Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Menu

Veen en Turf is Soesterveen

Fred G van den Beemt

Veen en Turf is Soesterveen (VZTS Jaargang 1, nummer 1 uit 1980)
door Fred. G. van den Beemt

Dit verhaal begint ongeveer 7500 jaar geleden. De temperatuurstijging was duidelijk herkenbaar. Voordien was het honderden jaren zeer droog geweest; warme zomers en zeer strenge winters.
Door de droogte, warmte en koude kon zich geen plantengroei ontwikkelen.


Het ontstaan van een hoogveen (volgens Visscher 1949).

De letters a - h duiden op de opeenvolgende stadia van de groei van het veen. Geleidelijk aan was het landklimaat in een zeeklimaat veranderd. De winters werden milder en de neerslag nam sterk toe. Voor de plan ten T. groei heeft dit sub-tropische klimaat grote gevolgen. Er ontstaan op vele plaatsen uitgestrekte bossen en weldra is het land, wat later Soest zou heten, geheel bedekt met een rijkdom aan bomen, zoals beuk, iep, els, hazelaar en wilg. Door het warme klimaat smelt de ijskap en het zeewater stijgt. Door deze stijging ontstaat op de lagere plaatsen - eens uitgewaaid door de wind, de moeras vorming, de latere venen.

Ook het Soesterveen ontstaat nu. De oorspronkelijke zandondergrond van het Soesterveen is kort na de vierde ijstijd (12.000 jaar geleden), uitgestoven tot een lemige laag (keileem); ondoordringbaar voor water. Door de lemige ondergrond bleef het hemel-en het kwelwater afkomstig van de Soestereng en de Soesterduinen in deze kom staan. Er ontstond een 'stilstaand' meer vlak achter de Eng. In dit meer ontwikkelden zich plantensoorten zoals zegge, kalmoes, waterzuring, bies en verschillende rietsoorten. Aan de randen van het meer, vanaf de hogere gronden ontstond bos veen, rietveen en veenmosveen.

De overbegroeiers verschaften jaarlijks grote hoeveelheden dood plantenmateriaal dat naar de bodem van het meer wegzakte. Waar aanvankelijk riet groeide treft men korte tijd later de snel uitbreidende zegge aan. De wortels van de dode en levende planten hielden slib vast, waardoor een moeras ontstond. Na verloop van jaren kreeg deze waterrijke ondergrond vastigheid en werd land. De vorming van het veen heeft waarschijnlijk geduurd tot omstreeks het begin van de jaartelling.

De vervening van het Soesterveen,

Rietveen en zeggeveen, waaruit het Soesterveen voornamelijk bestaat is in feite als grondstof ongeschikt voor vervaardiging van turf, omdat er te veel as overblijft. Toch heeft men, door de heersende armoede, het Soesterveen op vele plaatsen uitgegraven voor het winnen van deze brandstof. Waarschijnlijk is in het midden van de 14de eeuw een begin gemaakt met het afgraven van het veen in Soest. In 1398 gaf de bisschop van Utrecht, Frederik van Blankenheym, vergunning om een waterweg te graven naar de Eem om de turf uit het Soesterveen af te voeren. De motivering van de bisschop voor het graven van deze nieuwe waterweg luidt: "om de toestand in onsen kercken en de ondersaten venen in het gerecht van Soest after de Zoesenghe te verbeteren". De bisschoppen van Utrecht zouden te allen tijde het recht hebben vrijelijk turf, die voor hun eigen gebruik diende, uit het aan hen behorende veen via deze nieuwe gracht te vervoeren. (Gottschalk 1970) .

1}  Nog steeds hebben de bewoners in de nieuwbouwhuizen, die de laatste jaren in het Soesterveen zijn gebouwd, hinder van deze keileemlaag. Voortdurend staan bij verschillende huizen de kelders vol met zakwater, dat niet door de keileemlaag weg Kan zakken. De gemeente Soest is thans bezig deze ondoordringbare Keileemlaag te perforeren om de wateroverlast op te heffen. 

Deze nieuwe gracht, de Praamgracht geheten is nu nog voor ons een bekende naam. In de tweede helft van de 15de eeuw is de afgraving van het Soesterveen zover gevorderd, dat men stukken voormalig veen in de buurt van de Soestereng in cultuurland omzette en er huizen ging bouwen. 

Uit een stuk van koning Philips II uit 1569 blijkt, dat de afgraving van het Soesterveen één van de meest belangrijke inkomsten was van de bevolking. We lezen:" Er is hier een zeer arme schamele gemeente van volk, die voor het merendeel haar brood met handenarbeid moet winnen. De mensen wonen veelal in gehuurde huizen en akkers, zij verdienen de dagelijkse kost met turf , de één die ze graaft, de ander die ze naar Amersfoort of Utrecht ter markt brengt". In 1815 werd door het Departement van Oorlog een vragenlijst verzonden aan alle Burgemeesters met het verzoek deze in te vullen. Uit het antwoord van de burgemeester van Soest op de vraag of er in de gemeente delfstoffen aanwezig zijn, antwoordt deze: "Er wordt alhier een ligte kwantiteit turf gestoken en gebaggerd, als ook plaggen gemaaid, zoo wel om te branden als ter mesting. Van de turf wordt jaarlijks een zes à zeven duizend tonnen gebaggerd en gestoken en naar elders vervoerd". Tot het begin van deze eeuw werd nog zeer incidenteel turf gestoken of gebaggerd. Oude topografische kaarten van 1860 en 1890 laten een sterk vergraven landschap zien met strokenverkaveling. Na 1900 is het verveende land sterk veranderd, door o.a. de ontwatering en in cultuur brengen van het Soesterveen. Het voormalige moeras is veranderd in gras' land en nieuwbouw. Op sommige plaatsen vinden we nu nog kleine akkertjes en moestuinen, waar duidelijk de sporen van het voormalige veen aanwezig zijn.

Het veen van Soest is grotendeels afgegraven, maar de namen zoals Praamgracht, Veensloot, Veenzoom en Soesterveen leven voort in de toekomst. Deze namen herinneren aan het "natte goud", dat voor de armelijke Soesterbevolking eens een onmisbare bron van bestaan was.

 

Geraadpleegde literatuur:

Boon, J.G.M. ; De Utrechtse Gemeenten in 1815; uitgave Prov. Utrecht 1972.
Degmann-Van Der Steur,J; Turf heeft een nieuw gezicht uitg. Misset-Doetinchem 1986
Edelman, Prof. Dr. C.H.;Over de bodemgesteldheid van Midden-Nederland; Oosthoek's uitgevers mij. Utrecht 1947
Gottschalk, Dr. M.K.E; De waterbeheersing in het Stichtse Veengebied ten Oosten van de Vecht tijdens de ontginnings periode. KNAG 1956 pp 311-317
Gottschalk, Dr. N.K.E.: Historische Geografische ontwikkeling in en om Soest; Jaarboek Oud Utrecht 1970, pp. 103-132; 
Pluim, T, "Soest" "Buiten" 21ste Jaargang, no. 34, 1927
Poelman. Ir . J.N.B. De bodem van Utrecht; Toelichting bij blad 6 van de bodemkaart van Nederland, schaal 1:200.000; uitg. Stichting voor Bodemkartering-Wageningen; 1966
V i s s c h e r , Dr.H.A.; De Nederlandse landschappen; Aula Paperback 33, Uitg. Het Spectrum, Utrecht / Arnhem 1975.

 

 

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto