Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Van Logement Ubbink tot Hotel Trier Soestdijk

Rene van Hal

De afgelopen maanden ontstonden er telkens discussies over de verkeerssituatie rondom Paleis Soestdijk vanwege de toekomstplannen en de overlast van het doorgaande verkeer door Baarn. Het doortrekken van de Biltseweg via de Praamgracht naar de Al is een van de ideeën die gelanceerd werd. Bij al die plannen en de daaruit voortvloeiende discussies blijft het nog steeds bekende "Kruispunt Trier" een onderwerp dat emoties oproept. Niet zo zeer als kruispunt maar wel vanwege de verhalen rondom Hotel Trier.

Hotel Trier stond aan de Praamgracht nummer 11 en lag precies op de grens van Baarn en Soest. Het was Baarns grondgebied, maar doordat Hotel Trier steeds verbonden werd met de plaatsnaam Soestdijk was dit bij velen niet bekend. In de historische boekwerken die over Baarn geschreven zijn, komt Hotel Trier maar summier voor. Jarenlang is het toch een hotel met status geweest en een met een roemruchte geschiedenis. Daarom maar eens in de geschiedenis gedoken om meer over dit hotel te weten te komen.

Logement Ubbink


Advertentie uit 1857

De basis voor de geschiedenis van Hotel Trier begint bij Logement Ubbink,dat in augustus 1897 is overgenomen door de heer C. Trier. Dit gebeurde via de Maatschappij tot Exploitatie van het "Poolsche Koffiehuis" gevestigd in Amsterdam. Logement Ubbink was te koop, nadat de eigenaar en exploitant Gerrit Ubbink op 5 juli 1897 op 39-jarige leeftijd was overleden. Gerrit had trouwens slechts dertien jaren ervoor (in 1884) dit logement van zijn vader Hendrik Ubbink om gezondheidsredenen overgenomen. Hendrik Ubbink overleed kort daarna op 31 mei 1885. Hendrik Ubbink had in april 1857 het toen al aan de Praamgracht gelegen "Logements en Stalhouders Affaire G. van Leersum" overgenomen. Dit nadat hij een maand tevoren op 14 maart 1857 was getrouwd met Wijgje van Herwaarden. Beiden waren in Soest geboren en zullen ongetwijfeld bekend zijn geweest met het bestaan van dit logement en dat het te koop stond. De moeder van Hendrik Ubbink was een geboren Van Leersum en familie van de eigenaar van het logement.
Voor Hendrik Ubbink zal deze rol niet vreemd geweest zijn, omdat zijn vader Gerrit Ubbink herbergier was (geweest) van Herberg De Drie Ringen in de Kerkebuurt van Soest. In de huwelijksakte van Hendrik Ubbink met Wijgje van Herwaarden wordt vermeld dat vader Gerrit winkelier was en hijzelf timmerman.

De term logement was in die tijd gebruikelijk wanneer het om een hotel ging. Behalve de exploitatie van het logement omvatte het complex ook een Stalhouderij. Naast de mogelijkheid om er paarden te stallen, fokte de heer Hendrik Ubbink ook paarden. Regelmatig zien we in advertenties dat er goed getrainde paarden verkocht worden. Dat gebeurde veel in spannen van 2. Waarschijnlijk was hij naast fokker ook een menner die zijn paarden voor de koets zette om ritjes door de omgeving te maken.

Rondom het Logement en de Stalhouderij was veel ruimte. Aan de zijde van de Praamgracht en de Soestdijkerstraat was een ruim terras ingericht, waarbij eeuwenoude bomen zorgden voor de nodige beschutting. De aantrekkelijkheid van het terras en een verblijf in het logement werden voor een deel bepaald door de directe aanwezigheid van het Paleis Soestdijk dat zeker in de zomermaanden veelvuldig door de Koninklijke Familie werd bewoond.


Hotel Ubbink

In 1879 zien we de naam van Logement Ubbink langzaam gewijzigd worden in Hotel Ubbink.

Logement/Hotel Ubbink belangrijke ontmoetingsplek
Het logement en later het hotel waren voor de omgeving belangrijke plaatsen om bijeen te komen. Het Koninklijk Huis hield jaarlijkse openbare verkopingen van hout dat uit het onderhoud van de Domeinen beschikbaar was gekomen. In de Koninklijke Domeinen stonden veel soorten bomen (eiken, sparren, kastanjebomen, iepen, beuken).

In Logement Ubbink vond ook de driejaarlijkse verpachting plaats van de tollen van de doorgaande wegen in de omgeving van Baarn, Soest en Eemnes, zoals de Veenhuizertol, de Tol in de Birkt en aan de weg naar Soesterberg in Soest, bij Groeneveld in Baarn, maar ook die bij Huizen, Blaricum en Naarden. De opbrengst was voor de eigenaren van de wegen, die daarvan het onderhoud konden betalen. Alhoewel nogal vaak werd geklaagd over de onderhoudstoestand van de wegen.

De gastvrijheid van de familie Ubbink gold ook voor de diverse Openbare Verkopingen van Buitenplaatsen in Soest en Baarn en vrijwillige- en faillissementsverkopen van roerende en onroerende goederen. Opvallend daarbij is dat zowel Hendrik als Gerrit Ubbink een rol speelde in het verstrekken van informatie over hetgeen verkocht werd en zij ook de kijkdagen regelden.

Vernieuwingen na overname door Gerrit Ubbink in 1885
In 1884 is al duidelijk dat de gezondheidstoestand van Hendrik Ubbink slechter wordt. Hij wil het hotel van de hand doen. Daar is het uiteindelijk niet van gekomen, omdat zoon Gerrit en zijn toen nog aanstaande vrouw Cornelia Geertruida Schimmel de exploitatie overnamen. Op 27 maart 1884 trouwde het paar in Amersfoort. De familie Schimmel was ook een Amersfoortse horecafamilie. Beide broers Antonie en Dirk, die bij het huwelijk getuigen waren, zijn eveneens logementhouders. Antonie was op 17 januari 1884 getrouwd met Rijkje Ubbink, de oudere zus van Gerrit.

De overname van de exploitatie door zoon Gerrit Ubbink zorgde voor steeds meer leven en entertainment in het hotel. In de zomermaanden werden op het terras concerten georganiseerd door verschillende muziekgezelschappen, waaronder veel militaire muziekkorpsen. Het terras bood plaats aan 400 tot 500 bezoekers. Bij de organisatie van de concerten werd later ook samengewerkt met de heren Zeiler en Veerman, eigenaren van de Baarnse hotels Zeiler en Velaars. Hierdoor ontstond een jaarlijks programma met ongeveer 12 goede muziekuitvoeringen in de Baarnse horeca, zoals in een bericht in een van de kranten is beschreven.

Het hotel werd nog steeds regelmatig gebruikt voor openbare verkopingen en verpachtingen. Met de geboorte van Prinses Wilhelmina en het feit dat Koningin-Moeder Emma veelvuldig op Paleis Soestdijk verbleef, stimuleerde de aantrekkingskracht van het nabijgelegen Paleis Soestdijk voor veel dagjesmensen. Zeker ook wanneer de verjaardag van het Prinsesje op Soestdijk werd gevierd. Alhoewel er wel initiatieven waren genomen om het hotel te verbouwen en aan te passen aan de eisen van de tijd, is het daar onder het beheer van Gerrit Ubbink niet van gekomen.

Overname hotel door de heer C. Trier
Op 5 juli 1897 overleed Gerrit Ubbink, slechts 39 jaar oud, en nog dezelfde maand volgt het bericht dat Hotel Ubbink is overgenomen door de heer C. Trier. De koopsom bedroeg fl. 70.000. Hij was op dat moment pachter/ exploitant van het gerenommeerde Poolsche Koffiehuis in de Kalverstraat in Amsterdam. De heer Trier was afkomstig uitPilsen(vlakbij Praag) in Tsjecho-Slowakije en als "bierhandelaar" naar Nederland gekomen. In 1888 heeft hij het agentschap van Wrzburger Hofbrauhaus in Amsterdam overgedragen aan L. Beukman, waarbij klanten de bieren bij de portier van het Poolsche Koffiehuis konden bestellen, en richtte zich volledig op de exploitatie van hotel(s).

De heer Trier zal zeker de intentie gehad hebben van Hotel Trier een locatie te maken met een grote uitstraling, zoals hij dat ook had met zijn hotels in de Kalverstraat in Amsterdam (Poolsche Koffiehuis en Suisse).

  Vernieuwd Hotel Trier 1898

Al snel na de overname in november 1897 wordt er melding van gemaakt dat de keuken een aantal weken dicht zou gaan, vanwege de verbouwing van het hotel. Voor een drankje en voor bijeenkomsten blijft het hotel geopend. Op 10 april 1898 wordt het hotel Trier heropend, waarbij wordt vermeld dat deze opnieuw gerestaureerd is en "ingericht aan de eischen van den tegenwoordigen tijd". In de naamgeving wordt onderscheid gemaakt tussen Hotel/Pension en Café/Restaurant, met in de advertentie een verwijzing naar het nabijgelegen Paleis Soestdijk. Het restaurant met terras wordt al snel een drukke pleisterplaats voor wielrenners. Niet voor niets wordt er vermeld dat er een verbandkist en alle benodigde ingrediënten voor wielrijders aanwezig zijn.

De heer Trier pakt ook de concerten weer op en zorgt voor feestverlichting op het terras om het extra gezellig te maken. Om ook uit Baarn voldoende belangstelling te trekken worden rondom de concerten extra ritten van de paardentram ingezet.


Gezamenlijke exploitatie 1899

Tijdens de eerste Algemene Vergadering van aandeelhouders van de "Naamloze Vennootschap tot exploitatie van 't Poolsch Koffiehuis" in Amsterdam op 30 april 1899 werd besloten tot de aankoop van Hotel Trier te Soestijk. Ook de aankoop van Café en Hotel Suisse (gelegen tegenover 't Poolsch Koffiehuis in de Kalverstraat) werd bekrachtigd door de aandeelhouders. De koopsom bedroeg resp. fl. 150.000 en fl. 450.000. Daarmee bezat de NV drie hotels, die gezamenlijk werden geëxploiteerd door de heren C. Trier en Joh. Eggens. De heer Trier was in de dagelijkse praktijk verantwoordelijk voor de exploitatie van Hotel Trier. De zaken floreerden, want jaarlijks werd dividend uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Memorabel is te noemen dat in 1901 in Hotel Trier pils werd geïntroduceerd in Nederland. Pils was met name verbonden met het bier uitPilsen,een plaats in de buurt van het Tsjecho-Slowaakse Praag.
In 1902 wordt geklaagd dat het mooie weer lang op zich laat wachten. Zelfs met Pinksteren is het zo koud dat de terrassen bij de restaurants leeg bleven en de eigenaren inkomsten misten. Dat gold ook voor Hotel Trier, waar de tafels met stoeltjes buiten nog in de winterstand stonden.

Tot de winter 1908/1909 is Hotel Trier alleen in de zomermaanden geopend. Het hotel beschikte nog niet over een (centrale) verwarming. In de winter 1908/1909 wordt deze verwarming aangelegd en wordt het hotel verder aangepast aan de eisen van de tijd. Tijdens de wintermaanden was er een huisbewaarster aanwezig. Ondanks dat het hotel niet in gebruik was, ontstond er in januari 1904 brand, die vanzelf weer is uitgegaan. In enkele kamers zowel op de begane grond als op de verdieping, werden brandresten gevonden. Gedacht werd aan brandstichting. Dat de brand van enige importantie was blijkt wel uit het feit dat de burgemeester van Baarn zelf onderzoek deed naar de brandjes.


Hotel Trier rond 1910

Naast de concerten in de zomermaanden bleef Hotel Trier ook gebruikt worden voor de organisatie van Openbare Verkoping en Verpachting van de Tollen langs de rijkswegen, houtverkoop van de Koninklijke Domeinen en vele buitenhuizen in de naaste omgeving. Het hotel bleef dus zijn regionale functie behouden.

Zowel de huisbewaarster als de staljongen (er was dus nog steeds een stalhouderij aanwezig) werden ondervraagd.

In april 1909 wordt het gerenoveerde hotel weer in gebruik genomen. De kamers waren nu ook voorzien van elektrisch licht en verwarming. De vertrekken werden ook als pensionkamers verhuurd, waardoor een betere bezetting kon worden behaald.

Op 19 juli 1918 overlijdt de heer Casper Trier op 61-jarige leeftijd en komt het hotel weer te koop. Op 1 en 8 april 1919 werd een Publieke Verkoping van het pand en de inboedel gehouden. Zoals gebruikelijk in die tijd in 3 fasen: inzet, afslag en eindcombinatie. De inzet kwam uit op fl. 48.700. Dat de boekwaarde veel hoger was, bleek uit een verslag van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 't Poolsch Koffiehuis, waarin wordt besloten de gehele reserve van de NV te bestemmen voor het "groote verlies" dat op de verkoop van Hotel Trier werd geleden.
Uiteindelijk wordt het Hotel Trier voor fl. 58.900 verkocht.

J.G. Schmidt nieuwe exploitant Hotel Trier (1919-1953)

 Publieke Verkoping Trier in april 1919

Al een week later (19 april 1919) wordt het Hotel Trier weer operationeel onder een nieuwe eigenaar, de heer J.G. Schmidt. Hij zet het voort onder dezelfde condities met concerten, openbare verkopingen, e.d. Het terras onder de vele bomen bleef ook een grote trekpleister. Voor auto's van de hotel/pensiongasten was een garage beschikbaar in de voormalige stalhouderij. Ook beschikte het Hotel Trier over een tennisbaan, waar ook een plaatselijke Soester vereniging gebruik van maakte voor haar trainingen, competitie en toernooien.

Uit een VVV-gids in Soest uitgebracht blijkt dat het hotel beschikte over 20 slaapkamers en 3 grote zitkamers. In die tijd was het de grootste accommodatie, die in deze VVV-gids stond. Zeker in de jaren '30 waren zowel Soest als Baarn zeer in trek voor een vakantie.

De heer Smidt heeft met zijn Hotel Trier zeer veel profijt gehad van het feit dat prinses Juliana en prins Bernhard in het Paleis gingen wonen. Niet alleen dagjesmensen, die een glimp van het prinselijk paar wilden opvangen, maakten gebruik van zijn voorzieningen, ook de buitenlandse pers werd ondergebracht in het hotel toen de prinsesjes Beatrix en Irene, en na de Tweede Wereldoorlog ook Marijke (Christina), werden geboren. Al dagen voor de daadwerkelijke geboorte hadden ze hun intrek genomen in het hotel en waren internationale telefoonverbindingen aangelegd. De binnenlandse pers had een kamer betrokken in het Badhotel te Baarn.

In de periode na 1920 werd het verkeer rondom Hotel Trier steeds drukker. Verschillende keren werden de eigenaren van de wegen (Hotel Trier naar De Bilt en Amsterdam naar Amersfoort) rondom het hotel aangesproken op de slechte toestand van de wegen en het kruispunt. Tot 1927 waren het nog particuliere tolwegen, daarna was de Provincie verantwoordelijk. Menigmaal gebeurden er ongelukken, met soms fatale afloop.


Hotel Trier mei 1945

Tijdens de oorlogsperiode is het natuurlijk een moeilijke tijd, ook voor de horeca. Rondom de bevrijding op 5 mei 1945 heeft het Hotel Trier een bijzondere rol vervuld. Op het kruispunt bij Hotel Trier werd op 5 mei 1945 de overgave van de Duitsers bekrachtigd aan de49th(WestRiding) Infantry Division.Militairen van de 13e BritsePolar Bears Divisionnamen daarna enkele dagen hun intrek in het hotel. Van daaruit waren ze betrokken bij de inzameling van de wapens en munitie van de bezetters, die op de weilanden naast de Biltseweg plaats vond. Een explosie van de munitie op 10 mei 1945 kostte 13 militairen het leven.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Hotel Trier nooit meer de grandeur van voor de oorlog teruggekregen. Natuurlijk was jaarlijks 30 april, Koninginnedag, een van de hoogtepunten in het jaar. Duizenden namen deel aan het jaarlijkse Bloemendefilé dat vanaf 1949 werd georganiseerd. Voor het hotel stond altijd een bloemenkraam waar bloemen konden worden gekocht. Het terras was een verzamelplaats van Oranjefans.

Eigenaar J.G. Schmidt overleed 8 december 1953, 70 jaar oud.


Hotel Trier op Koninginnedag

Hotel Trier eigendom van familie De Beaufort, Huize Den Treek (1953-1960)
De familie De Beaufort,eigenaar van Huize Den Treek in Leusden, kocht Hotel Trier en zetté de exploitatie voort. Ook zij wist geen nieuw elan te brengen in dit altijd nog op een unieke plaats in de nabijheid van Paleis Soestdijk staande hotel. Ze zette de exploitatie voort, zoals zij het gekocht had en eigenaar J.G. Schmidt het achterliet. In 1960 besloten zij het Hotel te verkopen aan de heer J. C. J. M. van der Assem.


Hotel Trier 1960 met kruispunt vanaf Utrecht

Grootse toekomstplannen J.C.J.M. van der Assem met Hotel Trier strandden en leidde tot afbraak in 1964.
De heer J.C.J.M. van der Assem, die in 1960 Hotel Trier kocht van de familie De Beaufort,had grootse plannen met Hotel Trier. Hijzelf was eigenaar van het eveneens gerenommeerde Hotel/Restaurant De Haagsche Schouw te Voorschoten [1]. Al vrij snel kwam hij met nieuwbouwplannen, die door de gemeente Baarn werden omarmd. Al snel was er ook een akkoord van de verschillende gemeentelijke instanties en de schoonheidscommissie en werd de bouwvergunning afgegeven. Het zou een hotel moeten worden met twee op elkaar aansluitende vleugels met diverse hotelkamers, een restaurant, een grote zaal van 14 bij 30 meter, een uitgebreid terras en een grote parkeerruimte op de plek waar de voormalige stalhouderij stond. Doordat het hotel aan een Rijksstraatweg stond en er wederom plannen waren om het kruispunt aan te passen, was er ook toestemming nodig van Den Haag.
Dit zou er uiteindelijk toe leiden, dat de nieuwbouw niet meer gerealiseerd werd en het pand een ruïne werd. Op 19 mei 1964 werd uiteindelijk begonnen met de afbraak.
Rijkswaterstaat, die advies moest geven voor de nieuwbouw, heeft hier jaren over gedaan. Zij had in 1962 het plan om de Biltseweg in 1967 door te trekken tot de Al en dan zou nieuwbouw van het hotel een obstakel vormen. Een deel van het terrein, waarop Hotel Trier zou komen, zou hiervoor nodig zijn. Hoeveel ruimte er nodig was, werd niet zo snel duidelijk en is ook nooit duidelijk geworden, omdat de plannen niet tot uitvoering zijn gekomen. De lange proceduretijd, maar ook de risico's voor de toekomst van het hotel, deed de eigenaar besluiten af te zien van afbraak en nieuwbouw en in 1962 maar in gesprek te gaan met de Provincie Utrecht over de verkoop van het complex. Hierover bereikte hij in 1964 overeenstemming met de Provincie Utrecht, die het complex overnam voor fl. 480.000.

Eind 1960 stopte hij al met de exploitatie van Hotel Trier en verplaatste de nog bruikbare inventaris (het grootste deel) naar zijn hotel in Voorschoten. De overige inventaris werd tijdens veilingen op 28 tot en met 30 juni openbaar verkocht. Omdat er nog wat spullen niet verkocht waren werd in september 1961 nogmaals een veiling georganiseerd.


Hotel Trier 1963

Daarna werd het hotel tot het moment van de definitieve afbraak een prooi van vandalen, waardoor er een ruïne ontstond. Dit werd geïllustreerd met de aanpassing van de benaming van het hotel van Hotel Trier in Hotel Triest. Vooral de jeugd vierde er feest. Dat konden ze volgens omwonenden ongehinderd doen.
De politie kwam volgens hen te weinig in actie kwam om ertegen op te treden. Voor de Baarnse politie, het hotel lag op hun grondgebied, lag het te ver buiten de route, ondanks dat er in die periode in de nacht meer ritten langs werden gestuurd. Voor de Soester politie gold dat het niet op het grondgebied van Soest lag en het niet hun verantwoordelijkheid was om op te treden. Berucht zijn de feestjes die er gevierd werden. Ze werden zelfs benoemd tijdens het proces rondom de "Baarnsche Moordzaak". De betrokken jongelui hadden zich ook in dit hotel uitgeleefd.

---

Soester Paardentram
Sinds 1874 beschikte Baarn over een treinstation gelegen aan de spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort. Ook inwoners van Soest maakten gebruik van dit station. Al in 1889 waren er initiatieven om een paardentramlijn aan te leggen vanaf het station Baarn naar Soest. Daarvoor was wel toestemming nodig van het Koninklijk Huis, omdat de tramlijn zou lopen over grond van de Koninklijke Domeinen. Uiteindelijk zou het 5 jaar duren voordat stappen werden gemaakt voor het aanleggen van de tramlijn. De exploitatie van de lijn zou gaan lopen van Station Baarn naar de remise, die gebouwd werd tegenover de Oude Kerk waar nu het Emmamonument staat.
Deze tramlijn liep ook langs Hotel Ubbink en kreeg er een halteplaats. Voor de exploitatie werd een "Naamloze Vennootschap Soester Paardentramweg" opgericht. Gerrit Ubbink was een van de aandeelhouders, zoals bijvoorbeeld ook de Soester burgemeester Loten van Doele Grothe, gemeentearts dokter Batenburg en de intendant van Paleis Soestdijk namens Koningin Emma. De Algemene Vergaderingen werden jaarlijks in Hotel Ubbink gehouden.

De paardentram is op 1 juni 1895 gaan rijden en is blijven rijden tot mei 1924, nadat in 1922 de paarden al waren vervangen door een auto (Ford).

------

Casper Trier (1857-1918)
Casper Trier is op 14 juni 1857 geboren in Pilsen(Tsjecho-Slowakije). Hij is al op jonge leeftijd naar Nederland gekomen en heeft in Amsterdam een agentschap geopend van de WUrzburger HofbraUhaus. Dit agentschap heeft Casper in 1888 overgedragen om toen pachter te worden van het vermaarde "t Poolsche Koffiehuis" aan de Kalverstraat/ Rokin. Dat hij ondernemend was blijkt wel uit zijn initiatief om dit oude etablissement te vernieuwen en uit te breiden. Hij richt hiervoor een NV Maatschappij tot Exploitatie van 't Poolsche Koffiehuis op met een werkkapitaal van fl. 300.000. Het bestuur werd gevormd door verschillende notabelen uit Amsterdam. Hij werd samen met zijn zwager JohannesEggersaangesteld als directeur. Op 27 september 1890 werd het nieuwe hotel met tal van technische snufjes, zoals licht, warm- en koud stromend water, een lift en een kegelbaan geopend.
De zaken gingen zo goed, dat al een jaar later aan uitbreiding werd gedacht. Naast gelegen panden werden aangekocht en onderdeel van het hotel. In 1893 was dit gerealiseerd en het geheel kreeg een bijzondere eigentijdse uitstraling met ook een naamsverandering in Hotel Polen [2].

In 1897 koopt de heer Trier Hotel Trier in Soestdijk, dat hij in 1899, na een besluit door de Algemene Vergadering van 't Poolsche Koffiehuis, onderbrengt in deze BV. Er wordt fl. 150.000 voor betaald, terwijl Trier het volgens informatie in 1897 heeft aangekocht voor fl. 70.000 en natuurlijk ook voor veel geld heeft laten verbouwen en aanpassen aan de tijd. Tegelijkertijd wordt het tegenover Hotel Polen gelegen Hotel Suisse aangekocht voor fl. 450.000. Dit hotel Suisse was in 1890 juist geheel gerenoveerd. Het imperium werd dus verder uitgebouwd.
Enkele jaren later zal ook het toen in verval geraakte "Groot Badhuis" in Zandvoort nog worden toegevoegd. Ook dit hotel werd grootschalig gerenoveerd en werd een van de luxueuze hotels, die Zandvoort had in die jaren met veel kamers, grote salons en zalen. Alles was berekend op langdurig verblijf van families en gasten.
In de loop van de jaren werd veelvuldig de aandacht van zowel de heer Trier als zijn neefEggerverdeeld over de verschillende hotels die tot de NV behoorden. Vaak ging dat ook weer gepaard met een verhuizing van hun gezin. Afwisselend woonden ze in Amsterdam, Baarn en Zandvoort.
Ondanks dat werd gestreefd naar grandeur en uitstraling van de hotels, waren de gehanteerde prijzen voor pension en verblijf altijd wat lager dan in vergelijkbare hotels. Na verbouwingen werd ook vaak de prijs niet (direct) verhoogd.
Op 19 juli 1918 overlijdt Casper Trier, slechts 61 jaar oud, in Baarn, waar hij op dat moment weer terug was.

In zijn leven heeft de zeer ondernemende heer Trier zich ontwikkeld tot een vermogend man, zoals in een korte terugblik op zijn leven wordt vermeld in een van de dagbladen. Hij werd door zijn collega's en personeel op handen gedragen. Het was ook een sociaal mens, die zich inzette voor zijn medemens. Als voorbeeld kan genoemd worden de opvang die hij verzorgde voor de slachtoffers van een brand in december 1890. In een kledingmagazijn annex drukkerij tegenover Hotel Polen was brand uitgebroken. Ternauwernood konden bijna alle bewoners zich in veiligheid stellen. Hij ving ze op in zijn hotel en zorgde dat ze kleding en eerste opvang kregen. Bij deze brand kwam een jongen van 8 jaar oud om het leven. Hij kon het pand niet meer tijdig verlaten.

----

Noten:
[1] Dit hotel bestaat nog steeds en maakt thans onderdeel uit van de Van der Valk hotels. De heer J. van der Assem was in 1948 getrouwd met een telg van de familie Van der Valk, Maria Helena van der Valk, dochter van de oprichter van het Van der Valk concern, Martien van der Valk.
[2] Op 9 mei 1977 is Hotel Polen door een grote brand verwoest. Niet minder dan 33 personen kwamen hierbij om het leven en 57 raakten gewond. Noodzakelijke brandveiligheidsaanpassingen waren op dat moment nog niet uitgevoerd. Het Hotel is daarna niet meer opgebouwd.

Met dank aan Hans Kruiswijk voor zijn waardevolle adviezen.

Bronnen:
• Krantenberichten in diverse plaatselijke, regionale en landelijke bladen.
• Bijdrage over "Het Poolsche Koffiehuis" op de website "Demodernetijd.nl".
• Informatie terug gevonden bij Archief Historische Vereniging Soest/Soesterberg, Historische Kring Baerne, Archief Eemland en het Utrechts Archief
• Eigen ervaringen met de aanwezigheid van het Hotel Trier en het filmarchief van de familie Van Hal/Van Kwawegen.

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto