Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Hocus Pocus Pas met het bevolkingsregister van Soest

Jan Ostenk

Op vrijdag 18 mei 1945 verscheen "De Nieuwskroniek voor het Eemland" onder redactie van Henk Vermeulen. In deze eerste uitgave werd het verdwijnen van het bevolkingsregister van Soest beschreven onder de kop "De ware historie van een illegaal kraakje". Wij laten het artikel hier onverkort volgen.

De ware historie van een illegaal kraakje
Toen vooral in het begin van 194 3 de propaganda voor arbeid in Duitschland bleek te falen en de debacle van Stalingrad grooter krachtinspanning in de oorlogsindustrie noodzakelijk maakte, was ook het oogenblik voor grooter activiteit bij de jacht op jonge arbeidskrachten aangebroken.
Op 21 Mei 1943 gaf burgemeester des Tombe daarom des morgens te elf uur tijdens een dienstbespreking opdracht aan den heer W. Groart, zorg te dragen voor een spoedig verdwijnen van het bevolkingsregister; toen op 25 Mei des morgens om half vijf het hoofd van de politie-nachtploeg, agent A.W. Voet zijn voorgeschreven ronde deed door het gemeentehuis, moest hij in de buurt van de afdeeling Bevolking plotseling hevig niezen. Hij rook een penetrante peperlucht en hij zag (met goed gehuichelde verbazing) de stalen kaartenkasten leeg en het Bevolkingsregister gevloden.
De opdracht was vooral door drie man uitgevoerd, Dirk Kroon, Gerbrand Zoetelief en Marinus de Moraaz Imans kraakten het register, terwijl de agenten A. Voet en A. Entrop volle medewerking verleenden.
Het was bekend dat het bevolkingsregister zich in stalen kasten bevond. Tusschen 11 uur des morgens en 1 uur des nachts, toen de inbraak begon, moest heel wat voorbereidend werk worden verricht. Dirk Kroon was mede de geknipte man voor dit werk. Men weet, dat hij eind 1944 zijn leven voor het vaderland gegeven heeft. Duitsche kogels maakten een einde aan een bestaan, dat gedurende de oorlogsjaren vooral aan illegaal werk was gewijd. Dirk Kroon maakte kaarten van allerlei versterkingswerken b.v. van geheel Haarlem, hij verborg natuurlijk onderduikers, terwijl er een interessant verhaal bestaat over proefnemingen met trotyl van dubieuze kwaliteit, dat volgens Dirk prima werkte, maar in de praktijk weigerde te ontploffen. Zoo deed hij veel, en het bevolkingsregister was voor hem maar één van de zaakjes. De Moraaz Imans verleende medewerking op grond van zijn technische kennis. Gerbrand Zoetelief organiseerde het contact met de hem bekende agenten van den nachtdienst en ensceneerde het geheel. Proefnemingen werden in den loop van den dag genomen met een stalen kast in de brandweerwacht, die vrij gemakkelijk geopend kon worden. De kast was oud en niet al te goed meer, een schroefje losdraaien hier en een pinnetje indrukken daar, en de centrale sluiting klikte open. Men verwachtte dus geen moeilijkheden langs dezen weg. Wachtcommandant Voet kreeg vervolgens des avonds te 10 uur bezoek en de mededeeling dat er in het gemeentehuis zou worden ingebroken. Hij informeerde naar het doel, hoorde de naam "bevolkingsregister" en aarzelde geen oogenblik zijn medewerking te verleenen.
Dien nacht waren oogen en ooren van de politie blind en doof. Agent Entrop trok vervolgens op de afdeeling Bevolking de pennen uit de ramen, en om 12 uur 's nachts deed Voet zijn eerste voorgeschreven ronde. Hij noteerde in het rapportenboek "Niets bijzonders".
Tegen één uur in de heldere Meinacht van de 21ste op de 22ste vertrok een kleine stoet uit de slagerij van Zoetelief aan de van Weedestraat naar het gemeentehuis. De drie mannen waren donker gekleed en droegen hand- en gymschoenen. Hun materiaal bestond uit één à twee ons beste vooroorlogsche peper, een breekijzer, eenige schroevendraaiers, een glassnijder, een bakfiets, een transport- en een gewone fiets, alsmede een aantal jute zakken. Zij waren nog vóór eenen aan de achterzijde van het raadhuis, parkeerden het rollend materiaal en beproefden de ramen. Het breekijzer deed zijn dienst, een van de ramen schoof omhoog, zij waren binnen. De verduisteringsgordijnen werden neergelaten, het raam weer gesloten, het licht aangestoken: de arbeid kon beginnen. Een schroefje werd losgedraaid en een pinnetje ingedrukt, volgens beproefd recept, maar de kasten waren en bleven hermetisch gesloten. Goede raad was duur. De kasten bleken van ander fabrikaat dan die bij de brandweer. Men ontdekte evenwel tusschen het boven- en benedenstuk, waaruit beide kasten bestonden, een uitschuifbaar werkblad dat nieuwe mogelijkheden bood. De Moraaz prutste met een schroevendraaier van kleinste afmeting de schroefjes los waarmede de stalen werkbladen bevestigd waren, en zoo ontstond een kier van een vijftal centimeters, waardoor men de centrale sluiting achterin de kast, zou kunnen bereiken.
Men zocht een lang, smal voorwerp, probeerde de liniaal waarlangs de open ruimten in de registers van de burgelijke stand zoo keurig worden opgevuld, maar deze was te kort. Zoetelief deed toen een ontdekking: aan een formulierenkast zag hij een gordijntje langs een koperen roet je. Het was juist lang genoeg; na eenig wringen klonk het langverwachte "klik": één voor één rolden 16 laden op kogellagers naar voren. Haar inhoud werd overgestort: weldra stonden twaalf loodzware zakken gereed met ruim 20.000 cartonnen persoonskaarten, jarenlang keurig bijgehouden "volgens de voorschriften" en bovendien 4000 kaarten, waarop van ieder huis de bewoners waren genoteerd. Het was twee uur. De vracht bleek veel te groot voor één bakfiets; doodleuk ging nu de Moraaz Imans, spertijd of geen spertijd, half Soest door om een tweede carrier op te halen. Hij was daar om half drie mee terug. De beide anderen sleepten intusschen de zakken door het raam naar buiten. Geruischloos ging dat niet, maar de politiemannen deden alsof ze doof waren en maakten extra hard lawaai met schrijfmachines ter camouflage. Nadat alles was opgeladen moesten de sporen van het werk zoo goed mogelijk worden verwijderd, en enkele andere wijzigingen worden aangebracht. De gordijntjes werden netjes aan het roetje geringd, de laden weer in de kasten geduwd, de werkbladen op hun plaats geschoven. Om de politiehond op een dwaalspoor te brengen werd vervolgens het builtje peper te voorschijn gehaald en de geheele vloer binnen, het raamkozijn en de grond voor het raam buiten, rijkelijk bestrooid.
"Het was wel een beetje zonde van al die goeie peper", zegt Zoetelief ons, "maar voor deze keer moest het dan maar". Alle sporen van voeten en fietsbanden werden daarna zoo goed mogelijk weggewischt; toen was het al bij drieën en het werd tijd de tocht met de fietsen te beginnen. Men wierp nog een laatste blik op het slagveld en startte.
De Spoorstraat, de Prins Bernhardlaan, de Waldeck Pyrmontlaan, de Schrikslaan, de Albert Hahnweg, de Laanstraat, de Dorresteinweg, de Wieksloot, naar het huis van Kroon. De mannen hebben misschien wel neiging gehad om uit te roepen: "Hé, menschen, wordt wakker. Hier gaat het bevolkingsregister van Soest. Is het niet om je krom te lachen?" Ze deden het niet.
"Zenuwachtig waren we geen van drieën", zegt Gerbrand. Bij Kroon werden de zakken in de grond gestopt. Te kwart over vier waren de saboteurs weer thuis. Ten raadhuize ontdekte vervolgens Voet bij zijn tweede ronde (volgens het proces-verbaal van het officieel verhoor "zeer verbaasd en ontsteld!) te half vijf de peperlucht en de leege kasten. Hij liet alles zooals het was (d.w.z. eerst werden overal de pinnen weer in de ramen gestoken) en sloeg volgens de voorschriften alarm. Inspecteur Voerman en brigadier Meyer verschenen, wischten ook de laatste sporen uit die bij het eerste daglicht nog duidelijk te zien waren. Rechercheur Meyer nam een voetafdruk met een grintlaag ter dikte van een centimeter. Gemeentewerken werd gealarmeerd en zette het terrein des misdrijfs af met touw en palen. De Rijksspeurhondgeleider met de officieele Rijksspeurhond "Wanda" verscheen. Maar Wanda kwam, zag, rook en nieste. Zij hield daar niet meer mee op. Allerlei autoriteiten kwamen ter plaatste: de stomverbaasde burgemeester, de woedende Sicherheitsdienst met dikke koppen en platte petten. Er werden verhooren afgenomen, maar de mannen van de nachtdienst hadden niets gehoord en niets gezien. Scherpe bewakingsmaatregelen werden voor de toekomst uitgevaardigd; de ware toedracht bleef tot nu toe verborgen en de Sipo tastte in het duister, dat zoovéél goed werk heeft omgeven, tot het thans in het volle vrije licht mag worden gezegd en gelezen.

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto