Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Familie Bosboom, een ondernemende familie, deel 2

Ton Hartman

Deel 1: Familie Bosboom, een ondernemende familie

Deel 2

In de vorige aflevering heeft de auteur de oudste generaties van de familie Bosboom voorgesteld. Hier en daar heeft dat tot enige verwarring geleid omdat het verhaal grotendeels zich nog in de negentiende eeuw zich afspeelde. Het verhaal is geëindigd bij een beknopte beschrijving van tapper Hannes Bosboom en zijn vrouw Dirkje Bosboom-Hilhorst (de vroedvrouw). In dit vervolg komen de kinderen van dit echtpaar aan bod.

Nogmaals dank
Naast de andere bronnen die bij de vorige aflevering genoemd zijn heeft ons lid dhr. P.J. Bosboom veel informatie verstrekt. In de rubriek Verdwenen Soest heeft Gijs van Brummelen hier en daar ook het een en ander vermeld. Ook in het Gemeente archief Soest is weer nader onderzoek gedaan, met behulp van archief assistent J. Piekema. Wederom onze dank.

De kinderen van Hannes Bosboom en Dirkje Hilhorst.
Om het verhaal enigszins begrijpelijk te houden worden eerst de dochters en de ongehuwde zoon beschreven, daarna maken we een splitsing tussen de tak Evert en de tak Jan (vetgedrukte namen in deze paragraaf zijn de kinderen van Hannes en Dirkje).

De Nachtegaal
Jans (Johanna 1853-1927) en Heintje ( Hendrika 1865-1938) bleven beiden ongehuwd, zij beheerden voornamelijk de herberg. Bij een openbare verkoping in 1897 door notaris A.N.J. Vos wordt het mooi omschreven als 'het koffiehuis van Mejuffrouw de weduwe J Bosboom [l]. Dit nog steeds bestaande café was toen al gevestigd aan de Burg. Grothestraat 55. Erg groot was het lokaal niet, dat zal ook de reden geweest zijn dat er bijna geen vermeldingen van veilingen waren. Door het vroegtijdige overlijden van vader Hannes zal Jans al op jonge leeftijd achter de tap gestaan hebben. Moeders had haar verloskundige praktijk dus was ook op de vreemdste tijden weleens weg. Het was niet ongewoon dat de vrouwen de bediening in de drankgelegenheden deden, andere bekende voorbeelden in Soest zijn onder andere Geurtje Sukel en de dames Westemeijer. Wanneer de naam " Nagtegaal" aan de kroeg gegeven is, is nog niet achterhaald. De eerste vermelding in de Soester Courant is in de editie van 21 april 1923. Toen stond Café De Nagtegaal op naam van H (Heintje) Bosboom, zus Jans deed zakelijk gezien al niet meer mee. Dit is wel opmerkelijk want de bouwaanvraag in april 1924 staat op naam van de gezusters Bosboom. Architect P. Beekman heeft een groots ontwerp gemaakt. De kap wordt verwijderd en er komt een eerste verdieping. Tevens wordt aan de voorgevel een overdekt terras gemaakt van wel 20 vierkante meter. Neef G.J. Bosboom mag de verbouwing uitvoeren. Heintje doet de drankvergunning en onderneming per 1 mei 1931 over aan deze neef, op de leeftijd van 66 jaar vond ze het welletjes. Kees (Cornelis1855-1919), bleef ook ongehuwd. Hij was timmerman en metselaar. De samensteller van het album Frits de Rond was getrouwd met de kleindochter van Evert Bosboom. Waarschijnlijk heeft hij iets teveel portretfoto's aan Evert toegeschreven. Ook de foto van de ongehuwde zussen zouden met broer Evert afgebeeld zijn. Op het moment van de foto was Evert echter al getrouwd en woonde aan het Kerkpad.

Kees daarentegen woonde nog bij het café en was ongehuwd. Dat deze foto later bij de (klein)kinderen van Evert terechtgekomen is verklaarbaar. De twijfels tussen de broers Bosboom is er ook bij de foto uit 1904 van het rooms-katholieke (mannen)zangkoor Sint Cecilia, beiden waren daarvan lid.

Brouwerij
Uit welk vaatje zullen ze bij de Nachtegaal getapt hebben? In Soest is nooit een brouwerij geweest dus het meest voor de hand liggend is Amersfoort om bier vandaan te halen. Aan het eind van de negentiende eeuw was de Beiersche Bierbrouwerij Phoenixeen begrip in de regio. Wanneer de Nachtegaal uit een ander vaatje is gaan tappen is niet bekend. Zou een buurtbewoner daarbij een rol gespeeld kunnen hebben? Gérard Derks attendeerde mij op dhr. Cornelis Beversen, de eigenaar van het landhuis "Beverstein" (dit was gelegen op de plek van het huidige gelijknamige appartementencomplex). Beversen was op 14 jarige leeftijd als 'jongste bediende' begonnen bij Amstel bier en heeft het tot adjunct-directeur geschopt [2]. Waarschijnlijk is de overstap naar Amstel toch iets later gemaakt want Cornelis was al in 1922 overleden en toen al zonder beroep. Op dat moment was de "Nachtegaal" nog maar een klein buurtkroegje.

De andere kinderen
Bet (Elisabeth 1862- 1939), zij trad in 1888 in het huwelijk met Eduard van Houten, een handelsreiziger waarmee zij buiten Soest ging wonen. Ze merkte algauw dat de toenmalige koeriersdienst niet helemaal betrouwbaar was. In het Politieregister wat bij het Centraal Bureau voor Genealogie raadpleegbaar is komen we haar naam op 17 oktober 1889 tegen. Onder bericht 792 lezen we het volgende; op 1 october j.l. is door Elisabeth Bosboom, wonende Jacob van Campenstraat 62 aldaar [Amsterdam], per Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij aan het adres van de weduwe Bosboom te Soest verzonden een pakje, waaruit bij aankomst werd vermist 1 donkerbruin Roomsch-Catholiek kerkboekje verguld op snee en voorzien van nikkel sluiting. Dochter Bet zal wel gedacht hebben; 'als moeder graag bidt, dan maar uit een mooi boek'. Degene die het zich wederrechterlijk toegeëigend had zal het wel niet uitgelezen hebben.
Antje (1863-1931), zij vertrekt op 7 november 1879 naar Amsterdam maar komt terug en trouwt in 1895 met Cornelis de Bruin. In 1907 wonen ze waarschijnlijk aan de Schildersteeg, de oudere naam van de Talmalaan en ook de Rembrandtlaan. Deze Cornelis was metselaar en later zelfs makelaar en zij woonden toen aan de Talmalaan 5.
 

Jan (1858-1916) huwde in 1886 Anna Butselaar (1861-1937), in 1907 woonde het gezin aan de Veenhuizerstraat nr. 35 (thans Koninginnelaan nr. 89). Jan was smid, ook was hij 'broedermeester der Kevelaarsche processie'. In vroegere tijden was de jaarlijkse reis en het meelopen en bidden in de processie een hoogtepunt in het leven van een katholiek. Zeker in de tijd dat er nog geen vakanties waren. Jan is in Amsterdam overleden, volgens zijn bidprentje aan een bittere dood. Kleinzoon Piet heeft gehoord dat grootvader met het smidswerk een gloeiend stuk ijzer tegen zijn oogkas heeft gehad. Hieruit is een ontsteking ontstaan die uitgegroeid is tot een 'boosaardig' gezwel. Volgens de overlevering was hij in behandeling in het Antoni van Leeuwenhoek-huis in de hoofdstad. Dit instituut was opgericht in 1913 en de eerste jaren gevestigd aan de Keizersgracht 206, daar waren 17 bedden beschikbaar voor patiënten.
Evert (1860-1929) en zijn vrouw en kinderen worden verderop in dit artikel beschreven.

De kinderen van Jan Bosboom en Anna Butzelaar.
Het was de tijd van grote gezinnen, ook in dit gezin zijn 11 kinderen geboren maar daarvan hebben 5 kinderen de eerste verjaardag niet gehaald. De dochters Door, Mien en Nel die geboren zijn tussen 1891 en 1895 hebben Soest als woonplaats verlaten. Door trouwde IJsbrand Kee en vestigde zich in Amersfoort. Later hebben ze ook nog te Soest gewoond. Mien en Nel konden hun ondernemende capaciteiten ook kwijt, hun respectievelijke echtgenoten Wim Erkelens en Joop van den Bosch waren beiden slager in Amsterdam. Openbare teekenschool De broers Bosboom komen we tegen bij een verslag van de 'openbare teekenschool' [3]. Als we de namen van de mede-leerlingen bekijken lijkt de openbaarheid een betrekkelijk begrip. Deze school was opgericht in 1902 vanuit de Sint Joseph jongelingenvereeniging, mede op initiatief van pastoor Reijmer [4]. Met de beperkte openbaarheid wordt niet alleen de geloofsovertuiging maar ook de achtergrond van de leerlingen bedoeld, het waren bijna allemaal jongemannen uit ambachtelijke ondernemersfamilies.
Bekende namen uit de bouwhoek zoals Van Schalkwijk, Schalkx, Stalenhoef, Swager, Mets, Dorrestein, Butzelaar, Van den Dijssel om maar enkele te noemen. Ook dus de twee broers Bosboom. Had de protestantse bevolkingsgroep minder behoefte aan een dergelijke opleiding omdat voor hun de kans groter was om in overheidsdienst te komen? Was er in de landbouw genoeg werk te vinden dat de boerenzoons daar hun emplooi zochten?
Wat hadden de broers Bosboom op deze tekenschool gepresteerd?
J. [Han], smid, had in zijn 4de j aar een eervolle vermelding gekregen voor een zeer mooi balconhek. P. [Piet], ook smid, kreeg een pluim voor een mooi uithangbord met windvaan en fiets. Dat laatste hadden we dus verwacht bij zijn broer.

Han (Johannes Petrus) (1887-1967), de oudste, hij begon als rijwielhandelaar en reparateur, later tevens elektricien en winkelier aan de Steenhoffstraat 16. Hij huwde Wilhelmina Hendrika van Zijl (Mien 1889-1983) uit Bunnik. Met een verbouwing is er ooit nog een oud kasboek uit de rijwielherstelperiode opgedoken. Daarin stond vermeld dat er fietsen op afbetaling verkocht werden, elke week werd er een kwartje (25 cent) terugbetaald. Ook wordt herinnerd dat de lampen voor de fietsen op carbid brandden, dit brandbare gesteente werd aan de Koninginnelaan gehaald.
Han heeft in Utrecht het diploma elektricien gehaald en heeft op veel plaatsen in Soest de elektra aangelegd. Hij heeft zelfs ingeschreven voor de verlichting in de Henricuskerk in het Soesterkwatier van Amersfoort' Meestal werden de klanten op de fiets bezocht. Voorop de fiets was een draagrek gemonteerd. Soms moesten ze zelfs zelf de ladder meenemen en fietsten vader Han en zoon Jan met de ladder op de schouder, draden aan het stuur en ook nog buizen. Ook op Hoogland is er bij verschillende boerderijen het licht gaan schijnen dankzij Bosboom, dan werd er bij de Kleine Melm overgestoken met de pont.

Zoon Jan (1923-1999) rolde min of meer vanzelf de zaak in, ook hij was weer een ondernemende Bosboom. Een opmerkelijk detail wat voor Jan gold dat hij linkshandig was. Er was in die tijd zeker geen aangepast gereedschap en het vooroordeel was toen nog algemeen dat je met twee 'linkerhanden' niets kon. Hij trouwde eerst alleen voor de wet met Bep van Steen. Dit kwam in de vijftiger jaren vaker voor, soms was dat om de dienstplicht te ontlopen. Ook werd deze constructie wel toegepast om eerder woonruimte te kunnen vinden. In dit geval is de reden niet bekend. Zoals toen gebruikelijk bleef Bep keurig in het ouderlijk huis wonen en hield haar werk als winkeljuffrouw bij De Gruyter in Baarn aan. Vrijdags kwamen daar altijd een paar typische dorpsfiguren uit Soest hun inkopen doen; de dames Kuijper. Deze hadden van het huwelijk gehoord en konden niet nalaten om op te merken; kan Jan Bosboom nog niet eens zijn eigen vrouw onderhouden! Na haar kerkelijk huwelijk ging Bep in de elektra en lampenwinkel met haar schoonouders samenwerken. Zeker in het begin was het wennen aan de technische termen, maar ook aan sommige klanten. Zo kwam er eens een donkere kerel binnen die onverstaanbaar mompelde; is de baas er ook? Wie kan ik zeggen? Nog onverstaanbaarder murmelde hij; Zwarte Willem, Bep ging naar achteren om te zeggen dat meneer zwarte Willem er was. De rest van de familie had veel plezier van dit voorval. Na hun werkzame leven gingen ze samen nog warme maaltijden bij wat oudere hulpbehoevende Soesters brengen in het kader van "Tafeltje dek je". Dan wees Jan nog verschillende plekken aan waar hij gewerkt had. Nu nog aansprekende objecten die door vader en zoon Bosboom aangelegd zijn is de elektra in de na de oorlog herbouwde Martinuskerk te Hoogland of de flats aan het Vreeland in het Soesterkwartier van Amersfoort.

De tweede zoon van Han, namelijk Ad (1925-2006) is ook in Indonesie geweest, net als zijn neef waar later wat meer over vermeld wordt.

Piet (Petrus Johannes) (1889-1971) werd net als zijn vader smid en huwde in Amsterdam Lies Wit. Zij woonden eerst aan de Veenhuizerstraat, Piet junior weet zich nog te herinneren dat in 1931 deze straat omgedoopt is tot Koninginnelaan.

Als openingshandeling werd koningin-moeder Emma rondgereden in een open koets. Ook zijn de huisnummers omgenummerd, hun huisnummer 35 werd 89. Van deze plek is niets herkenbaars overgebleven, zelfs geen foto.
Volgens zoon Piet (1925) was vader een geroutineerd hoefsmid, hij had een opleiding genoten op de Rijksveeartsenijschool te Utrecht. Het Soesder paardenvolk gingen met hun kreupele paarden naar Bosboom. Daarnaast was Piet ook kachelsmid. Toch is hier de onderneming niet voortgezet. Piet vertelt dat door de oorlog en bezetting er bijna geen werk meer was, toen Piet junior na mei 1945 iets interesse toonde zei senior; het smidsvak moet je vanaf. je 14de jaar leren.

Over zijn jeugd wist Piet jr. nog wel dat hij samen met Anton v.d. Dijssel bij de padvinderij zat, akela was SuusRupertvan de bekende doktersfamilie.
Omstreeks november 1944 werden de jongemannen tussen 18 en 25 jaar aangewezen voor arbeidsinzet voor het Duitse leger. Ze moesten voor de organisatie Todt een antitankgracht graven in Hoevelaken. Wat te doen was de moeilijke vraag? Er werd aan de gemeentesecretaris Batenburg advies gevraagd en deze vertrouwde de zaak. Hij stuurde ook zijn eigen zoon mee dus durfde de anderen het ook aan. Daar bleek dat de motivatie erg weinig was, Bunschoter jongens kruien met een enkel graszoodje heen en weer. Later moesten ze ook in Havelte nog aan het werk volgens Piet jr.
Van hun zoon Luc (1927-2012), vernoemd naar Lies haar vader, verscheen onlangs de rouwadvertentie. Daarin werd vermeld dat hij Ereburger van de gemeente Soest was terwijl hij al jaren buiten Soest gewoond had. Deze titel had hij verdiend net als alle andere militairen die in de naoorlogse jaren naar Indonesië gestuurd waren. Ook de onderscheiding "Drager van het ereteken voor Orde en Vrede" hoorde daarbij.

Van zoon Kees (Cornelis Anthonius Maria) (1900-19--?) weten we inmiddels dat hij boekhouder is geweest, getrouwd en vertrokken naar Hilversum.

VOETNOTEN:
1. Archief Eemland. De Eembode van 24 april 1897
2. Amstel, het verhaal van ons bier 1870-heden, Peter Zwaal, 2010 blz.24-25
3. Archief Eemland, De Eembode 10-3-1906
4. Archief Eemland, De Eembode, 8-11-1902, ook Van Zoys tot Soest 10de jrg nr.1
5. De Eembode 15-6-1926

 

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto