Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Museum: een rommelkamer voor de preciezen of de rijkelijken

Wim de Kam

De afgelopen zomer kwam ik tijdens een vakantie in Rockanje toevallig terecht in een zaak voor curiosa, genaamd 'het koeiesteyn'. ik zei tegen mijn vrouw: "Dit zou iets voor Anton zijn". Met Anton bedoelde ik: Anton v.d. Dijssel, de beheerder van het Museum Oud Soest. Vanwaar die opmerking?

De winkel en de directe omgeving stond propvol met meubilair, keukengerei, serviesgoed, kleine werktuigenetc.uit de 19eeeuw en de eerste helft van de 20e eeuw. Het deed me onmiddellijk denken aan het Museum Oud Soest, waar niet alleen zichtbaar uitgestald in de expositieruimten maar ook in alle verborgen hoeken en gaten onder de grond en onder het dakgewelf van het voormalige klooster materiaal uit voorbije tijden is 'opgeslagen'. Plagend noem ik de beheerder wel eens Jopie Huisman( Workum), waarop hij reageert met de woorden :"Weggooien kan altijd nog"en citeert het gezegde: "Wie wat bewaart heeft wat".
Regelmatig wordt in het bestuur gediscussieerd over de vraag: moeten we alles wel blijven bewaren wat in de loop van de tijd is verkregen en doorgaan met het blijven aannemen van spullen die mensen ons aanbieden?
Ik wil niet verhelen dat de meningen daarover uiteenlopen. Naast de aanhangers van het bewaren ("weggooien kan altijd nog") zijn er voorstanders van opruiming en strenge selectie aan de poort. Zij die zich professioneel met museale activiteiten bezighouden zoals b.v. de provinciale museumconsulent zijn in informele contacten kritisch over de samenstelling, beheer en presentatie van de collectie.
Wat is het beleid dan zult u zich wellicht afvragen.
Er is een officieel beleidsplan vastgesteld (voor het eerst in 1996 en opnieuw in 2002 voor een periode van 5 jaar). In dit beleidsplan wordt allereerst geciteerd het statutaire doel van de Stichting Oud Soest , die het museum exploiteert, te weten: "het bevorderen van de belangstelling voor en de kennis van de geschiedenis van de gemeente Soest en haar omgeving". Vervolgens wordt aangegeven dat de stichting dit doel tracht te realiseren door het in eigendom of bruikleen verwerven van oude gebruiksvoorwerpen en alle andere zaken welke verband houden met de geschiedenis van Soest en haar omgeving. Deze voorwerpen en zaken dienen te worden bewaard en regelmatig worden tentoongesteld.

Het kenmerkende criterium is dus: de geschiedenis van Soest en omgeving . Is de collectie daarop afgestemd? In het beleidsplan staat dat de huidige collectie min of meer tot stand is gekomen door toevallige omstandigheden van verwerving. Tevens wordt opgemerkt dat het gewenst is dat de collectie zo goed en volledig mogelijk wordt afgestemd op de doelstelling en in ieder geval het resultaat wordt van min of meer bewuste keuzen. Om die keuzen te kunnen maken is als eerste stap urgent een inventarisatie van alle voorwerpen.

Tot zover het beleidsplan, ook al staat daar nog veel meer in. Mooie beleidsformuleringen op papier kunnen niet in een handomdraai worden verwezenlijkt. Dat geldt voor organisaties in het algemeen maar zeker ook voor instellingen die volledig afhankelijk zijn van de inzet van vrijwilligers. Bovendien moeten vrijwilligers — en dat geldt zeker voor hen die met hart en ziel zich in hun vrije tijd inzetten voor een zaak — zich kunnen herkennen in het beleid en de uitvoering daarvan. Betekent dit nu bij voorbaat een vergaande relativering van het beleidsplan? Nee, het beleidsplan is richtinggevend voor en de toekomst en met de urgente taak van inventarisatie van de collectie is een begin gemaakt. Bij de uitvoering daarvan moet men echter wel waken voor een al te gemakkelijk nastreven van eigentijdse — dus tijdgebonden -(professionele) opvattingen over samenstelling en presentatie van voorwerpen die zich ook kenmerken door een bepaalde eenzijdigheid. Bovendien is een zekere behoedzaamheid voor te snelle keuzen geboden.

Ik zal dit toelichten met een voorbeeld. Op de eerste verdieping van het museum is ingericht een zogenaamde stijlkan-ier. Bij de registratie van de voorwerpen die daar zijn geëxposeerd werd ik al spoedig gewaar de toevalligheid van de daar uitgestalde collectie. Zo is b.v. het kabinet in het verleden gekocht bij een antiquair en is onbekend of dit meubelstuk uit Soest of omgeving afkomstig is. Hetzelfde geldt voor de klok. De bedstee is afkomstig uit een inmiddels gesloopte boerderij in Woudenburg ook al kan die plaats wellicht nog tot de omgeving worden gerekend. De stijlkamer lijkt de weergave van de woonruimte van een rijk rooms-katholiek boerengezin uit de periode 1875-1925. Diverse voorwerpen in de stijlkamer (zoals crucifix) getuigen van een r.k. gezindte. Er hangen portretten van r.k. boerenechtparen uit die periode. Er staat echter ook een orgel opgesteld dat waarschijnlijk is gebruikt in een protestants huishouden.

Bovendien hangt er een radio uit het distributietijdperk van de jaren dertig van de vorige eeuw.
Moeten het kabinet, de klok, de bedstee of het radiotoestel nu verwijderd worden omdat er geen directe relatie ligt met de geschiedenis van Soest in de aangegeven periode? Moet het orgel wel omdat het niet waarschijnlijk is dat ten huize van een r.k. boerengezin dat werd bespeeld of omdat er op de afdeling religie van het museum ook al een huisorgel is uitgestald?
Of is het voldoende dat elk van die voorwerpen op zich en wellicht ook nog de opstelling in het verband van een stijlkamer een 'historische sensatie' kan oproepen omdat het sporen zijn van gebeurtenissen in het verleden die een beeld oproepen over het leven in bepaalde periodes.

Het is onmogelijk om het verleden (het heden van toen) nu integraal aanwezig te stellen. Door de resten van stukken uit het verleden op te stellen waarvan aannemelijk is dat die of soortgelijke stukken ook in Soest werden gebruikt installeert het museum gebeurtenissen als spoor.
Na dit uitstapje naar de 'beleidskamer' van de Stichting Oud Soest hoop ik in een volgend nummer weer een spoor te belichten naar het verleden aan de hand van een reststuk uit de interessante oudheidkundige `rommelkamer" die Anton en zijn medewerkers met zoveel inzet voor de kunst van het bewaren met zorg en aandacht beheert. Dan zal ook aandacht worden geschonken aan een interessant project voor de basisscholen "Jet en Jan" dat dit najaar start en waarbij getracht zal worden iets van de historie uit 1910 voor leerlingen te doen herleven. Overigens is bij de voorbereiding van dit project gebleken dat het gezegde"wie wat bewaart die heeft wat" alleszins van toepassing was. De medewerkers van het Erfgoedhuis Utrecht waren enthousiast over de vele gebruiksvoorwerpen uit die periode die het museum beheert. Uit de hoeken en gaten kon Anton zonder veel inspanning en slechts voorzien van een glaasje spraakwater gemakkelijk vijf schootkoffiemolens uit die tijd te voorschijn toveren en veelzeggend o.a. opmerken "weggooien kan altijd nog"!.

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto