijdgebonden, meningen uiteen. Aanvankelijk vatten sommigen het bekkesnijden op als een vorm van volksvermaak en een spel, omdat het verliep volgens vaststaande regels, er niet noodzakelijkerwijs drank aan te pas kwam en de schade meestal beperkt bleef tot een 'jaap' in het gezicht. Het `volksvermaak' paste naadloos in de vroegere samenlevingen waarin geweld en het trekken van messen gebruikelijker en meer geaccepteerd waren dan tegenwoordig. Je kon het zien als de recentere tegenhanger binnen de boerenstand van de vroegere toernooien van de edelen.

In de loop van de tijd nam de weerstand tegen het volkse gebruik echter hand over hand toe. Men ging het bekkesnijden meer en meer zien als een barbaarse activiteit, uitgeoefend door mensen uit de lagere standen met een tekort of gebrek aan beschaving. Steeds vaker probeerde de overheid het vechtspel te verbieden, veelal echter zonder succes. In de Franse tijd werd het optreden ertegen krachtiger. In de loop van de negentiende eeuw stierf het inmiddels door nagenoeg iedereen barbaars geachte volksgebruik een zachte dood.

Tot slot
Van Lennep mag dan het bekkesnijden in zijn roman Ferdinand Huyck op de kaart hebben gezet als een Soester gebruik, in feite was het echter een aanvankelijk min of meer geaccepteerde, maar later door overheid en burgerij als barbaars beschouwde gewoonte die zich had verbreid over heel ons land.

Noten
[1] Cornelissen, J.: Nederlandse volkshumor op stad en dorp, land en volk, deel 3. Antwerpen 1930 (op dbnl.org).
[2] Gouw, J. ter: de Volksvermaken. Haarlem 1871, p564. (op dbnl.org).
[3] de-krimpenerwaard.nl
[4] Oldenrode, G. van: Een uitstapje naar Noord-Holland. Het leeskabinet 1851, p151. (op delpher.nl).

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto