Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

De ene veldwachter is de andere niet ... (deel 2 slot)

Joop Piekema

In *deel 1 hebben we kunnen lezen dat rijksveldwachter Hans Jacob Keller niet langer als gezagsdrager te handhaven was. De man wordt per 31 mei 1859 eervol ontslagen en aansluitend in het genot gesteld van pensioen. Eind goed, al goed? Niks daarvan! Keller en zijn vrouw zijn woedend omdat ze de dienstwoning Langeind 80 A met bloementuin vaarwel moeten zeggen ten faveure van opvolger Cornelis van Ellinckhuijsen.

Wat zich vervolgens - begin juni 1859 - exact afspeelde is, omdat geen kopie is gehouden van het proces-verbaal, niet helemaal duidelijk. Op te maken valt dat Van Ellinckhuijsen — niet vies van een borrel — zich (met een collega?) gedurende zijn eerste werkdag in Soest al veel moed had ingedronken, kennelijk in het besef dat een confrontatie met Keller onvermijdelijk zou zijn. Toen hij vervolgens Keller tegen het lijf liep, gingen beide heren met elkaar op de vuist, waarbij Keller's vrouw, Pauline Deckers— door burgemeester Gallenkamp Pels gekarakteriseerd als "eene brutale twistzieke feeks" — zich, schreeuwend en tierend, mede in de strijd wierp! Het spektakel zal een grote aantrekkingskracht op het publiek hebben uitgeoefend!

Voor van Ellinckhuijsen loopt het voorval met een sisser af. De officier van justitie zal wel een donderpreek tegen hem afgestoken hebben, maar daar blijft het bij want de burgemeester heeft een goed woordje voor hem gedaan.

Keller moet voortaan als ambtloos burger door het leven. En dat wordt sappelen, gelet op zijn — zelfs naar 19e eeuwse maatstaf gemeten — karige pensioen. Hij probeert bij de overheid weer aan de bak te komen, maar slaagt daarin niet. Geen wonder! Burgemeester Gallenkamp Pels haakt hem af tot op het bot! Keller's "steenkolen-Nederlands" zalóókgeen pré zijn geweest.

En dan nog te bedenken dat Keller "viel schaden" moet incasseren bij het verlies van zijn geliefde "plomtuin". Want direct na het aantreden van Van Ellinckhuijsen verhuist het echtpaar Keller naar De Brink huis nr 78, één van de kleine huizen aan de oostzijde van de Lange Brinkweg nabij De Smickel (mededeling Gérard Derks). Een nieuwe "plomtuin" in Soest zit er niet meer in. Op 10 oktober 1859 verhuizen de Kellers, wellicht uit financiële nood, naar Oisterwijk NB - de geboorteplaats van de vrouw des huizes. Mogelijk trekken ze bij haar moeder in. En het is in Oisterwijk, in het goede Brabantse land, waar Hans Jacob Keller op 13 januari 1864, verguisd en vergeten, zijnde 55 jaar oud, afscheid van de wereld moet nemen. Misschien heeft hij in Oisterwijk nog een klein bloementuintje gehad.....

Pauline Deckers laat er geen gras over groeien en hertrouwt op 5 juni 1865 te Tilburg met (de veel jongere) weduwnaar Comelus van Loon, geboren te Gilze en Rijen 18 december 1826, dagloner te Gilze en Rijen. Het echtpaar gaat, met de kinderen uit 's mans eerder huwelijk, in Heusden wonen. Het huwelijk duurt evenwel maar kort. Pauline van Loon-Deckersoverlijdt, 53 jaar oud, op 27 december 1865 te Mierlo NB.Cornelus van Loon overlijdt op 29 juni 1893 te Deurne NB — hij is dan 66 jaar oud.

DE STUKKEN UIT HET ARCHIEF VAN DE GEMEENTE SOEST

Verzonden stuk 1859 agenda nr 216

Aan H.H. Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht

Onderwerp: verhuring van gemeente eigendom 2 bijlagen (niet in kopie aanwezig, JJP)

Soest, 2 Junij 1859

Overeenkomstig artikel 194e der gemeente wet (voetnoot 1), geven wij ons de eer bij deze aan Uwe goedkeuring te onderwerpen een besluit van den raad 26 Mei 1859 nr 248 (in duplo) tot onderhandsche verhuring van eene woning aan den alhier gestationeerden rijksveldwachter C. van Ellinckhuijsen (voetnoot 2) of aan diens tijdelijken opvolger.

Burgemeester en Wethouders van Soest,
Pieter Gallenkamp Pels, Burgemeester
T. Smorenburg, Wethouder en Loco-Secretaris

 

Verzonden stuk 1859 agenda nr 226

Aan den Heer Officier van Justitie bij de Arrondissementsrechtbank te Amersfoort

Onderwerp: politie 2 bijlagen (niet in kopie aanwezig, JJP)

Soest, den 8 Junij 1859.

Ik geef mij de eer UEA hiebij intezenden een Proces verbaal op gister door mij opgemaakt op wederkeerige klagten van mishandeling enz: , contra den rijksveldwachter C. van Ellinckhuijsen en Paulina Dekkers, huisvrouw van den ontslagen rijksveldwachter H.J. Keller, beiden alhier. De indruk die het voorgevallende, reeds op den eersten dag van de komst des nieuwen rijksveldwachters bij het publiek alhier, (waar achting en ontzag voor de Politie zo hoogst noodig is) moet maken, is aller nadeeligst (staat, onder doorhaling: "bedroevendst", JJP); ongeveer 2 a 3 uren na het voorgevallene, kwam E. mij daarvan verslag geven; hij was toen nog in een opgewonden stemming; of zulks het gevolg was van misbruik van drank, of van drift, of wel van beiden te zamen, durf ik niet beslissen. Zijn schriftelijke verklaring van het voorgevallene, mij hedenmorgen overhandigd, voeg ik hierneven.

De Burgemeester van Soest
Pieter Gallenkamp Pels.

 

Ingekomen stuk 1859 agenda nr 187

Arrondissementsregtbank van Amersfoort Parket van den officier van justitie Nr 468

Amersfoort, den 9 Juni 1859

Aan den Heere Burgemeester te Soest

Naar aanleiding Uwer missieve van gisteren nr 226 en de daarbij gevoegde stukken heb ik de eer uw EA: te verzoeken den wethouder Smorenburg op wien Ellinckhuijsen zich beroept te willen hooren, alsmede, zoo mogelijk, bij de opgegeven kasteleins Hak (voetnoot 3) en Ebbenhorst (zie deel 1) te informeeren hoeveel borrels door Ellinckhuijsen zijn gebruikt als ook te onderzoeken of hij niet, zoo als ik vermoed, in nog andere kroegen is geweest. ik begrijp dat de indruk die het voorgevallene moet maken allernadeeligst is en acht het noodzakelijk dat Ellinckhuijsen die in geen geval behoefde te vechten en ook niet tusschen Leusden en Soest minstens drie kroegen moest bezoeken, eene goede les ontvange. Hij is nog onlangs door mij ernstig gewaarschuwd tegen het kroeg loopen, doch alvorens eenigen maatregel te nemen, wensch ik het onderzoek zoo volledig mogelijk te hebben.

De officier van justitie te Amersfoort (w.g. onleesbaar)

 

Verzonden stuk 1859 agenda nr 230

Aan den heer Officier van Justitie bij de Arrondissementsrechtbank te Amersfoort

Onderwerp: politie Soest, den 10 Junij 1859

Mijne, ten gevolge van UEA missieve van gister nr 468, ingewonnen informatiën, komen op het volgende neder:
A: Dat in de herberg van W. Hak, beide veldwachters "smerisjes" ieder een borrel uitdronken, en dat toen reeds Ellinckhuijsen erg opgewonden scheen te zullen worden over Keller, bijaldien deze zoms nog niet mogt vertrokken zijn;
B: Dat zij daarop zijn gegaan in de, 10 minuten gaans van daar gelegen, herberg van A.Fokken (voetnoot 4), alwaar zij welis waar koffij doch ook een borrel gedronken hebben (de borrel zal wel in de koffie zijn gedaan! JJP); deze herberg is niet in het Procesverbaal vermeld;
C: Dat, toen de wethouder Smorenburg hen in de herberg van Ebbenhorst aantrof, het reeds 2 ure namiddag, dus 2 a. 3 uren na het voorgevallene was; Smorenburg zegt aangaande de al of niet beschonken toestand van E. op dat oogenblik geen getuigenis voor of tegen te kunnen afleggen; dewijl hij hem ter naauwemood vroeger heeft gekend;
D: De metselaar Van Breukelen (voetnoot 5) was ook bij Ebbenhorst, en zegt dat de veldwachter en J. Dijkman (voetnoot 6), aldaar maar een borrel ieder gebruikt hebben; dat hij zijn glas ook nog eens aan E(Ilinckhuijsen) heeft toegebracht, die daarvan even geproefd heeft en volstrekt niet beschonken was;
E: Dat een zijdelings onderzoek, bij die genoemde en niet ver van elkander vewijderde tappers, tot geen resultaat heeft geleid; die lieden konden zich temaauwemood herinneren of de gemeenteveldwachters en J. Dijkman bij hen waren geweest, en zoo al — volstrekt niet hoeveel sterken drank wel door hen was gebruikt.

De Burgemeester van Soest.
Pieter Gallenkamp Pels

 

Verzonden stuk 1859 agenda nr 242

Aan den heer Officier van Justitie bij de Arrondissementsrechtbank te Amersfoort Confidentieel

Onderwerp: Zaak van C. van Ellinckhuijsen

Soest, den 17 Junij 1859

De rijksveldwachter C. van Ellinckhuijsen, die aanvankelijkaleschuld zijnerzijdsch aan het voorgevallene met vrouw Keller ontkende, en althans voorgaf in het denkbeeld te verkeeren dat dezelve voor hem geene onaangename gevolgen kon hebben, schijnt nu tot een ander inzicht dier zaak gekomen te zijn; immers op gister vroeg hij mijne tusschenkomst, ter zijner gunste, bij UEA of met andere woorden: "een goed woord voor hem bij UEA te doen". Ik vond geene reden dit vezoek te weigeren, hoezeer ik hem daarbij te kennen gaf dat het zoo min in UEA als in mijne magt lag, gebeurde zaken ongedaan te maken. Dat de vrouw van Keller eene brutale twistzieke feeks is, is van algemeene bekendheid; dat zij, te dier gelegenheid zoo van haren mond als handen een degelijk gebruik gemaakt en Ellinckhuijsen wel eenigermate geprovoceerd heeft, is niet twijfelachtig; overigens is het mij, voor zoo verre ik in dien korten tijd over hem heb kunnen oordeelen, voogekomen dat E. een flink en geschikt veldwachter is en dat de dienst, bij de plaats gehad hebbende verandering gewonnen heeft; ik heb gemeend dit, te zijnen gunste, in het midden te mogen brengen.

De Burgemeester van Soest,
Pieter Gallenkamp Pels

Ingekomen stuk 1859 agenda nr 230

Provinciaal geregtshof in Utrecht Parket van den Procureur Generaal Nr 236RS — bijlagen zeven

Aan den heer Burgemeester der gemeente Soest

Utrecht, den 25 Julij 1859

Ik heb de eer Uw Edelachtbare te informeeren, dat het zijner Majesteit heeft behaagd bij besluit van den 14e dezer Nr 58, een pensioen te verleenen ten laste van den Staat aan H.J. Keller, gewezen Rijksveldwachter te Soestdijk ten bedrage van f 159,-- 's jaars met ingang van le junij 1859.Ik verzoek uwEdelachtbare den belanghebbende, onder teruggave van bijgaande stukken van opgemelde beschikking te onderrigten (....).

De Procureur Generaal fungd directeur van R(ijks) Policie in de Provincie Utrecht,
B.C. Visscher

 

Ingekomen stuk 1859 agenda nr 234

Aan den heer Burgemeester en Wethouders en de leden der gemeenteraad te Soest

Soest, den 29 Julij 1859

Den ondergeteekende H.J. Keller geeft met verschuldig eerbied te kennen aan den heer Burgemeester Wethouders en verdere Leden der gemeenteraad te Soest dat ik regtelijk en administratief door den heer Burgemeester en Wethouders te Soest een schriftelijken aanmaning bekomen om op 31 Mei 1859 het huis door mijn bewond op het lang Einde te Soest daar ik van gevoel bien dat de Perzineel pelasting van jaar 1859 en 1860 aan mijn niet toe komd om het te betalen omdat het huis is een gemeentehuis (....woord onleesbaar JJP) ook den heer Condiluir (mogelijk: controleur JJP) te Amersfoort is ook van gevoel dat het door de gemeente moet betald worden ik heb viel schaden om mijn plomtuin te vernidigen ook de leden der gemeenteraad zijn van gevoel dat de Persinele belasting door de gemeente moet betald worden om dat ik maar 14 dagen erin heb bewond van het dienstjaar 1855 en 1856 ik heb mijn gehast op die srieflijken aanmaning van den heer Burgemeester en Wethouders om die rede heb ik dadelijk gevolg aan de aanmaning dien ik van den heer Burgemeester en Wethouders mijn heeft srieflijke gevoel aan geven (deel van de zin onleesbaar JJP), hoopen op een goeden welkomst van die boven staande heeren blijfven met veel achting U onderdanigen dienaar.

H.J. Keller

 

Verzonden stuk 1859 agenda nr 303

Aan H.J. Keller, gepensioneerd rijksveldwachter te Soest

Adressen: 2 bijl.

Op rondschrijven van den 25 dezer, gerigt zoo wel aan ons als aan den raad dezer gemeente, zijn wij door laatstgenoemde geauthoriseerd U te kennen te geven dat, voor zoo verre de bedoeling of strekking van dat schrijven uithetzelve heeft kunnen worden opgemaakt, de raad van mening is (in raad behandeld op 28 juli 1859 agendapunt 2, JJP) dat hetzelve een onderwerp betreft niet behoorende tot de bemoeijing of onderworpen aan de beslissing van het bestuur dezer gemeente en bijgevolge u te verwijzen daar waar zulks nader zal blijken te behooren. De 2 bijgevoegde stukken gaan hierbij terug. Tevens is dienende op het mondeling door u aan den Burgemeester gedaan verzoek, om tijdelijke aanstelling als ambtenaar der plaatselijke belasting, tijdens het kampement der troepen in de legerplaats te Soesterberg, dat naar 's raads oordeel, aan meerdere surveillance aldaar, voor het oogenblik geene behoefte bestaat.

Burgemeester en Wethouders van Soest,
De Secretaris (=get.)
T. Smorenburg, wethouder L.S.

 

Ingekomen stuk 1859 agenda nr 268

Registratie

Aan den Heere Burgemeester van Soest

Amersfoort, 16 Augustus 1859

Weledelgeboren Heer! 

Gisteren zijn aan UwEGs de stukken afgezonden van zekeren Keller, die verzoekt benoemd te worden tot tolgaarder. Mijne ongesteldheid is oorzaak dat men die stukken verzond, zonder enig schrift mijnent wege; UwEG daarvoor verschooning verzoekende heb ik de eer UwEG beleefdelijk te verzoeken, mij, met terugzending dier stukken, te willen dienen van berigt, consideratiën en advies.

Hoogachtend
UwEG D(ienst)w(illig) D(ienaa)r
Van Steenbergen

 

Verzonden stuk 1859 agenda nr 333

Aan den heer ontvanger der registratie te Amersfoort

Onderwerp: adres van H.J.Keller
div. bijlagen (niet in kopie aanwezig JJP)

Soest, den 17 Augustus 1859

Bij UwEg missive van den 16 dezer / Registratief om berigt, consideratieën en advies, in mijne handen gesteld zijnde een adres van H.J. Keller, gepensioneerd rijksveldwachter alhier, om te worden aangesteld als Tolgaarder op 's Rijks grooten weg nr 5, geef ik mij de eer, onder terugzending der stukken, daarop te berigten: Dat adressant, sedert ongeveer 5 jaren, eerst als gerechtsdienaar (voetnoot 7), daarna als rijksveldwachter alhier gestationeerd is geweest. Dat hij vroeger als geregtsdienaar in de gemeente Lopik was geplaatst en dat de burgemeester dier gemeente, blijkens zijne destijds aan mij gedane en meermalen herhaalde mondelinge mededeeling zoo weing te vreden over 's man dienstprestatie was, dat hij zich meermalen tot de hoogere autoriteiten had gewend om van hem ontslagen te worden. Indien ik, naar waarheid, mijne ondervinding, gedurende het voornoemde tijdvak van circa 5 jaren, zal mededeelen, dan kan ik, tot mijn leedwezen, geen gunstiger getuigenis omtrent hem afleggen. Voor de politie dienst althans ontbrak hem ten eenenmale alle intelligentie, waartoe ook veel bijbragt zijne algeheele onbekendheid met onze taal en schrift (hij was immers Zwitser van geboorte JJP), waardoor hij zeer moeijelijk anderen kon verstaan of begrijpen, of zich door hen doen verstaan; voortdurend leefde hij, ten nadeele van de dienst, in slechte verstandhouding met zijne kameraads, was daarbij veelal driftig en oploopend; in zijne verhouding tot zijne Superieuren, gaf hij meermalen blijken van eigenzinnigheid en ongezeggelijkheid; zijne onhandigheid gaf dikwijls aanleiding tot moeijelijkheden, die hij veeleer uit den weg had moeten ruimen, en ik zoude der waarheid te kort doen door te getuigen dat hij immer eenige blijken van meer bijzondere dienstijver heeft betoond. Wat overigens zijn zedelijk gedrag betreft, is mij nimmer iets ter zijnen nadeele voorgekomen; voorts geloof ik niet dat hij zich, in den regel althans, aan misbruik van sterken drank schuldig maakt, en houd ik hem voor eerlijk. Ten aanzien zijner geschiktheid voor zijn door hem aangevraagden post, kan ik moeijelijk een gevoelen uiten, daar mij de daaraan verbonden pligten en de daartoe vereischte bekwaamheden of eigenschappen min bekend zijn; ik heb gemeend, mij te moeten bepalen om den adressant te doen kennen zoo als hij zich aan mij heeft voorgedaan.

De Burgemeester van Soest
Pieter Gallenkamp Pels

VOETNOTEN

  1. Gemeentewet van 29 juni 1851 Stb 85 artikel 194 luidt: aan de goedkeuring der Gedeputeerde Staten worden onderworpen de besluiten der gemeentebesturen betreffende (....) E: het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van gemeente-eigendommen.
  2. Cornelis van Ellinckhuijsen, geboren te Utrecht 15 februari 1822,NH,rijksveldwachter, gehuwd met Geertruij Companje, 28 maart 1827 te Avezaath,NH; gezin telt bij vestiging in Soest 5 kinderen; in Soest worden nog 2 kinderen geboren; het gezin wordt op 14 juni 1859 te Soest ingeschreven aan het adres Langeind 80 A zijnde de veldwachterswoning die Keller met zijn vrouw noodgedwongen had moeten verlaten. Ellinckhuijsen zal niet lang in Soest dienen — op 9 oktober 1862 vertrekt hij met zijn gezin naar Mijdrecht. Zijn opvolger is Adrianus Boon, geboren te Dordrecht 29 maart 1819.
  3. Wouter Hak, geboren te Soest 13 oktober 1790, RK, tapper, ongehuwd, Dorpsvoetpad 27.
  4. Antonius Fokke, geboren te Soest 7 februari 1804, RK, tapper, gehuwd met Metjen van den Berg, geboren te Soest 12-09-1787, RK, Langeind 73.
  5. Meest waarschijnlijk: Dirk van Breukelen, geboren te Soest 12 oktober 1840, RK, metselaarsknecht, ongehuwd, inwonend bij ouders; vader: Jacobus van Breukelen, geboren 22 juli 1806 te Soest, RK, metselaar; moeder: Catharina van Maaren, geboren te Amsterdam 1805; Veenhuizerweg 17. De militaire keuring voor de lichting 1859 omschrijft hem als: "aangezigt rond, voorhoofd hoog, oogen blaauw, neus gewoon, mond klein, kin rond, haar en wenkbraauwen blond, merkbare teekenen geene". Zijn lengte is 1 el, 7 palmen, 7 strepen, 1 duim.
  6. Jan Dijkman, geboren te Soest 9 oktober 1835, RK, landbouwer, ongehuwd, inwonend bij moeder: Wilhelminaóókgenaamd Wijmpje Hilhorst, weduwe W.J. Dijkman, geboren Soest 31 juli 1805, RK, landbouwster, Dorpsvoetpad 4. De militaire keuring voor de lichting 1854 omschrijft hem als: "aangezigt ovaal, voorhoofd laag, oogen blaauw, neus ordinair, mond klein, kin spits, haar en wenkbraauwen bruin, merkbre teekenen geene". Aantekening: "te klein, broederdienst".
  7. In deel 1 was over het hoofd gezien dat Keller bij raadsbesluit van 3 juli 1854, naast zijn functies van gerechtsdienaar en rijksveldwachter, wordt benoemd tot ambtenaar der plaatselijke belastingen te Soest, belast met het surveilleren, opsporen en constateren van begane overtredingen. Bij raadsbesluit van 10 februari 1857 wordt Keller uit laatstgenoemde functie eervol ontslagen.

BRONNEN 
Archief gemeente Soest 1812-1929
Inv.nr 23 notulen van de vergadering van de gemeenteraad, 1851-1874.
Inv.nr 39 - bijlagen van de vergadering van de gemeenteraad, 1851-1854.
Inv.nr 41 - bijlagen van de vergadering van de gemeenteraad, 1857-1862.
Inv.nr 117 - ingekomen stukken 1859.
Inv.nr 233 - brievenboek verzonden stukken 1855-1859.
Inv.nr 667 - bevolkingsregister 1850-1861, met toegang daarop, vervaardigd door WimRouters.
Inv.nr 668 - Bevolkingsregister 1861-1879.
Inv.nr 1011 - Inschrijvingsregister voor de Nationale Militie, 1841-1854.
Inv.nr 1012 - Idem, 1855-1861.

Genealogische bestanden Regionaal Archief Tilburg.
Eemlandse Klappers, J.H.M.Putman.

N.B.: in de ambtelijke stukken blijkt de naam "Van Ellinckhuijsen" nog wel eens verhaspeld — samensteller heeft ervoor gekozen steeds de schrijfwijze weer te geven zoals vermeld in het bevolkingsregister.

Met dank aan: Gérard Derks te Arnhem;
Theo van Herwijnen, medewerker dienstverlening Regionaal Archief Tilburg.


Illustratie: Gedeelte uit de brief van H.J. Keller, gedateerd 25 juli 1859, gericht aan B&W en de gemeenteraad van Soest.

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto