Kees Floor
Als in 1856 alle drukken van de Utrechtse provinciekaart uitverkocht zijn, wordt besloten dat er een herziene versie van de kaart moet komen. Uitgerekend de toenmalig burgemeester van Soest blijkt veel invloed op die herdruk te hebben gehad.
Rond het midden van de negentiende eeuw gaf het provinciebestuur van Utrecht de aanzet tot het vervaardigen van een nieuwe kaart van de provincie. Deze moest de vorige provinciekaart van Bernard de Roy uit 1696 (vierde editie 1799) gaan vervangen.

Afbeelding 1: Kaart van de Provincie Utrecht uit 1850, blad II, noordoost (Beeldbank Archief Eemland 1001_455
De nieuwe kaart werd onder toezicht van oud kadastermedewerker J.H. Kipssamengesteld en getekend door A. A. Nunnink. De uitgave verscheen in 1850. Hij geeft onder andere inzicht in de ligging en de namen van plaatsen, gehuchten, buurtschappen, polders, wegen, rivieren, vaarten, buitenplaatsen en andere markante gebouwen. Zo kunnen we ons een beeld vormen van de situatie in die tijd in onze gemeente. De volledige kaart bestaat uit vier bladen; Soest staat op blad II (afb. 1).
We kunnen ons afvragen of deze provinciekaart wel betrouwbaar, volledig en nauwkeurig is. Wat zouden we dat graag hebben besproken met de voor de kaart verantwoordelijke toenmalige Hoofdingenieur van de Waterstaat van de Provincie Utrecht Jhr. Johan Ortt van Schonauwen en met burgemeester Pieter Gallenkamp Pels van Soest.
Hoofdingenieur Ortt van de Waterstaat
De provinciekaart van Utrecht voorzag in een behoefte. Na amper zes jaar was hij geheel uitverkocht. Daarom besloot het provinciebestuur in 1856 tot een tweede, verbeterde en herziene druk. In een rapport uit dat jaar somde hoofdingenieur Ortt de correcties en aanvullingen op die hij noodzakelijk achtte als het tot zo'n uitgave zou komen. Zo weten we alvast wat er aan de kaart niet deugde of wat er in de afgelopen jaren was veranderd. Zijn aandacht ging vooral uit naar wegen die recentelijk waren verhard en naar plekken waar tol werd geheven. Daarnaast noemde hij een niet nader gespecificeerde nieuw gebouwde korenmolen in Soest.
Burgemeester Gallenkamp
Om eventuele overige fouten en onzorgvuldigheden te kunnen corrigeren, omissies te kunnen herstellen en wijzigingen in de situatie te kunnen meenemen, werd de hulp ingeroepen van de burgemeesters van alle Utrechtse gemeenten. Zij werden verzocht de informatie op de kaart nauwkeurig na te lopen en eventuele verbetersuggesties door te geven. Ook toenmalig Soester burgemeester Gallenkamp ontving zo'n aanschrijving. Zijn antwoord is, net als de reacties van zijn collega's, bewaard gebleven. Daardoor kunnen we zijn visie op de bruikbaarheid van de oorspronkelijke versie van de kaart toch nog achterhalen.
Veel burgervaders lieten de provincie weten dat ze tevreden waren met de oorspronkelijke kaart zoals die er lag; er waren voor wat hun gemeenten betrof geen wijzigingen of aanvullingen nodig. Gallenkamp had echter een fikse lijst met aanvullingen en veranderingen voor wat betreft zijn gemeente. Hij miste onder andere verscheidene onder Soest ressorterende buurtschappen, zoals De Birkt, De Bunt,Hees en De Palz. Ook zag hij graag een vermelding van de boerderij Vosseveld en van de Middelwijksche Polder. De naamloze weg die liep van de Biltsche Weg in de gemeente Zeist over het grondgebied van Soest naar de Vlasakker Weg in Amersfoort, moest aangeduid worden als Biltsche weg (afb 2).

Afbeelding 2: Uitsnede uit de kaart van afbeelding 1 Eemland 1001_455
Van sommige wegen of objecten was de naam onjuist. Zo moest langs de Eem de aanduiding Jaagpad vervangen worden door Middelwijksche Polderdijk en Jaagpad. De weg naar de kalkoven aan de Eem was abusievelijk aangeduid als Molenweg; dat moest Groote Melmweg zijn. De naam Baarn- of Molenweg aan de oostzijde van de Lazarusberg moest volgens de burgemeester gewijzigd worden in Engh- of Molenweg. De Nieuwe weg aan de westzijde van die berg heette eigenlijk Weg achter den Engh. Verder vermeldde de kaart abusievelijk Kampoost in plaats van Kampoord (het tegenwoordige bungalowpark Het Jachthuis). En het was volgens de burgemeester Dooden weg, dus niet Doode weg.
Nieuw, althans van na 1850, was een in 1853 aangelegde straatweg van DeBuntnaar Soesterberg. In datzelfde jaar werd de korenmolen De Vlijt gebouwd. Gallenkamp had ook nog kunnen doorgeven dat de kalkoven bij de Groote Melm buiten gebruik en mogelijk verdwenen was. Dat was er echter niet van gekomen.
Tweede, herziene en vermeerderde druk
In de loop van 1857 beschikte de provincie over alle door Utrechtse gemeentebesturen ingezonden verbetersuggesties en aanvullingen voor de provinciekaart; een hele waslijst. Het aantal correcties en mutaties was zo groot dat het provinciebestuur besloot de kaart geheel opnieuw te laten tekenen en graveren. Samensteller en tekenaar Nunnink, die de kosten van zijn bijdrage aan de tweede druk aanvankelijk had begroot op honderd gulden, moest gezien de vele correcties zijn offerte bijstellen naar 150 a 175 gulden. Het opnieuw in koper graveren van de kaart kostte 3.000 gulden.
Als het slechts om enkele kleine wijzigingen was gegaan, zou een bedrag van 300 tot 350 gulden hebben volstaan. De gehele, ook nu weer uit vier bladen bestaande kaart, moest klaar zij binnen drie jaar na het afleveren van het eerste blad.

Afbeelding 3: Uitsnede uit Kaart van de Provincie Utrecht, herdruk 1862, blad II (vergelijk figuur 2)
(Foto: Het Utrechts Archief)
Het resultaat
In 1862 was de klus geklaard; er werden 250 kaarten gedrukt. Het resultaat (afb. 3) laat zien dat de hoofdingenieur van de Waterstaat, maar vooral ook de burgemeester, wezenlijk hebben bijgedragen aan het eindresultaat.
Dat de suggesties van hoofdingenieur Ortt verwerkt zouden worden, hoeft geen verwondering te wekken. Hij was immers verantwoordelijk voor de uitgave van de kaart. Maar ook burgemeester Gallenkamp had eer van zijn werk en dat was niet per se vanzelfsprekend. Van veel opmerkingen van collega-burgemeesters was op de herdruk namelijk weinig of niets terug te vinden. Nagenoeg alles wat Gallenkamp had ingebracht, was verwerkt, zo laat vergelijking van uitsneden uit de kaarten van 1850 (afb. 2) respectievelijk 1862 (afb. 3) zien. Kampoord en De Palz liggen buiten het gebied van de uitsnede; de overige zaken die Gallenkamp had aangekaart, zijn terug te vinden, al is dat bij de nieuwe molen wel wat lastig. De buiten gebruik geraakte of verdwenen kalkoven, waarover de burgemeester niets had gemeld, is nog op de kaart uit 1862 aangeduid.
Laatste ontwikkelingen
Het aantal verschillen tussen de oorspronkelijke uitgave en de tweede druk is groter dan je op grond van het voorgaande zou verwachten. Kennelijk is er meer informatie verzameld om tot een zo accuraat en actueel mogelijke herdruk te komen. Belangrijkste aanvulling van de kaart uit 1862 op blad II(afb. 4) is de in rood aangegeven spoorlijn van Utrecht naar Amersfoort in aanleg. Deze zou in 1863 in gebruik genomen worden, evenals onder andere de stations Soest-Soesterberg (later Soestduinen) en De Bilt (later Bilthoven). Het station Doldersche weg (later Den Dolder) ontbreekt nog; dat werd namelijk pas geopend in 1895.
Een andere verandering heeft betrekking op de gemeentegrenzen. In 1857 werd een groot aantal kleine gemeenten in de provincies Utrecht en Noord-Holland samengevoegd met een grotere buurgemeente. Zo kwam de gemeente De Vuursche bij Baarn. De gemeente-aanduiding De Vuursche (in hoofdletters) en de voormalige gemeenschappelijke grens kwamen op de nieuwe kaart dus te vervallen.

Afbeelding 4: Kaart van de Provincie Utrecht, herdruk 1862, blad II (vergelijk figuur 1).
Bron: Beeldbank Regionaal Archief Zuid-Utrecht LeW 5D3_17724.
Nijkerk
We keren nog even terug naar de brief met verbetersuggesties die burgemeester Gallenkamp in 1856 naar de provincie stuurde. Hij rondde zijn schrijven met enige aarzeling af met een suggestie die niet direct de weergave van het grondgebied van zijn eigen gemeente betrof. Hij pleitte namelijk voor het aanduiden van het Gelderse Nijkerk op de provinciekaart.
De door zijn gemeente geplande spoorlijn naar Amersfoort en verder door richting Zwolle, die zoals we reeds zagen zeven jaar later in gebruik genomen zou worden, zou ook in die plaats een station krijgen. De ruimte waar Nijkerk moest worden ingetekend werd op de kaart uit 1850 — volgens de burgemeester 'nutteloos' — ingenomen door de titel van de kaart. De provincie nam zijn voorstel over. In het contract over de vervaardiging van de nieuwe kaart werd onder andere opgenomen het verkleinen en verplaatsen van de titelplaat, die verhuisde naar de Zuiderzee (zie afb. 4).
Kortstondig succes
De herdruk van de provinciekaart bood de gelegenheid correcties aan te brengen en ontbrekende gegevens aan te vullen. Burgemeester Gallenkamp van Soest heeft daarvan op een uitstekende manier gebruik gemaakt, zoals de provinciekaart uit 1862 laat zien. In een aantal gevallen beperkte zijn succes zich echter tot die ene uitgave. De Groote Melmweg werd veelal nog aangeduid als Molenweg. Dat is bijvoorbeeld het geval op de kaart van Soest in de bekende gemeenteatlas van Jacob Kuyper uit ca. 1870, op de opvolger van de provinciekaart, uitgegeven in 1882 door J. van Druten en op de topografische kaarten tot en met 1951. Een kaart van Van Druten van omstreeks 1920 (figuur 5) vermeldt onder andere een stopplaats Nieuwe Weg (later Halte Nieuwe Weg, thans station Soest-Zuid), dus niet stopplaats Weg achter den Engh.
Bunt en Birkt

Afbeelding 5: Uitsnede uit de kaart van Utrecht en omstreken, uitgegeven door J. van Druten te Utrecht omstreeks 1920
Bron: Beeldbank Archief Eemland 1001_634
De situering van de buurtschappen (De) Bund of (De)Bunten (De) Birk(t) verschilt soms nogal. Gallenkamp schrijft letterlijk: "Oostelijk van dien straatweg" (van Amersfoort naar Naarden) "wordt de buurtschap in de nabijheid der buitenplaats 'Hofslot' genoemd 'Birkt' Westelijk van die straatweg voorbij het tolhek wordt het vierkant voorbij het tolhek genoemd Vossenveld; de, buurtschap daarneven'Bunt'(...)." Vooral De Birkt wordt veelal oostelijker aangegeven dan de burgemeester aangaf. Op de kaart van afbeelding 5 bijvoorbeeld heet het gebied bij Isselt in het uiterste oosten van de toenmalige gemeente Soest (thans industrieterrein in de gemeente Amersfoort) De Birk.Andere kaarten noemen die locatie Lagebirk en vermelden daarnaast DeBirkop een positie die dichter komt bij wat de burgemeester aangaf. Inmiddels is De Buntvan de officiële topografische kaarten van het Kadaster verdwenen. De Birkwordt nog wel aangeduid, maar oostelijker dan Gallenkamp zou hebben gewild.
Bronnen
• Het Utrechts Archief, toegang 79, inv.nr. 3661, 954 en 956.
• Beeldbanken Archief Eemland, Regionaal Archief Zuid-Utrecht en Universiteitsbibliotheek Utrecht.
• topotijdreis.nl

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.