Andries Schokker
Jarenlang is Andries weinig geïnteresseerd in de geschiedenis van villa De Buitenplaats, schuin achter zijn huis. Maar de teloorgang van de oudste treurbeuk van Soest wekt zijn interesse in het herenhuis en zijn eerste bewoners. In dit artikel volgen we hem tijdens zijn zoektocht in de archieven.

Foto van de geknakte boom achter het koetshuis van de villa. Bron: eigen foto.
Vanuit mijn huis kijk ik uit op 'De Buitenplaats', een oude villa aan de Burgemeester Grothestraat 53. Een bijna onopvallend onderdeel van ons uitzicht. Jarenlang had ik weinig belangstelling voor de geschiedenis van dit huis. Dat veranderde na de teloorgang van de oudste treurbeuk van Soest. Dit gebeurde op een warme zomerdag, donderdag 13 augustus 2020. We waren al om 7 uur buiten, genietend van een kopje thee op het balkon. Op dat moment hoorden we het geraas van vallende stenen en gebroken glas. Wat bleek, de boom was bezweken door de droogte. Een monumentale boom van ongeveer 150 jaar oud, die naar alle waarschijnlijkheid is geplant door de eerste bewoners van De Buitenplaats.
Ineens vroeg ik me af wie deze eerste bewoners eigenlijk waren. Noch de huidige bewoners van het voormalige koetshuis noch iemand uit ons straatje kon iets meer vertellen over deze geschiedenis. Ik besloot het uit te zoeken.

Foto met links de Buitenplaats, voorheen Noorder-Eng. (Bron: Archief Eemland)
Van drie percelen naar één herenhuis
Bij het raadplegen van de HISGIS-kaart (Historisch Geografisch Informatie Systeem) van 1832 ontdekte ik dat er in dat jaar nog geen sprake is van één huis. Op het perceel staan dan drie huizen, bewoond door Jacob Suik (metselaar), Jan Hilhorst (arbeider) en Johannes van Maam (dagloner). De omliggende percelen land zijn eigendom van Johannes Frederik Harderwijk, eigenaar van buitenplaats Nieuwerhoek, en Pieter Dijkman. Op de kaart van 1911 zijn deze huizen verdwenen en hebben ze plaatsgemaakt voor het Herenhuis, het koetshuis en de stallen. De Buitenplaats moet ergens in de tussentijd zijn gebouwd. In het boek Geschiedenis en Architectuur, geschreven door Hans Lagers en Michiel Kruidenier, lees ik dat het Herenhuis omstreeks 1880 is gebouwd. Door wie wordt niet vermeld.
Uit een korte speurtocht in het oudst te raadplegen adressenboekje van onze Historische Vereniging, die van 1924, blijkt dat aan het adres Burgemeester Grothestraat 53 de naam Jansen Eijken Sluijters is verbonden. En dan valt het winternummer van Van Zoys Tot Soest op de deurmat. In dat laatste nummer van 2020 valt bij een artikel over de drie generaties smeden in de familie Valkenet een leuke anekdote te lezen over de heer Eijken Sluijters.
De familie was duidelijk meer dan de vele zomergasten, zij waren verbonden aan ons dorp. Dat leidt tot twee prikkelende vragen: wie waren deze mensen en waren zij misschien de eerste bewoners van de Buitenplaats?
ds. Diederich Jansen Eijken Sluijters (Bron: GENi)
De familie Jansen Eijken Sluijters
Voor een antwoord op de eerste vraag is een stukje voorgeschiedenis noodzakelijk. In 1756 wordt in het Duitse Wiarden, nabij Hannover, Tjarck Jansz van Eijke geboren. Hij wordt schipper en trouwt in Haarlem met Hester Smit. Bij de doop van zijn kinderen verandert hij de achternaam in Jansen Eijken. Jaren later voegt zijn derde zoon Diederich (geb. 1798) daar de naam Sluijters aan toe, geïnspireerd op de achternaam van zijn opa Euke Johannsen Schlüter. Het levert een unieke combinatie op; iedereen die vandaag de dag de achternaam Jansen Eijken Sluijters draagt is gegarandeerd een nazaat van deze Diederich.
Diederich huwt drie keer. Zijn eerste echtgenote was Adriana Heusges. Zij trouwden in Doetinchem en kregen vijf kinderen. De eerste drie worden in Bodegraven geboren: Maria Rebecca (1823), Tjark (1825) en Johannes Matheus (1826). Een jaar later, op 21 april 1827, vertrekt het gezin naar Paramaribo, Suriname. Diederich wordt daar namelijk predikant bij de Evangelische Lutherse gemeente. In Paramaribo wordt in 1828 dochter Henriette Elisabeth geboren en op 22 maart 1830 volgt Johannes, de derde zoon en onze toekomstige dorpsgenoot. Zijn geboorte werd zowel lokaal als in Nederland bekend gemaakt.

Aankondiging geboorte van zoon Johannes op 19 juni 1830 in de Rotterdamse Courant
Nog hetzelfde jaar, op 19 november, overlijdt Adriana. Diederich hertrouwt in 1833 met Anna Catharina Geijer, maar zij overlijdt een paar jaar later in 1837. Zijn derde huwelijk vond in Amsterdam plaats in 1840 met Eleonora Sophia van Santen. Ze krijgen een dochter, Adriana AnnaCatharine, maar het huwelijk is van korte duur. Diederich overlijdt op 20 mei 1841 in Amsterdam, waar hij aan de Herengracht woonde. Johannes is op dat moment 11 jaar oud.
Predikant en slaveneigenaar
Door zijn huwelijk met Anna Catharina Geijer wordt Diederich eigenaar van zes plantages in Suriname: Geijersvlijt, Ornamibo, La Prosperité,Livorno, Johanneshoop en Meindertshoop. Inherent aan het eigenaar zijn van een plantage is dat je ook eigenaar bent van de slaven die daarop werken. Vandaag de dag is de slavernij een beladen stuk geschiedenis dat we nog lang niet naar behoren hebben afgerond, maar destijds was het zelfs voor een predikant een normale zaak. In ieder geval in dat deel van ons rijk.
In 1863 werd de slavernij in Suriname en het Caribisch gebied afgeschaft. Slaven werden voortaan betaald, maar moesten nog wel tien jaar lang op de plantages blijven werken. De voormalige eigenaren kregen van de overheid een compensatie voor het door hen geleden verlies. De erven van Diederich ontvingen een bedrag van f 174.300,- voor hun 707 voormalige slaven. Eén van de erven was Johannes, de derde zoon en onze hoofdpersoon in dit verhaal.
De plantages en de financiële compensatie stelden de familie Jansen Eijken Sluijters in staat om een luxeleven te leiden. E. J. Bartelink was tussen 1864 en 1867 directeur van plantage Geyersvlijt. In zijn boekje Hoe de tijden veranderen beschrijft hij:
'De familie leefde op grooten voet en spreidde een ongehoorde weelde ten toon. Zij waren met de grooten van het land op goeden voet en deze kwamen er met hunne dames geregeld op de plantage logeeren. De plantage had een stapel van 200 stuks rundvee. Een Hollandsche boer was uitgekomen om daarvoor te zorgen. In 1867 vertrokken tot mijn groote spijt de beide families Eyken Sluyters [Diederichs oudste zonen Tjark en Johannes Matheus, red.] naar Europa.'
Van Amsterdam naar Soest
Johannes is inmiddels volwassen en commissionair (tussenpersoon) van beroep. In 1853 was hij samen met J.J. van Santen vennoot in de buitenlandse commissiehandel, vanaf 1862 werd het een familiezaak. Johannes trouwde in 1854 met Maria Catharina de Burlett. Zij is geboren op 4 december 1831 in Amsterdam als dochter van Everard de Burlett en Adriana Elisabeth HenrietteTack.
Johannes en Maria Catharine stichten een flink gezin en hebben het goed. Uit de inschrijving van de familie in Amsterdam op 28 november 1867 krijgen we een indruk van de omvang van zijn gezin. In hun huis aan de Prinsengracht woonden zij samen met hun elf kinderen, twee familieleden en tien dienstbodes. De kinderen zijn allemaal in Amsterdam geboren, op twee na, die in het toenmalig zomerverblijf in Doorn het levenslicht zagen.
• Maria Rebecca (Amsterdam, 3 juni 1857)
• Juliana Maria (Amsterdam, 17 juni 1858)
• Tjark (Amsterdam, 15 maart 1859)
• Johannes Didrich (Doorn, 1 juni 1861)
• Maria Catharina (Amsterdam, 27 juni 1863)
• Adriana Elisabeth Henriette (Doorn, 9 juni 1864)
• Everardina (Amsterdam, 21 augustus 1865)
• Johannes Mattheus (Amsterdam, 28 november 1867)
• Adriaan (Amsterdam, 8 juni 1870)
• Henriette Elisabeth (Amsterdam, 1 maart 1873)
• Diderich Johannes (Amsterdam, 8 februari 1875)
Op 10 mei 1898 werd het echtpaar ingeschreven in de gemeente Soest. Het adres waar zij zich op inschreven: Soestdijk 25 / Burgemeester Grothestraat 53. Bij hun inschrijving woonden er nog relatief veel kinderen in huis. Veel van hen vertrokken binnen enkele jaren weer naar Amsterdam. Johannes, inmiddels 68 jaar, leek zijn leven niet langer te willen slijten in de drukke hoofdstad. Hij bleef in Soest wonen, net als veel andere welvarende Amsterdammers.
De zoektocht naar die eerste bewoners
Was Johannes de eerste bewoner van De Buitenplaats? Daar lijkt het niet op. Johannes en zijn vrouw MariaCatharinegaan wel op het adres wonen, maar dat is pas in 1898, 18 jaar na de vermoedelijke bouw van de villa.
Overlijdensadvertentie van Johannes Jansen Eijken Sluijters in de
Gooi en Eemlander 13 april 1907
Grafsteen Johannes Jansen Eijken Sluijters, Maria Catharina en Tjark
(eigen foto)
Maria Catharine overlijdt vrij snel daarna, in 1900. Johannes overlijdt op 12 april 1907, 76 jaar oud. Volgens de site Het Groene Graf is Johannes in Soest 'rondom de kerk' begraven. En inderdaad, rechts van de kerk, geplakt tegen de gevel, vond ik een steen met de namen van Johannes, Maria Catharina en hun zoon Tjark.
Dochter Maria
Rebecca,de weduwe van IJzaak Siepman van den Berg, staat rond die tijd als hoofdbewoner van De Buitenplaats vermeld. Zij woonde al rond 1880 in Soest, Op 14 mei werd zij ingeschreven op het adres Lange Eind A20, dat veranderde in A25 en A95. Bij haar laatste niet-gedateerde inschrijving aan Soestdijk A35 wordt ook haar vader als huisgenoot vermeld, vermoedelijk na het overlijden van zijn vrouw. Later volgt een verhuizing naar de Molenweg (Julianalaan).
Het spoor via de adresboeken
Johannes lijkt dus niet de eerste bewoner van het huis te zijn geweest. Maar wie dan wel? Wellicht bieden de adresboeken uitkomst. We beginnen met het adresboek uit 1924. Daarin staat vermeld dat de weduwe J.D. Jansen Eijken Sluijters, de huishoudster mej. E. Bangert en dienstbode mej. J.C.E. Reichtholdt op nummer 53 wonen. De initialen J.D. verwijzen Johannes Didrich, de zoon van Johannes en MariaCatharine.Hij trouwt op 5 november 1885 met Alida Louise Jarmanen komt op 16 april 1896 vanuit Bloemendaal in Soest wonen, samen met zijn vrouw en zoon Johannes Diederich. Het adres in Soest is Lange Eind A29 / Soestdijk A29 / Rijksstraatweg A45 / Burgemeester Grothestraat 53; vier aanduidingen van hetzelfde adres!
Na het overlijden van Johannes Didrich in 1908 - hij is dan 46 jaar oud - wordt zijn vrouw Alida dus hoofdbewoner van De Buitenplaats. Ze overlijdt op 25 januari 1951 in Baarn, 92 jaar oud. Door haar inschrijving in Den Haag weten we dat zij op 19 april 1931 uit Soest is vertrokken. Uit de adresboeken weten we dat zij in 1924 en 1930 aan de Burgemeester Grothestraat 53 woonde en in 1946 en 1948 op het adres Parkstraat 2 in Baarn.

Wervingsadvertentie voor twee hulpen uit naam van mwvr. Eijken-Sluijters
Gooi en Eemlander 3 marat 1928
Wie wanneer waar woonde blijft een zoektocht. De familie pendelde veel. Zij verbleven op verschillende adressen, zo blijkt uit deze advertentie. Daarin vraagt mevrouw Eijken Sluijters uit Soest om twee hulpen. De brieven mogen naar HotelBellevuein Den Haag.
Waar ze ook woonden, het verblijf van de familie in Soest bleef niet onopgemerkt. Via Verdwenen Soest valt te lezen: 'De allereerste autobezitters van Soest waren de heer PA. van Hengstum en de heer Eijkensluijter die in villa "Noordereng" aan de Burgemeester Grothestraat woonde. Het besturen van de auto liet hij over aan zijn chauffeur de heer Verkerk.'
Burgemeester Jansen Eijken Sluijters
Ook het achtste kind van Johannes en MariaCatharine,Johannes Mattheus, heeft in Soest gewoond. Zijn beroep is handelsagent. Hij trouwt Sophia Petronella de Vries op 5 november 1896. Uit de huwelijksakte blijkt dat zijn ouders op dat moment nog in Amsterdam wonen. Eén van hun getuigen is broer Johannes Didrich, hij woont op dat moment in Soest. Het eerste kind van Johannes Mattheus, zoon Johannes, is op 29 september 1897 in 's Gravenhage geboren, hun tweede Nicolaas op 11 juni 1900 in Wassenaar. Op 25 april 1913 is Johannes Matheus in Den Haag overleden.

Installatie van Johannes Jansen Eijken Sluijters als burgemeester van Ellewoutsdijk in 1931.
Naast hem staat zijn vrouw Wilhelmina Frederika Korthals Altes. Bron: GENi.
Uit de archieven blijkt dat kleinzoon Johannes de familieband met Soest niet vergeten is. Hij vestigt zich ook in Soest; uit een adreskaart blijkt dat hij op 5 september 1919 is uitgeschreven in Den Haag met als nieuwe vestiging Soest. Daar was hij voluntair ter secretarie van de gemeente Soest. In 1925 is benoemd tot burgemeester van Ellewoutsdijk (tot 1931), daarna wordt hij burgemeester van Diepenheim (tot 1945). Hij is gehuwd met Wilhelmina Frederika Korthals Altes, en is ex-man van Marie Johanna Lodder.
Wie het weet mag het zeggen
Na een lange speurtocht staat vast dat de familie Jansen Eijken Sluijters in villa De Buitenplaats heeft gewoond. Dat één van hen, de oudste dochter MariaRebecca,rond de geschatte bouwdatum van 1880 al in Soest woonde staat ook vast. Maar of zij opdracht gaf voor de bouw van de villa? Dat blijft een onbeantwoorde vraag. Wie het weet mag het zeggen.

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.