Geschiedenis SoesterbergWerkgroep Soesterberg In Soesterberg is een werkgroep van onze vereniging gestart gericht op het verzamelen van zoveel mogelijk informatie over de geschiedenis van Soesterberg met de bedoeling die te digitaliseren en via de website van onze vereniging toegankelijk te maken. Indien u interesse hebt om mee te werken of denkt te beschikken over relevante informatie dan kunt u contact opnemen met onze vereniging via het contact emailadres. De werkgroep heeft een expostie samengesteld over de Rademakerstraat. De expositie is geopend op 29 januari a.s. om 15.00 uur in het verhalenmuseum & buurtcentrum "Het Soesterdal", Rademakerstraat 26 te Soesterberg. De tentoonstelling duurt tot 27 februari 2012. De openingstijden zijn: zaterdag en zondag.middag van 14.00 toto 17.00 uur.Meer informatie over de Rademakerstraat, alsmede over een aantal lokaties nabij Soesterberg (o.a. vliegveld en de voormalige wijk Ons belang) kunt u vinden op de website http://www.soestopdekaart.nl Geschiedenis Soesterberg. De bodem waarop Soesterberg is gebouwd maakt deel uit van de Utrechtse Heuvelrug. Dit glooiende gebied ontstaat tijdens het Pleistoceen, zo'n 10.000 jaar geleden. In die periode zijn er enkele ijstijden. Grote ijsmassa's schuiven zand en keien op vanuit Scandinavi
De heide wordt een vrijwel onbewoond gebied. Er ontstaan op den duur wel enkele wegen in de vorm van diepe karrensporen, bijvoorbeeld van de Traay in Driebergen naar Amersfoort en van Utrecht over Den Dolder naar de Keistad, het zogenaamde Heeser Spoor. Ook de Woudenbergseweg is een oude Hessenweg. De kooplieden uit Hessen maken gebruik van deze wegen. De Hessenweg in De Bilt herinnert eveneens nog aan deze tijd. In de Gouden Eeuw loopt er een weg door de heide van Amsterdam naar Keulen. Op deze weg laat de postbode zijn rijdier de eenzaamheid weggalopperen. De Postweg en Verlengde Postweg herinnerden jarenlang aan deze postdienst vice versa. Ook hotel 'Huis ten Halve' - halverwege Amsterdam - Arnhem, is tot het afbrandde een versteend overblijfsel uit deze tijd. Begrijpelijk dat zo'n desolate streek, waar reizigers toch doorheen moeten, een eldorado is voor struikrovers. De heidestreek komt dan ook in een kwaad daglicht te staan. Dat het een onherbergzaam gebied is blijkt ook uit het feit dat drie schaapherders in 1601 er nog een jonge wolf vangen. De oude weg van Amersfoort over Leusden en Zeist is niet bepaald de kortste weg naar Utrecht. Vanwege het drukker wordende verkeer wordt een plan voor een nieuwe weg gemaakt. Op 12 augustus 1652 geven Gedeputeerde Staten daar hun fiat aan. Het plan behelst een weg van Amersfoort recht over de heide die bij Vollenhoven (in De Bilt) aansluit op de Arnhemseweg. Om kosten te sparen komt men op het idee de weg in blokken te verdelen van 100 roe (= 376 m) lang en 50 roe breed. Het staat een ieder vrij zo'n perceel aan te vragen. Wie een blok krijgt toegewezen wordt belast met de aanleg en het onderhoud. Daar staat tegenover dat men zich eigenaar van dat stuk grond mag noemen. Voorschrift is dat de vakken worden omzoomd door paden van 11 meter breed,een z.g. sortie. Enkele van deze paden groeien later uit tot zijwegen, zoals de Panweg, de Prins Alexanderweg, de Dolderseweg en de Veldmaarschalk Montgomeryweg. De nieuwe weg krijgt een breedte van 60 m. Er worden 3 rijen witte populieren in het midden van de weg geplant. Deze Berchwech of Amersfoortsche Straatweg is een jaar later gereed. Zeventiende eeuw
Veel eigenaren bouwen een huis op hun perceel. Dat is aantrekkelijk, omdat hun bezit dan uitgebreid mag worden tot 100 roe (377 meter) breed. Soms ligt deze uitbreiding aan de andere kant van de weg recht tegenover hun perceel. Meestal is het echter een verlenging naar achteren. Amersfoort krijgt op zijn grondgebied 12 vakken te verdelen. Vak 15 is een van de vakken uitgegeven door de gemeente Soest en ligt in het gedeelte, dat later de naam Soesterberg zal krijgen. De heer Splinter wordt eigenaar van dit vak en wil er een tapstede (bierhuis) beginnen. Hij krijgt vergunning met de conditie dat 25 jaar lang geen ander aan de weg een tapstede mag beginnen.
Op vak 19 bouwt Jasper Schade van Westrum een huis genaamd 'Zandbergen'. Oude kaarten zijn niet erg betrouwbaar. Zo is 't Panhuys waarschijnlijk niet het tegenwoordige 'De Pan', maar een huis dat op de plaats van Oud Zandbergen staat. 't Huys op de Hey' ligt op een kaart uit 1628 niet op de plaats van het huidige Huis ter Heide, terwijl het daar volgens Bartjens wel moet liggen. Op een kaart uit 1680 staat op de plaats van Sterrenberg 'Dykvelts Huys'. lets verder richting Amersfoort bij Egghermonde staat 'Weerdenburgh'. De Britse schrijver John Evelyn bezoekt in die tijd ons land en beschrijft de weg als volgt: 'een avenue van vier mijlen lang en 50 voeten breed, met jonge eiken beplant, zoo recht als een lijn van de stad Utrecht tot Amersfoort'. We kunnen dus concluderen dat het een bijzondere weg is. De eigenaren vergaderen regelmatig om te praten over het onderhoud van de weg. Op 20 augustus 1655 komen ze voor het eerst bijeen in 't 'Huys Terheijden'. De notulen openen met: 'Op heden den xx Aug. 1655 aen 't Huijs ter Heijden geconvoceert ende vergadert zijnde ....' De heren beschuldigen elkaar op de vergaderingen nogal eens van slecht onderhoud. Het is echter ook vechten tegen de bierkaai. Het blijft een zandweg met dikwijls diepe karrensporen, alle harkactiviteiten ten spijt, 's Winters is de weg soms wekenlang niet begaanbaar. Notabelen die goed bij kas zitten vinden een tapstede een goede geldbelegging. Vandaar dat dergelijke gelegenheden doorgaans in handen zijn van mensen die er warmpjes bij zitten. Ze verhuren het bierhuis voor een vast bedrag aan iemand, die als herbergier daar de scepter zwaait. Huys Terheijden is b.v. achtereenvolgens eigendom van: Jonkvrouwe Aletta Vermeer, Carel Gustaaf Faick, Walter Bisdom kanunnik ten Dom, Mr.Laurens Jan Nepven, enz. Deze contrei heeft nog geen officiele naam. Namen als Den Bergh, Heybergh of Amersfoortsche Bergh worden regelmatig gebezigd, evenals De Streek. Als de weg er eenmaal ligt, vestigen zich er meer mensen, veelal vanuit Soest. Het zijn boeren die meestal in plaggenhutten wonen. Bij een iets ruimere beurs veroorlooft men zich een witgekalkt boerderijtje. De meeste agrariers houden zich bezig met het vervaardigen van bezems en boenders. Deze voorwerpen verkopen ze op de markten in de omtrek. Via een smal paadje zwoegend over 't Hoogt bereiken ze na 5 km Soest. Het is niet verwonderlijk dat ze de voorkeur aan Amersfoort geven. Ze hoeven dan alleen terug de berg op als ze 'los' zijn.
De bevolking duldt geen vreemdelingen in de nabijheid. En iemand uit een andere plaats behoeft niet te proberen er met de dochter van een van de boeren vandoor te gaan. Hij loopt kans een mes tussen zijn ribben te krijgen. De veestapel bestaat uit schapen en soms een enkele koe. Daarnaast is de bijenteelt op de rijk van honing voorziene heide een welkome aanvulling. De korven huren de boeren van het kerkbestuur van Soest voor de prijs van 5 cent per korf. De gemeente Amersfoort doet nogal eens moeilijk, omdat er bijen zijn, die de onhebbelijke gewoonte hebben de zoetstof van het grondgebied van die stad weg te halen! In 1721 neemt b.v. de gemeente Amersfoort een korf in beslag. Soest dient daarop een request in bij de Ambachtsvrouwe van Soest, prinses Maria Louise. De gemeentegrenzen staan in dit onherbergzame gebied nog geenszins vast. Zelfs in de 19-de eeuw bestaat er nog onzekerheid over die grenzen. De hutten blijven zich verschuilen achter aarden wallen. Slechts kinderen, in lompen gehuld, die aalmoezen vragen bij de passerende rijtuigen, brengen wat leven in de brouwerij. In 1808 wordt een aanvang gemaakt met het bestraten van de weg, maar dat verandert niets aan de eenzaamheid. Op 18 juli 1837 wordt bij Koninklijk Besluit de naam Soesterberg vastgesteld. Ook nu wordt verzuimd de grenzen precies vast te leggen. Dit wordt oorzaak van veel onenigheid tussen de gemeenten Amersfoort, Soest en Zeist. Behalve het plaatsen van bijenkorven gaan de twisten ook over het maaien en afplaggen van de heide voor brandstof en het drijven van de schapen. Op 2 oktober 1850 komt een verordening af voor molenaars in de provincie Utrecht, die hun molen binnen 25 el van een weg hebben staan. Zij zijn verplicht bij het passeren van paarden of rijtuigen hun molen stop te zetten op straffe van een boete van tien gulden of drie dagen hechtenis. Napoleon Op de Franse Nationale Feestdag 14 juli 1804 arriveren 14 Franse en 8 Bataafse (Ned.) bataljons met zo'n 60 kanonnen op de Leusderhei. De Franse generaal De Marmont heeft deze plek uitgekozen, omdat dit tenminste een hoog en droog gedeelte van het lage landje aan de zee is. De weg door Soesterberg wordt door de militairen verbeterd, daar deze als heirbaan dienst moet doen. Er huizen ruim 20.000 militairen op de uitgestrektheden van Midden-Nederland. Daar het zo'n droog gebied is verzuimt de bevelhebber barakken te plaatsen. Hij volstaat met tenten. Dat komt de mobiliteit van het leger ten goede. Hij kent echter het grillige Hollandse klimaat niet goed genoeg. De overvloedige augustusregens doen stroompjes ontstaan die zand van de hellingen meenemen.
In de napoleontische tijd zijn er grote legerafdelingen op de heide bij Soesterberg gehuisvest. Uit dit kaartje van rond 1860 blijkt dat de militaire aanwezigheid gebleven is. Zo'n groot contingent militairen trekt uiteraard veel belangstellenden. Om aan drinkwater te komen worden putten gegraven van ongeveer 45 voet diep. De rij waterputten is op het kaartje te zien. Op diverse zondagen komen er zelfs op de toegangswegen verkeersopstoppingen voor van allerlei rijtuigen! 1860 In het voorjaar van 1982 werd bij graafwerkzaamheden één der waterputten van Napoleon blootgelegd. Deze put lag op enkele honderden meters vanaf het punt waar de Richelleweg een aftakking heeft richting Amersfoort. Bovenaan de foto zien we de begane grond. De put bleek opgebouwd te zijn van conisch toelopende stenen, kennelijk speciaal voor dit doel vervaardigd.
Diverse landgenoten proberen aan de soldaten te verdienen door een kleine nering op te zetten vlakbij de plaats waar de soldaten zijn gelegerd. Daaruit ontstaat later een buurtschap. Aan de bekende slag bij Austerlitz, waar Napoleon de Oostenrijkers en de Russen in 1805 versloeg, dankt dit dorp zijn naam: Austerlitz. In de loop der jaren waait en spoelt veel zand weg. De wind heeft op de kale vlakte vrij spel. Pas in 1894 beseft men dat de zandheuvel grote historische waarde heeft. De heuvel wordt gerestaureerd en van een stenen obelisk voorzien. Om het zand vast te houden plant men op en rondom de heuvel bomen. Deze benemen weldra zodanig het uitzicht dat de grootsheid van de pyramide niet meer tot z'n recht komt. Tevens wordt besloten een groot deel van de Utrechtse Heuvelrug te bebossen. Er ontstaat daardoor een uniek stuk natuurschoon met vele geïmporteerde dennen, sparren en lariksen. Ze gedijen goed temidden van de beuken, zomereiken en Amerikaanse eiken. Die natuur trekt vele rijke kooplieden uit Holland aan. Zij bouwen er kolossale huizen, waarin zij de zomermaanden doorbrengen. Deze villa's krijgen later vrijwel allemaal permanente bewoning. Door de opening van de Centraal Spoorweg in 1863 verandert er veel in Soesterberg. Rijden er tot 20 augustus van dat jaar 18 diligences vice versa door het dorp, van die datum af is dat afgelopen. Reizigers nemen nu de spoortrein tussen Utrecht en Amersfoort. De meeste post gaat nu ook per trein. De treinen stoppen temidden van de heide bij de halte Soesterberg. Het heidedorp heeft nu wel zijn spoorverbinding, maar profiteert er nauwelijks van. De halte ligt te ver weg. En het reizigersverkeer over de Amersfoortsche Straatweg wordt beduidend minder, hetgeen de tapperijen (er zijn er inmiddels diverse bij gekomen) goed in hun beurs merken. Om 6 uur in de ochtend vertrekt een diligence uit Amersfoort en om 9 uur uit Utrecht. Overdag laat de postkoets zich even zien. Verder rijdt er 's avonds om 17 uur uit de Keistad een koets naar de Domstad en deze keert om 20 uur weer terug. Dat is alle openbaar vervoer. De toenmalige pastoor van Soesterberg, L. Rademaker klaagt er over, dat de straat er zo stil en verlaten bij ligt. Het weerhoudt Johannes van Lint er niet van in 1873 in zijn boerderijtje sterke drank te gaan verkopen. Hij richt zijn voorkamer daartoe in. Hij geeft de naam 'Café De Zwaan' aan zijn tapperij. Zij is strategisch gelegen op de hoek van de weg naar Soest. Het schijnt dat het in die tijd met roofovervallen wel meevalt. De weg heeft echter een slechte naam. Menig doortrekkend reiziger maakt waarschijnlijk dankbaar van de trein gebruik. Soesterberg in vogelvlucht.
|