Joop Piekema
Bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 1883 nr 141 werd bepaald dat "de oude rechterlijke archieven, welke dagteekenen van vóór de invoering der Fransche wetgeving en thans nog bij de gerechtshoven, arrondisements-rechtbanken en kantongerechten bewaard worden of nog bij de gemeentebesturen of de hypotheekbewaarders berusten, (moesten) worden overgebracht naar de bewaarplaats der Rijksarchieven te 's Gravenhage, naar die gevestigd in de hoofdplaats der onderscheidene provinciën (....) en onder bewaring gesteld van den archvaris des Rijks (....). De overbrenging (....) moest volvoerd zijn vóór 1 Januari 1889".
Uitgezonderd van de overbrengingsplicht waren gemeenten die over "een eigen gemeente-archivaris en doelmatige archieflokalen" beschikten — de minister van Binnenlandse Zaken was gemachtigd om in zo'n geval de oudrechterlijke archieven aan de betreffende gemeente "tot wederopzeggens ter bewaring toe te vertrouwen of onder hare berusting te laten". Het archief van de gemeente Soest bevindt zich in die jaren op de bovenverdieping van het gemeentehuis aan het Lang Eind — beter bekend als de lokatie van de firma Mets op de hoek van de Van Weedestraat en de Korte Brinkweg. In de raadsvergadering van 25 oktober 1888 stelt de voorzitter, burgemeester Loten van Doelen Grothe voor om "tot meerdere veiligheid van het archief' de benedenverdieping "kosteloos te doen verwoonen" door één van de onlangs benoemde gemeenteveldwachters, met welk voorstel de raad met algemene stemmen akkoord gaat.
Deze veiligheidsmaatregeling zullen - los van het feit dat Soest geen gemeentearchivaris heeft - bij het Rijk weinig indruk hebben gemaakt. Met het gedrukt schrijven gedateerd 14 februari 1889, dat als briefhoofd heeft "Verzameling Rijks-Archieven in de Provincie Utrecht - Onderwerp: overneming van oude rechterlijke archieven", is het pleit al beslecht. Rijksarchivaris Samuel Muller deelt B&W van Soest mee dat de al eerder naar het Rijksarchief-depot overgebrachte archiefbescheiden van het dorpsgerecht van Soest thans zijn gerangschikt en geïnventariseerd en hij verzoekt B&W om het bijgevoegde proces-verbaal van overdracht te tekenen — dit geschiedt op 16 februari 1889. Het begeleidend schrijven van B&W, geboekt onder nr 84, en gericht aan de "Archivaris der Rijksarchieven in Utrecht" luidt als volgt: "Hiernevens hebben wij de eer U WelEd Gestrenge terug te zenden een der processenverbaal van de overneming der in het archief dezer gemeente berustende oude rechterlijke archieven ter deponering in het rijksarchiefdepot te Utrecht, ons geworden bij U WelEd Gestrenges missive dato 14 Februarij j .1. Was getekend: J.G. Bootz (secr.), C J.W. Loten van Doelen Grothe (burg.).
Als R. Fruin, commies-chartermeester bij het rijksarchief in Utrecht, in 1893 het in Soest gebleven gedeelte van het dorpsarchief inventariseert, ontdekt hij daarin een tweede pakket archiefbescheiden dat zijns inziens evenzo de deur uit moet. Er zitten stukken bij voor de gemeente 's Gravenhage en de gemeente Eemnes, maar het overgrote deel gaat naar het rijksarchief in Utrecht. Rijksarchivaris in Utrecht Samuel Muller is er maar al te blij mee en stuurt op 10 oktober 1893 onder nr 264 een bedankbrief naar B&W van Soest. Met beide acties is dan van de ruim 6 meter oorspronkelijk aanwezig archief dorpsgerecht Soest, periode 1498-1811, in totaal 2 meter afgevoerd.
Vervolgens liggen de overgeplaatste archiefbestanden ruim een eeuw weg te kwijnen in een donker vergeethoekje van het rijksarchief in Utrecht later het Utrechts Archief. Ook op de website van het HUA zijn deze bestanden nauwelijks te vinden. Geen onderzoeker vermocht de archieven in te zien.
Dan keert, even na 2000, het tij. Inmiddels heeft de Soester gemeenteraad een gemeentearchivaris benoemd en kan ons gemeentearchief bogen op een uitstekende archiefbewaarplaats - reden te over voor het HUA om "de verloren zoon" weer onze kant op te laten komen. Dat gebeurt op 16 juni 2009, tezamen met een aantal notariële archieven. De archieven van de Petrus & Paulus parochie en de Nederlands Hervormde Gemeente waren deze zending al voorgegaan. Van de archieven wordt veel gebruik gemaakt, zeker in het kader van de geschiedschrijving betreffende Soest tijdens de republiek.
Wat zit er zoal in het teruggekeerde archiefbestand nader aangeduid als het oud rechterlijk archief? Dat vereist een korte toelichting. Een ingezetene had vóór 1811 terzake het doen opmaken van een akte - bijvoorbeeld van overdracht, hypotheek, publieke verkoop, testament - de keuze tussen een gang naar de notaris of naar het gerecht (schout en schepenen). Dit soort (concept)akten treffen we dan ook, veelal in registervorm, in dit archiefbestand aan. Voorts bevatten de registers de huwelijksaangiften van Rooms-Katholieken die vooraf aan het kerkelijk huwelijk, éérst hun opwachting bij het gerecht moesten maken. Voor Gereformeerden gold deze "extra stap" niet — zij konden na de kerkelijke huwelijksplechtigheid linea recta naar het feest. Een tweede wettelijke taak had het gerecht in het registreren van eigendomsoverdracht (transport) van onroerend goed.
Het door de jaren heen in Soest gebleven gedeelte van het dorpsgerechtarchief, met een omvang van ruim 4 meter, bevat de stukken betreffende de bestuurstaken van de schout en schepenen, zoals het zetten van allerlei belastingen, armenzorg, waterstaat, beheer van goederen en inkomsten.
Een heel aardig voorbeeld van een akte van publieke verkoop, komend uit het oud rechterlijk archief, geven wij hieronder weer. Aan de transcriptie gaat een toelichting vooraf.
Herberg "de Papegaeij" had op 2 juni 1645 héél wat volk over de vloer!
Maar de klanten kwamen niet alleen voor het bier...
Want er is op die dag méér aan de hand. De hele inboedel van "De Papegaeij" gaat onder de hamer. Naar vermoeden is de uitbater, Gijsbert Comelisz, in een problematische schuldensituatie terecht gekomen, waar tegenover nog maar één oplossing staat: openbare verkoop van de herberginventaris. Dit gebeurt ten overstaan van het dorpsgerecht, waarbij secretaris Reijnier van Ingen alles keurig registreert. Er komen 49 kopers op de boedel af, waaronder 12 vrouwen. Zij hebben ten tijde van de Republiek een grote vrijheid van handelen — die vrijheid zou in de 19e eeuw aanzienlijk worden beknot. Verder blijkt uit de namenlijst dat er nogal wat herbergiers meedingen.
Op de transactielijst komen we veel typische herbergspullen tegen, zoals aardewerk, schotels, kroezen, bierkannen (102), een vleeskuip (49) en twee bierbomen (47). Opvallend is voorts dat - in tegenstelling tot het snel in elkaar te timmeren houten meubilair - kleding héél erg duur is. Voor een zwarte rok (81) wordt 16 gulden neergeteld! Ook een Engels damast lijfje (76) mag wat kosten — bijna 7 gulden. We leren ook omtrent de zeden en gewoonten uit die tijd: de zuigelingen worden strak ingezwachteld (79). Secretaris Reijnier van Ingen schaft zich voor 6 stuivers een kleerborstel aan (16) — hij heeft een representatieve functie en kan niet aanzitten met pluis op zijn kleren! Als de verkoping bijna afgelopen is gaat de turf in het achterhuis de deur uit (96), vindt men nog ergens een wiel (98), en is er in een hoekje een koekenpan blijven liggen (99), die toch nog voor bijna 5 gulden wordt verkocht. Voor wat betreft de banken (100) en de acht stoelen (101), daar hoeft niemand meer op te zitten, want de bieders en kopers kunnen naar huis. De bierkannen (102) zullen wel leeggedronken zijn!
Wat weten we méér over herberg "De Pagegaeij"? Het huis met de grond, gelegen aan de tegenwoordige Korte Brinkweg, even voorbij de Korte Melmweg (zie foto), was leengoed van de St. Paulusabdij, en heette eigenlijk "De Pol". Mogelijk werd het een herberg nadat in 1602 Rijck Barthomeusz met dit goed werd beleend. Deze persoon was namelijk brouwer in Amersfoort en trad daar in 1598 in het huwelijk met Geertruijd van Rijn. Rijck Bartholomeusz overleed omstreeks 1618; zijn vrouw Geertruijd van Rijn stierf circa 1652-1653. Hun erfgenamen droegen het pand over aan Jan Jansz, die er in 1657 mee werd beleend. Gijsbert Cornelisz was dus géén eigenaar, maar huurder van "De Papegaeij".
Het is zeker dat Gijsbert Cornelisz na de boedelverkoop in 1645 niet lang meer in "De Papegaeij" woonde. Uit de huisgeldregisters blijkt dat de nieuwe bewoner Adriaen Jacobsz Hooft over 1647-1648 het huisgeld voor dit pand betaalde. Vermeldenswaard is dat Hooft ook enige goederen op de verkoping kocht. Helaas zijn over de jaren 1645-1647 geen huisgeldcedules (= -lijsten) behouden gebleven. Noch van Adriaen Jacobsz Hooft, noch van zijn opvolgers in de jaren tot 1657, zijnde Jan Willensz en Peter Gerritsz Haan, is uit enige bron bekend dat zij waard of herbergier waren. Dat geldt evenzo voor belener Jan Jansz, die in de huisgeldcedules "Jan Jansz Metselaer" wordt genoemd. Hij wordt beschouwd als de stamvader van de bekende Soester familie Mets, die al eerder in dit artikel wordt genoemd. Ook van latere bewoners en eigenaren zijn géén vermeldingen als waard of herbergier bekend. Al met al is het dus heel goed mogelijk dat het erfhuis in 1645óókhet einde betekent van deze herberg.
Bronnen:
ARCHIEF DORPSGERECHT 1493-1811
INv.NR 1903: PROTOCOLLEN VAN AKTEN, VOORNAMELIJK VAN OVERDRACHT, HYPOTHEEK, TAXATIE, PUBLIEKE VERKOOP, HUWELIJKSAFKONDIGING EN —VOLTREKKING EN INDEMNITEIT, 1645-1654
ARCHIEF GEMEENTE SOEST 1812-1928
INv.NR 25: RAADSNOTULEN 1882-1889
INv.NR 55: BIJLAGEN NOTULEN VERGADERINGEN GEMEENTERAAD 1893
INv.NR 147: INGEKOMEN STUKKEN 1889
INv.NR 151: IDEM 1893
INv.NR 242: BRIEVENBOEK 1887-1889
MET ZEER VEEL DANK AAN GERARD DERKS TE ARNHEM, DIE NIET ALLEEN MIJN TRANSCRIPTIE KRITISCH HEEFT DOORGELEZEN, MAAR DEZE BOVENDIEN - ZIJ HET ONDER VOORBEHOUD - MET EEN UITGEBREIDE NAMENLIJST EN NADERE INFORMATIE DEED AANVULLEN, WAARMEE DE KWALITEIT VAN HET ARTIKEL AANMERKELIJK IS VERBETERD. HET VOORBEHOUD MOEST WORDEN GEMAAKT OMDAT GERARD, UITDRUKKELIJK OP MIJN VERZOEK, TER BEPERKING VAN HET OP HEM TE LEGGEN TIJDSBESLAG, HEEFT MOETEN AFZIEN VAN HET VERVAARDIGEN VAN EEN BRONVERMELDING.
Erffhuijs gehouden ten huijse van Gijsbert Cornelisz waerdt inde papegaeij ten overstaen van Joris Petersz substituut van de Edele Warnaer van Velthuijsen Schoudt,SegerHenricxsz ende Elis Jansz Schepenen tot Soest opten 2en Junij 1645.
Inden eersten sijn conditien, dat de vercopingesalgeschijeden bij carolus guldens tot 20tich stuijvers 'tstuck.
Dat de respectieve copers haere beloofde cooppennin gen die stj voorseijde over de mobile goederen sullen schuldich worden sullen betalen Sint Jacob eerstcommenden met een stutjver van ijder gulden tot ransoen, edoch wat onder de gulden bedraechtsailgereet betaelt moeten worden, ende die sijn vordere cooppennin gen mede gereet betaelt,sailvrij sijn vant ransoen. Dat de respectievecoopersvoor haerluijder beloofde cooppenningen ransoen ende vordere conditien sullen stellen twee suffisante borgen, onder desen gerechte woonen die hemluijden elcx een voor all ende als principaell voor de copers sullen verbijnden, onder behoorlijcke renunchiatie ( = afstand doen) van den effecte vandijen onderricht sijnde
Indijen de copers soodanige borgen nijet en conden stellen datelick sallmen de slach andermaell krijgen tot schade van den eersten coper, soo 't alsdan minder gelt, ende ende tot profijt van vercoper, indijen meer.
Soodaer twee gelijck mijn spraecken, sallmen de slach mogen gunnen die het den gerechte belijeft, ofte wederom doen opslaen naar haer belijeven. Soomen sich int afslaen vergiste,sailmen blijven onverhaelt ende sich weder mogen verhalen. Ende sullen de respectieve copers ende haere borgen over de voorseijde conditien beloofde cooppennin gen, ransoen ende vordere conditien bij desen gecondemneert worden.
Volgt boedelbehandeling als gegeven op lijst.
Ende sijn dien volgens de voornoemde copers ende haere borgen respectieve inden inhoude deses ende de voorseijde conditien gecondemneert, actum ter praesentie ende op date voorseijden.
Oirconde mij secretario
R. van Ingen 1645.
BOEDELLIJST
092
| Volgnr. | Roerend goed | Namen | Bedrag |
| 001 | 2 aerde potten | Coper Gijsbertgen in 't witte kruijs |
000-07-00 |
| 002 | 2 potten | Anna Gijsberts | 000-03-00 |
| 003 | Eenich aerdewerck | Thijman Woutersz vrouw | 000-04-00 |
| 004 | Ut supra (=als boven) | Jan Koelensz | 000-04-00 |
| 005 | Ut supra ende telljoren (=schotels) | Elis Jansz | 000-05-00 |
| 006 | Soutvath ende eenich prullen | Claes Thijmanz | 000-06-00 |
| 007 | Eenige aerde schottelen | Staell Hilhorst | 000-09-00 |
| 008 | Ut supra | Willem Moll | 000-06-08 |
| 009 | Ut supra schottelen | Jan Koelensz | 000-12-00 |
| 010 | Ut supra | Anna Gijsberts | 000-08-00 |
| 011 | Ut supra | Gerrit Aelbertsz | 000-07-00 |
| 012 | 2 Ut supra | Adriaen Jacobsz Hooft | 000-07-00 |
| 013 | 3 schottelen ende 1 glas | Bartolt Jansz tot Baern | 000-11-08 |
| 014 | 13 houwte teljoren | Gijsbert Jansz Bouter | 000-07-00 |
| 015 | 1 kleerborstel | De secretaris | 000-06-00 |
| 016 | Een torffmandt | Staell Hilhorst | 000-09-08 |
| 017 | 4 sacken | Dirk Evertsz | 000-11-00 |
| 018 | 1 kleertobbeken | Willem Mollen | 000-10-00 |
| 019 | 1 copere keteltgen | Ingeseth bij Cornelis Henricxsz vercopers vader. Blijft coper |
005-09-00 |
| 020 | 1 copere poth met een decksel | Ingeseth bij Beertgen Jans 2 gulden. blijft coperse, Elis Jansz borge voor 2 gulden. |
002-00-00 |
| 021 | 1 coper ketelgen | Gerrit molenaer ingeseth 34 stuijvers. Coper Adriaen Jacobsz Hooft, 36 stuijvers. Borgen Thonis ende Looch Cornelisz. |
001-16-00 |
| 022 | 1 scherffbort (=hakbord) | Weijm Jan Slomperts | 000-09-00 |
| 023 | 1 hanghijser en rooster | Adriaen Jacobsz Hooft, | 000-17-08 |
| 024 | 1 haell (=ketelhaak in de schoorsteen) | Jan Slomperts | 000-17-00 |
| 025 | 1 bijll ende twee teljoorhuijskgens (mogelijk bordenkastjes) |
Jan Philipsz | 001-00-00 |
| 026 | 1 tob | Elis Jansz | 001-00-00 |
| 027 | 1 tobbe | Thonis Maetjen | 000-18-00 |
| 028 | 1 ateremmer | Gijsbert Jansz Bouter | 000-09-00 |
| 029 | 1 rooster met een tangh | Jannitgen Cornelis | 001-00-11 |
| 030 | 1 schuijmschaan en schup van ijser | Jan Koelensz | 001-00-00 |
| 031 | 1 schup en vouthengel (= haak om iets op te hangen) ende tangh |
Seger Henrickxsz | 000-15-00 |
| 032 | 2 copere blaeckertgens | Dirk Thonisz Moll | 001-00-00 |
| 033 | 1 copere hangblaeckertgen, 1 snuijter |
Thonis Maetjen | 000-13-08 |
| 034 | 1 copere kandelaer ende twee tinne lepelen |
Gerrit Aelbertsz molenaer | 000-14-00 |
| 035 | een mantgen eenige tinne kroesgens | Aert Schep | 000-11-00 |
| 036 | 12 tinne lepelen ende her bordeken | Gerrit molenaer koper ende Dirck Thonisz borge |
001-06-00 |
| 037 | 2 tinne telljoren ende twee soutvaten | Jan Koelensz 36 stuijvers Jan Philipsz 38 stuijvers |
001-18-00 |
| 038 | 1 banckgen en mantgen | Vercopers moeder | 000-06-00 |
| 039 | 3 tinnen schottelen | Ingeseth voor 4-16-0 Coper Joris Petersz voor deselve somme. Borgen Jan Albertsz ende Dirck Thonisz Moll |
004-16-00 |
| 040 | 1 tafeltgen | Aert Schep | 000-17-00 |
| 041 | 2 gordijnen en cleetgen | Opgehouden | -- |
| 042 | 1 vatebanckjen | De secretaris. 15 stuijvers ingeseth voor |
001-00-00 |
| 043 | 1 spijntgen (=korenmaat) | Jan Koelnsz. Ingeseth voor 1-10-0 Anna Alberts voor 1-11-0 Borge Thonis Gerritsz Raedt |
000-11-00 |
| 044 | Eenige boeckjens | Martijntgen | 000-05-00 |
| 045 | Vleijsgavel (=vleesvork) en ketten | Lambert Petersz | 000-09-08 |
| 046 | Een harck ende eenige prullen | Evert Woutersz | 000-02-00 |
| 047 | 2 bijerboomen (=stok waarmee twee bierdragfers e biertonnen droegen) met haecken |
Jan Stompert | 000-06-00 |
| 048 | 1 seunnintgen (=zeuning, voorbak voor dieren, met name voor varkens) |
Idem | 000-11-00 |
| 049 | 1 vleijskuijp | Opgehouden. Aert Schep | 002-19-00 |
| 050 | Een witte deecken ende eenige prullen | Ingeseth bij Thoon Rutgers 4-3-0. Coper Aert Natters 4-7-0 Borgen Jonge Jan Lambertsz ende Wouter Cornelisz |
004-07-00 |
| 051 | 1 kussen | Rutger Rutgersz | 000-15-08 |
| 052 | 3 beffen (=halskraag) of halsdoecken | Marritgen Harman Thonisz | 001-00-00 |
| 053 | 4 ut supra | Cornelis Cleijnen | 001-04-00 |
| 054 | Eenich linnen | Dirck Evertsz | 000-12-00 |
| 055 | 2 oorcussenbladen | Thonis Maetjens | 001-01-00 |
| 056 | 1 schorteldoecken (=schort) en oorcussenblad |
Lambert Petersz Borge Seger Hen(ricxsz) ende Elis Jansz |
001-08-00 |
| 057 | 2 oorcussenbladen | Gerrit molenaer | 001-05-00 |
| 058 | Eenige huijven | Jan Albertsz Bouter | 000-15-00 |
| 059 | Ut supra linnen | Thijman Woutersz | 000-05-00 |
| 060 | Ut supra | Elis Jansz | 001-00-00 |
| 061 | Ut supra | Gerrit molenaer | 000-10-00 |
| 062 | i linne laken | Willem Mollen | 000-15-00 |
| 063 | 1 tafellaken | Jan Albertsz Bouter | 000-11-00 |
| 064 | 2 schorteldoecken | Willem Mollen | 000-11-00 |
| 065 | Linnen | Staell Hilhorst | 000-02-00 |
| 066 | Linnen laken | Jan Koelensz. Borge Seger Henricxsz |
001-07-00 |
| 067 | Ut supra | Bartolt Jansz tot Baern Borge Joris Petersz |
001-11-00 |
| 068 | Ut supra hembt | Willem Mollen | 001-09-00 |
| 069 | Ut supra | Albert Jansz Borge Seger Henricxsz |
001-10-00 |
| 070 | 1 ut supra | Jan Albertsz Bouter | 001-15-00 |
| 071 | 1 tafellaken | Thijmen Woutersz | 000-16-00 |
| 072 | Ut supra | Staell Hilhorst | 000-14-00 |
| 073 | 1 hembrock | Henrick Wolphertsz | 001-16-00 |
| 074 | 1 hembrock en lijfgen | Elis Jansz ingeseth voor 3 gulden Adriaen Jacobsen Hooft voor 3-2-0 |
003-02-00 |
| 075 | 1 lakens lijfgen | Aert Gijsbertsz Nattert Aert Schep borge |
007-12-00 |
| 076 | 1 Engels damast lijfgen | Aert Nattert. Aert ut supra | 006-19-00 |
| 077 | Een schort | Jan Petersz Koelen Borge Jan Slompert ende Evert Woutersz |
006-08-00 |
| 078 | Eenige koorden | Jan Lambertsz d'Oude | 000-05-00 |
| 079 | Een luijer en swechtels | Selfs coper den vercoper | 004-10-00 |
| 080 | 1 roode roch en lijfgen | Des vercopers moeder | 017-05-00 |
| 081 | 1 swarte rock | Jacobgen Wouters Borge Seger Henricxsz |
016-10-00 |
| 082 | 4 hembtjens | Jan Petersz Koelen | 000-12-00 |
| 083 | Eenige huijfjens | Jan Albertsz Bouter | 000-13-00 |
| 084 | Ut supra | Des vercopers moeder | 000-06-00 |
| 085 | Ut supra | Jan Petersz Koelen | 000-06-00 |
| 086 | Ut supra | Des vercopers moeder | 000-02-00 |
| 087 | 2 luijerdoecken | Eadem (=idem) | 000-07-00 |
| 088 | Ut supra | Gerrit molenaer | 000-06-00 |
| 089 | Ut supra | Joris Petersz | 000-06-00 |
| 090 | 2 ut supra | Jannitjgen Cornelis Coolmans | 000-07-00 |
| 091 | 2 ut supra | Des vercopers moeder | 000-08-00 |
| 092 | 1 luijerdoeck | Willem Thonisz | 000-18-00 |
| 093 | 1 baeckermant | Des vercopers moeder | 001-10-00 |
| 094 | 1 tafeltgen | Slompert | 000-10-00 |
| 095 | 1 sitte scherm | Adriaen Jacobsz Hooft Borgen Seger Jansz en Peter Petersz Ruijcht |
002-08-00 |
| 096 | Eenigen torff int achterhuijs | idem voor 2-8-0 Borgen alsvoren |
002-08-00 |
| 097 | 1 bedt met een hooftpeuluwe | Opgehouden | -- |
| 098 | 1 wijell | Opgehouden | -- |
| 099 | 1 pannekoecxpan | Opgehouden Adriaen Jacobsz Hooft van houwt |
004-15-00 |
| 100 | Eenige bancken | Coper idem | 003-10-00 |
| 101 | 8 stoelen | Coper idem | 002-00-00 |
| 102 | 4 tinne bijerkannen ende half en wijnmaetjen |
Idem cooper | 006-10-00 |
| Totaal Generaal | 155-07-16 |
Pagina uit de boedellijst, in de transcriptie weergegeven onder nrs 37 t/m nr 48.
Personen aanwezig op 2 juni 1645 bij het Erfhuis ten huize van Gijsbert Cornelisz, waard in de Papegaeij
Aangeleverd door Gérard Derks
Mannen
01 qverkoper: Gijsbert Cornelisz, waard in de Papegaeij
02 substituut schout: Joris Petersz = Joris Petersz Alckmaer, herbergier in de Teut (i.p.v. Warnaer van Velthuijsen, schout)
03 schepen: SegerHenricxsz =Seger Henricxsz Coster, woonachtig in de Teut
04 schepen: Elis Jansz
05 secretaris: Reijnier van Ingen
06 Adriaen Jacobsz Hooft
07 Aert Natters / Aert Gijsbertsz Nattert, herbergier aan het Lang End
08 Aert Schep
09 Albert Jansz = mogelijk Albert Jansz Bouter, zoon van Jan Albertsz Bouter (nr. 20)
10 Bartolt Jansz tot Baern
11 Claes Thijmansz
12 Cornelis Cleijnen
13 Cornelis Henricxsz, vader van de verkoper
14 Dirk Evertsz
15 Dirk Thonisz Moll
16 Evert Woutersz
17 Gerrit Aelbertsz / Gerrit Molenaer / Gerrit Aelbertsz Molenaer = Gerrit Albertsz Varekamp, molenaar te Soest
18 Gijsbert Jansz Bouter, zoon van Jan Albertsz Bouter (nr. 20)
19 Henrick Wolphertsz20. Jan Albertsz / Jan Albertsz Bouter, woonachtig in de Teut
21 Jan Koelensz / Jan Petersz Koelen, herbergier in de Teut
22 Jonge Jan Lambeitsz
23 Jan Lambertsz d'Oude
24 Jan Philipsz, herbergier nabij de Kerkebuurt
25 Jan (Hermansz) Slompert, herbergier in het Claverblad nabij de (latere) R.K. kerk
26 Lambert Petersz
27 Peter Petersz Ruijcht
28 Rutger Rutgersz
29 SegerJansz = mogelijk Seger Jansz Schouten
30 Staell Hilhorst = Geerlof Gerritsz Staell Hilhorst
31 Thonis Cornelisz
32 Looch Cornelisz, broer van 31
33 Thonis Gerritsz de Raedt, timmerman.
34 Thonis (Albertsz) Maetjen
35 Thijman Woutersz, kleermaker
36 Willem Thonisz / WillemMoll / Mollen = Willem ThoniszMoll
37 Wouter Cornelisz
Vrouwen
38 Anna Alberts
39 Anna Gijsberts
40 Beertgen Jans = mogelijk de vrouw van Jan ThoniszMoll
41 Gijsbertgen in 't witte kruijs = wrsch. Gijsbertgen Cornelis Spaans x Jan Petersz Koelen (nr. 21)
42 Jacobgen Wouters
43 Jannitgen Cornelis / Jannitgen Cornelis Coolmans
44 MarritgenHarmanThonisz
45 Martijntgen
46 Thoon(tgen)Rutgers= de vrouw van Willem ThoniszMoll(nr. 36)
47 Thijman Woutersz vrouw (haar eigen naam mij onbekend)
48 Vercopers moeder (haar eigen naam mij onbekend)
49 Weijm Jan Slomperts = Weijmtgen Jans, de vrouw van Jan Hermansz Slompert (nr. 25)

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.