Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Noorduyn, Bob

BOB NOORDUYN
Nederlandse vliegtuigbouwer in Canada
1893 - 1959

Auteur: Dik Top

Nu in Soesterberg sinds ongeveer 2015 een straat is die de naam van deze pionier onder de Nederlandse vliegtuigbouwers draagt, is het misschien goed om iets over zijn prestaties in de luchtvaart in herinnering te brengen. Succesvol was hij, maar met Soesterberg had hij niets te maken (noot 1).

Afkomst - half Nederlands, half Brits
Robert (Bob) Bernard Cornelis Noorduyn werd geboren in Nijmegen op 6 april 1893 als zoon van bankier Bernard Noorduyn (geboren 1860) en de Engelse Harriet Ellen Churchill (1871) met wie hij was getrouwd op 8 juni 1892 in de St. Stephanuschurch in Hampstead (Middlesex). Behalve Robert kregen ze op 1 september 1895 zoon Willem Jacob. Het gezin verhuisde enige tijd later naar Rotterdam, waar Bob zijn jeugd doorbracht. Op 1 januari 1908 verloor hij bij een tramongeluk een onderbeen. Meerdere kranten maakten daar de volgende dag melding van. Zijn leeftijd 14 jaar werd daarbij met een jaar te laag aangegeven (afb. 1). Vader Bernard overleed al in Rotterdam op 24 augustus 1910, zijn vrouw op 22 oktober 1947 in Den Haag.

Vroege interesse voor de luchtvaart
Ondanks zijn handicap dook de naam R.B.C. Noorduyn al vroeg op in de Nederlandse en Engelse vliegwereld. Hij was secretaris-penningmeester van de in 1912 opgerichte Rotterdamsche Model Aero Club, de RMAC. Zijn broer Willem (Willy) was ook actief in deze club. Hij werd in mei 1912 sportcommissaris. Op 27 juli dat jaar won Bob in Greenforth in Engeland bij wedstrijden voor modelvliegtuigen om de Gamage Cup de eerste prijs, waarbij hij 29 andere deelnemers achter zich liet. Hij hield ook lezingen over de modelvliegtuigsport en publiceerde in 1913 samen met A.W. Mees het boek Proefvliegtuigensport, haar wezen en haar praktijk. Noorduyn schreef het gedeelte Theorie en samenstelling der proefvliegtuigen.
Ruim 34 jaar later werd hij in het nummer van Vliegwereld van 15 december 1947 beschreven als de beste bouwer van modelvliegtuigen van zijn tijd.

Naar Engeland
Bob volgde een korte technische opleiding in Nederland en in Duitsland. Hij sprak toen al vier talen vlot. Reeds in 1913 vertrok hij naar Engeland. Daar leerde hij - met een kunstbeen - vliegen op een Franse Caudron II. Na een engagement bij de fabrieken Sopwith en Armstrong Whitworth (bij welke laatste ook Frits Koolhoven werkte) als tekenaar ging hij in 1917 over naar de nieuwe fabriek British Aerial Transport (B.A.T.) waarvan Koolhoven de medeoprichter was en waar ook de Nederlanders Tom van Laar en Bobs broer Willy werkzaam waren. Samen met Koolhoven was hij de ontwerper van de formidabele jager F.K.23 Bantam en het lesvliegtuig F.K.24. Hij leverde tevens een belangrijke bijdrage bij de bouw van het passagiersvliegtuig F.K.26. Toen B.A.T. in augustus en september 1919 met onder meer twee Bantams deelnam aan de ELTA in Amsterdam, werd een F.K.26 door Chistopher Draper naar Nederland overgevlogen, met als passagiers Frits Koolhoven, Bob Noorduyn en Tom van Laar. Wegens het natte landingsterrein van de ELTA landde het toestel eerst op Soesterberg. Dit was waarschijnlijk de enige keer dat Noorduyn de grond van Soesterberg betrad. Daarna ging de reist verder naar het vliegterrein van de ELTA in Amsterdam-Noord (foto 2). In Engeland moet Noorduyn ongeveer tien verschillende vliegtuigtypes hebben gevlogen.
Koolhoven en luitenant Louis Coblijn van Soesterberg richtten in sneltreinvaart hun luchtvaart maatschappij Cobor op. Met twee F.K.26’s werden vanaf najaar 1919 enige tijd vluchten gemaakt tussen Soesterberg (in advertenties soms aangeduid als vliegveld van Amsterdam!) en Hounslow bij Londen.

Even terug in Nederland
Na het faillissement van B.A.T. en zijn terugkeer naar Nederland begin 1920 samen met Koolhoven en zijn broer, was Bob korte tijd in dienst bij de Rijks Studiedienst voor de Luchtvaart (R.S.L.) in Amsterdam. La Gazette de Hollande schreef nog op 22 juli 1920 over de Aerial Navigation Exhibition die in Engeland was gehouden: <Besides the two planes already mentioned, there is the “Bat Bantam”, built by the Dutch builders Messrs. Koolhoven and Noorduyn.> De hoge prestaties van deze jager werden erbij vermeld.

Met Fokker naar de Verenigde Staten
Fokker vertrok samen met zijn vrouw Tetta von Morgen met het schip S.S. Noordam op 29 november 1920 naar de USA. Zijn vriend en medewerker Frits Cremer en Noorduyn gingen ook mee. Noorduyn was precies 3 jaar jonger dan Fokker.
Het Amersfoortsch Dagblad van 31 december publiceerde een lang artikel over een interview met Fokker, dat was overgenomen van het Amerikaanse tijdschrift Aviation onder de titel Fokker studying the American situation. Hij had onder meer verteld dat “….. mijn idee om ook het schieten door den vloer van de vliegtuigromp mogelijk te maken, was eveneens een verrassing, en was doodelijk, totdat ook dit idee bij de geallieerden toepassing vond.”
Op 8 januari 1921 keerden de mannen terug naar Nederland. Tetta was al eerder gegaan. De mannen hadden zich georiënteerd over de mogelijkheden tot het vestigen van een fabriek in Amerika.
Op de tweede reis van Fokker naar de USA op 13 mei 1922 waren Tetta en Noorduyn er weer bij. Ze gingen met het S.S. Nieuw Amsterdam. Aankomst 27 mei. De Fokker T.II bommenwerper ging mee. Tijdens dit verblijf werd The Netherlands Aircraft Manufacturing Company opgericht, waarvan Noorduyn de hoofdmanager werd. Bob trouwde op 8 oktober 1923 in New York met Bertha Hilton Piggott, die was geboren op 18 september 1892. Ze kregen zoon Robert Hancock (overleden in 2008).
De derde reis van Fokker naar de USA vond plaats tegen het einde van 1923. De fabriek Wittemann-Lewis die in 1922 failliet was verklaard, werd door Fokker overgenomen en gevestigd op het vliegveld Teterboro in New York. Bij de latere Amerikaanse fabrieken van Fokker, waaronder begin 1924 de Atlantic Aircraft Corporation in Hasbrouck Heights, speelde Noorduyn ook een zeer centrale rol, onder meer als constructeur, financieel beheerder en als manager. Van Bob Noorduyn zelf zijn vrijwel geen foto’s te vinden. De portretfoto van hem in het boek van Henri Hegener Fokker, the Man and the Aircraft lijkt vrijwel de enige te zijn die heeft overleefd (foto 3).
Hij was de ontwerper van de succesvolle Fokker ‘Universal’ van 1926 met een eenpersoons open cockpit. Hiervan werden er 44 gebouwd (foto 4). In 1928 volgde zijn ontwerp ‘Super Universal’. Dit was Fokker’s grootste succes in de USA. De fabriek zelf produceerde er 81 van (foto 5). Vickers in Canada en Nakajima in Japan bouwden een aantal in licentie.           De Canadese Fokker Super Universal CF-AAM die in 1928 werd gebouwd, heeft een grondige revisie ondergaan. Deze ging in 1998 weer voor het eerst de lucht in en wordt nog steeds gebruikt.

Andere belangrijke werkzaamheden
Vervolgens was Noorduyn vice-president en general manager van Teterboro Airport (N.J.). Dit betekent waarschijnlijk dat hij niet meer was betrokken bij de bouw en de ontwikkeling van de grote Fokker F-32. Vanaf 1929 was hij enige tijd vice-president van de vliegtuigfabriek Bellanca & Pitcairn. Giuseppe Bellanca had eerder het vliegtuig gebouwd waarmee Chamberlin met Levine als passagier over de Atlantische Oceaan vloog. In september 1930 kwam onder meer de Heldersche Courant met een bericht over de Bellanca P-100 ‘Airbus’ die was ontworpen in samenwerking met Noorduyn. Het bijzondere van dit vliegtuig voor 10 passagiers was dat de verbindingsstijlen tussen de vleugel en de romp ook een soort vleugels waren. Noorduyn had ook een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de eerste gesloten vierpersoons autogiro die Pitcairn in 1932 bouwde als PA-19.

Eigen fabriek in Canada                                                                                                        
Noorduyn stichtte in 1933 in Montreal in Canada de Noorduyn Aircraft Limited. Zijn ontwerp Noorduyn ‘Norseman’ waarvan het prototype CF-AYO met de naam ‘Nore-Dyne’ voor het eerst vloog op 14 november 1935, was van meet af aan een succes. Deze hoogdekker had veel weg van Noorduyn’s eigen ontwerp, de Fokker ‘Super Universal’. Behalve de twee piloten was er plaats voor 6 tot 10 passagiers. Vliegwereld van 18 maart 1937 had een kort artikel over de Norseman met een foto van een in Canada geregistreerd toestel, de CF-BAM (foto 6)
Een van de laatste berichten in de vooroorlogse Nederlandse pers over Noorduyn verscheen in Vliegwereld van 19 mei 1938. Dit hield in dat Fokker en Noorduyn samen besprekingen zouden gaan voeren met het Ministerie van Oorlog te Ottawa over het bouwen van snelle militaire vliegtuigen in Canada. Deze plannen gingen niet door. Niet bekend welke vliegtuigtypen van Fokker zij op het oog hadden. Misschien wel de D.21 of de G.1.

Norseman
Het bijzondere van de Norseman was dat dit een zeer robuust werkpaard was en speciaal was geconstrueerd voor het barre Canadese klimaat, waar dit vliegtuig uitstekend voldeed. Noorduyn had geen betere naam voor zijn product kunnen bedenken. Norseman betekent Inwoner van het Noorden. Onder meer de Canadese politie maakte in 1938 gebruik van een Norseman, de CF-MPE (foto 7). Een maatschappij die uitsluitend Norsemans in dienst had, was de Canadese United Air Services Ltd. met tien machines. Ze werden gebruikt voor de mijnindustrie en handel in pelzen.                                                                                                                                      
Van 1935 tot 1959 bouwde de fabriek van Noorduyn 903 er exemplaren van, in de varianten Mk.I tot en met Mk.VI. Alleen al aan de Verenigde Staten werden 759 stuks geleverd, het merendeel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze vliegtuigen werden onder meer gebruikt als ambulancevliegtuig en als transportvliegtuig en werden geleverd in drie categorieën: met een wielonderstel, met ski’s en als watervliegtuig met drijvers. Deze onderstellen konden gemakkelijk worden verwisseld.                                                                                              
De krant Vrij Nederland schreef op 29 januari 1944 dat prins Bernhard tijdens zijn ‘kerstbezoek’ aan Canada slechts één vliegtuigfabriek had bezocht. Dit was Noorduyn Ltd. in Montreal waar op dat moment 11.000 werknemers twee vliegtuigtypen bouwden, de Noorduyn Norseman, en in licentie de North American ‘Harvard’.
Omdat van de Norseman meerdere variaties werden gebouwd, hier grofweg enige specificaties: spanwijdte 15,7 m, lengte 9,86 m, maximumsnelheid 248 km/u, startgewicht 3420 kg, motor Pratt & Whitney 600 pk. Dit vliegtuigtype bleef tot 1953 in productie en ging naar 67 landen over de hele wereld. Ze vlogen zowel in de Arctica als in Antarctica.
Eén exemplaar kwam in Nederlands-Indië terecht. Deze Norseman werd in 1948 aangetroffen in een Amerikaanse dump op Biak. De registratie PK-SAM werd met ouderwetse grote zwarte letters aangebracht. Dit toestel was enige tijd eigendom van luitenant-kolonel Meeuwenoord en kapitein Renaud. In 1948 werd het overgenomen door de Indische Militaire Luchtvaart met als basis vliegveld Tjililitan. De registratie werd toen I 400 en de gebruikelijke militaire rozet aangebracht (foto 8).
In Noorwegen werden er vanaf 1945 25 gebruikt tot aan 1959. Zweden had het type Norseman Tp 78 tot 1959 in dienst, hoofdzakelijk als ambulancevliegtuig. Waar Frits Koolhoven helaas in 1938-1939 faalde in Zweden (en in Noorwegen) met zijn aanbod voor een F.K.49A ambulancevliegtuig en zijn Ontwerp 1142, slaagde zijn vroegere Nederlandse collega wel in deze landen met zijn producten.

Bouwer van de bekende ‘Harvard’
De vliegtuigfabriek North American, die indirect voortkwam uit de laatste fabriek van Fokker in de Verenigde Staten, had in 1935 het lesvliegtuig NA-16 uitgebracht. Fokker verwierf de verkooprechten voor Europa en kocht daarom één exemplaar om hiermee te kunnen demonstreren. Dit toestel werd in de mobilisatietijd gevorderd en vloog daardoor korte tijd op Soesterberg. De NA-16 werd verder ontwikkeld tot de geheel metalen AT-6 ‘Texan’. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door Noorduyn in licentie ongeveer 2800 van deze toestellen gebouwd voor de geallieerden onder de naam ‘Harvard’ AT-16. Op Soesterberg vlogen ze van eind jaren veertig tot in de jaren zeventig. Ze vielen erg op door hun typische knetterende geluid en hun gele kleur. In latere jaren werden de neuzen gespoten in een felle oranje dayglow kleur (foto 9).
Net zoals de Norseman’ deed de ‘Harvard’ in heel veel landen en gedurende lange tijd dienst, in Zweden bij voorbeeld tot 1972.
Kort na de oorlog verloor Bob Noorduyn de grip op zijn fabriek. Vliegwereld schreef op 15 augustus 1946 dat de aandelen alsmede de productie- en verkooprechten van de Norseman waren gekocht door Canadian Car & Foundry Comp. Ltd.

Laatste bezoek aan Nederland
In de Leeuwarder Courant van 2 augustus 1951 verscheen een artikeltje met de bekende portretfoto, waarin werd meegedeeld dat Noorduyn in Nederland op bezoek was geweest. Hij vertelde daarin onder meer over de problematiek van het bouwen van vliegtuigen die ‘in de rimboe’ moesten kunnen worden gebruikt - zoals in de uitgestrekte bossen van Canada, waar bovendien de temperaturen ’s winters vaak zeer laag waren en veel sneeuw lag. Zulke vliegtuigen moesten simpel en zeer robuust zijn, weinig kosten en weinig onderhoud vergen. Daarom geen intrekbare wielen, geen onder zware omstandigheden moeilijk te repareren metalen vleugels en dat soort dingen. Zijn bekende ontwerp Norseman had bewezen daarvoor het meest geschikte soort vliegtuig te zijn. Noorduyn voegde toe: Trouwens, er zou alles voor te zeggen zijn, indien men überhaupt het vliegtuig wat eenvoudiger maakte en de aerodynamische perfectie iets minder opvoerde. Het zou minder snel gaan, maar het leven in de luchtvaart zou er plezieriger door worden.

Bijna vergeten in zijn geboorteland
Nog was zijn loopbaan als vliegtuigbouwer niet ten einde. In 1953 kocht hij de aandelen van de fabriek terug en vestigde hij Noorduyn Norseman Aircraft Limited. Daar werd nog een nieuwe versie gebouwd, de Mk.VII.
Ondanks zijn grote successen als vliegtuigbouwer is deze in Nijmegen geboren Nederlander in eigen land zo goed als onbekend. Hij overleed 65 jaar oud op 22 februari 1959 in zijn woning in South Burlington in Vermont in de Verenigde Staten (noot 2). De restanten van zijn fabriek gingen in 1982 over naar Norco Associates, die geen vliegtuigen meer bouwden. Zijn vrouw Bertha overleed op de leeftijd van 91 jaar in november 1983.
Drie Norsemans maakten geschiedenis in Noorwegen en gedeeltelijk bij het bedrijf Fjellfly van Snorre Kjetilson op het vliegveld Geiteryggen bij Skien, de hoofdstad van de provincie Telemark. Dit waren de LN-BDP, BDR en BFN (foto 10). Fjellfly had behalve deze nog twee stuks van dit vliegtuig, de LN-BDR die soms met drijvers vloog (foto 11) en de LN-BFN (foto 12). (noot 3).
Zweden heeft een Norseman Mk.VI die in het Flygvapenmuseum staat.
In Canada is nog het vliegende exemplaar CF-HPY eigendom van Alberta Aviation Museum.
De Norseman was het eerste vliegtuigtype dat in Canada werd ontworpen en gebouwd dat op grote schaal aan andere landen werd geleverd.
En nu leeft de naam van deze vliegtuigbouwer ook voort in Soesterberg, in de vorm van een straatnaam.

NOTEN
Noot 1.
Met alle respect voor deze Nederlander met Engelse moeder, moet toch wel worden vastgesteld dat zijn naam absoluut niet thuishoort in het Soesterbergse straatbeeld. Zo gezien zou het veel beter zijn geweest een straat te noemen naar de belangrijkste technische man op Soesterberg, onder wiens bekwame leiding de vliegtuigen van 1913 tot aan 1940 werden onderhouden en gerepareerd en zelfs complete vliegtuigen werden gebouwd. De man die de vliegtuigen letterlijk in de lucht hield. Staande op zijn schouders oogstten de Soesterbergse vliegers hun nationale en internationale triomfen. Deze man was BEREND BOEVINK. Maar wat wil je? Hij was geen officier, en dat zegt heel veel! (zie apart artikel over Berend Boevink).

Noot 2.
Voor mij persoonlijk is het interessant dat de straat Noorduyn in Soesterberg gedeeltelijk ligt op het erf van het pand dat mijn ouders kochten aan de Amersfoortschestraat in 1927 - het gedeelte van bijna honderd meter lang langs de Kampweg.

Noot 3.
In maart 1945 kwamen 8 Norsemans aan op Fornebu bij Oslo. Bij de Noorse luchtmacht kreeg een toestel de registratie R-AF. Deze speelde een belangrijke rol bij de heropbouw van Noord-Noorwegen. Gebruikt tot 1959 werd deze gekocht door Thor Solberg en civiel geregistreerd als LN-TSN. In 1963 kreeg dit vliegtuig een eigenaar in Zweden. Deze Noorduyn keerde in 2018 terug naar Noorwegen en staat nu te pronk in Norsk Luftfartsmuseum in Bodø. De vliegtuigen van Kjetilson in Skien waren: BDP (bouwjaar 1941) Noorwegen R-AV, Fjellfly aug 1957 LN-BDF, Zweden 1972 SE-FUP, Noorwegen LN-DBP, nu Gardermoen als R-AV.
BDR (bouwjaar 1942) R-AK. Fjellfly 1957 LN-BDR met drijvers. Zweden1970. Noorwegen 1994. Gerestaureerd Sola. BFN (bouwjaar 1944) Noorwegen LN-PAD, daarna R-AI, juli 1963 Fjellfly LN-BFN, Zweden jaren 70, museum Östersund.

BRONNEN:
Henri Hegener - Fokker, the Man and the Aircraft
Historische kranten en tijdschriften
Genealogische gegevens bijeengebracht door Eddy Habben-Jansen

DE FOTO'S

1.    Ongeval met tram in Rotterdam

2.    Koolhovens F.K.26 op de ELTA. 1. Tom van Laar 2. Ir. Von Baumhauer 3. Mevr. Noorduyn 4. Bob Noorduyn 5. Draper bij de cockpit 6. Frits Koolhoven (via Peter Alting)

3.    Portret van Bob Noorduyn (via Henri Hegener)

4.    De Fokker Universal, ontworpen door Bob Noorduyn (via Peter Alting)

5.    De Super Universal was ook een ontwerp van Noordyn (via Peter Alting)

6.    Een Norseman uit Vliegwereld van 18 maart 1937

7.    De CF-MPE van de Canadese politie (De Telegraaf november 1938)

8.    De Norseman die de oorlog overleefde in Indië, als I 400 (Vliegwereld 15 mei 1949)

9.    De meeste in Nederland gebruikte Harvards werden gebouwd door Noorduyn. Hier een exemplaar op Soesterberg (collectie Dik Top)

10.  De Norseman LN-BDP van het Noorse bedrijf Fjellfly in Skien op drijvers, gefotografeerd in Larvik door Jaap Zwart op 6 mei 1970

11.  Ook de LN-BDR stond die dag in Larvik (foto Jaap Zwart) 

12.  Een Norseman van Fjellfly met wielonderstel was de L-BFN die op dezelfde dag in een hangar in Skien op de foto ging (foto Jaap Zwart)

Alle foto's zijn afkomstig uit de collectie van de auteur Dik Top

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto