
Geplaatst in het blad Flehite februari 1972
Auteur Engelbert Heupers
Met het voortschrijden van de tijd gaat hoe langer hoe meer het oude Soest schuil achter de heterogene massa van nieuwe bewoners. Hoeveel van die nieuwkomers kennen
de eigen aard, de gewoonten en tradities van de autochtone bevolking?
Langzamerhand zijn de oude „Soesders", zoals zij zich graag nog noemen, een onbeduidende minderheid geworden, waarvan de namen alleen nog hun bekende, vertrouwde
klank hebben weten te behouden. Wanneer een Soestenaar, in 1900 overleden, in 1960 of nog later in zijn dorp aan de Eem had kunnen terugkeren, dan zou hij als een vreemde door zijn vroegere woonplaats gelopen hebben en van de ene verbazing in de andere gevallen zijn. Alleen de oude familienamen van de inheemse, van geslacht op geslacht hier gewoond hebbende inwoners zouden hem bekend in de oren hebben geklonken.
Wij hebben de destijds gemaakte aantekeningen van de oude doop-, trouw- en begraafboeken van de Nederlandse Hervormde Kerk van Soest, berustende in het Rijksarchief
van Utrecht, te Utrecht, nog eens nageslagen en troffen hier zovele niet oninteressante gegevens aan, met betrekking tot het oude Soest, zijn maatschappelijke toestanden en toenmalige inwoners, dat zij stof genoeg opleverden voor dit artikel.
Met de naamgeving was het voor de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811, net als overal, maar matig gesteld, al waren toen al de meeste inwoners in het bezit van een familienaam. Er waren Doop-, Trouw- en Begraafboeken en deze moesten worden bijgehouden. De plaatselijke predikant en aan katholieke zijde, de pastoor, waren hiermee belast, doch in de loop der tijden werd dit nogal eens overgelaten aan een koster of ondergeschikte, die in de edele „schrijfconste" minder bedreven was.
Die namen het niet zo nauw met de spelling en schrijfwijze. Of een naam nu zus of zo wordt geschreven, met één of twee a's, wat doet dat er nu toe, zullen zij gedacht hebben.
De aanbeveling tot het houden en aanleggen van doop-, trouw- en begraafboeken dateert van de eerste tijd der Gereformeerde Kerk (lees: Hervormde Kerk). In de bijeenkomst
genoemd: „de versamelinge der Nederlandsche kercken, die onder 't Cruis zitten in ende buyten Nederlant allesints verstroyt zijn, gehouden tot Wesel, den 3
novembris ende vervolgens in de jaere MDLXVIII", werd aanbevolen, „ als ten hoogsten dienstig voor de kerk en de republicque", de namen vooral van de gedoopte kinderen,
hun ouders en getuigen bij de plechtige toediening te noteren.
Dit „aan te tekenen" zoals wordt vermeld, geschiedde dikwijls zeer willekeurig en te Soest veranderde de predikant (of de koster? ) de familienaam naar eigen goeddunken of .... op verzoek van ouders of peetouders, die hier misschien belangen hadden van financiële aard of dit verzochten met het oog gericht op de erfopvolging of het voortbestaan van de geslachtsnaam, die dreigde uit te sterven.
Zo lezen wij:
den 9 January 1752
een kind gedoopt genaamt Gerrit Lindeman, de vader Antonius van Duuren V.D.M. (= Dienaar van het Goddelijk Woord, predikant) alhier, de moeder Mejuff. Johanna
Geertry Lindeman.
Waarom Dominé van Duuren, predikant te Soest van 1746 tot 1752, zijn zoon de geslachtsnaam van zijn vrouw geeft is niet duidelijk. Redelijkerwijs zou men immers verwacht hebben, dat dit kind de naam van zijn vader zou krijgen. Of waren zij misschien niet gehuwd? De gebruikelijke akkolade E.L. (= echtelieden) ontbreekt.
Een ander geval van opzettelijke naamsverandering, die in die tijd niets ongewoons blijkt te zijn, maar die wij nu „verduistering van burgerlijke staat" zouden noemen en waarbij de geslachts- of familienaam van een geacht ingezetene en bewoner van het voormalige landgoed „Middelwijk" aan het aloude Kerkpad gelegen, totaal wordt weggelaten, geeft te denken, dat het met de eigenlijke naamsgeving maar matig gesteld was. Invloedrijke personen konden er aan laten veranderen wat zij wilden of goeddachten.
Op 6 mei van het jaar 1806 werd op Middelwijk een kind geboren van het mannelijk geslacht, genaamd: Nikolaas Hendrik, zoon van Ambrosius Justus Zubli en Everarda Kornelia Maria Hoogvliet, echtelieden.
In het doopboek staat echter vermeld:
1806. Den 8 Juny
Nikolaas Hendrik Tatum, geb. den 6 Mey
zoon van Ambrosius Justus Zubli
en E.L.
Everarda Kornelia Maria Hoogvliet
Doophefster was bij die gelegenheid Mevrouw Elisabeth Anna Tatum, weduwe van den Hoogeerwaarden Heer Nicolaas Hoogvliet, Professor in de H.Godgeleerdheid, te Leiden, geboren te Delft, 16 september 1729; overleden te Leiden, 29 april 1777. De grootmoeder houdt het kind ten doop en haar kleinzoon krijgt de naam: Tatum. Moet die hier worden opgevat als familie- of voornaam voor de jonggeborene?
In de eerste helft van de 19de eeuw bestond in ons land het gebruik om soms de familienaam van de grootmoeder als voornaam te geven aan het kind. Een enkele keer geschiedde het dan, dat deze voornaam opnieuw achternaam werd. Is dit ook hier geschied?
Een andere hypothese is dat een niet onaanzienlijke pillegift (= doopgift) of het voortbestaan van de naam Tatum deze vreemde naamsgeving, dit hebben bevorderd of hieraan niet vreemd zijn. Althans men hechtte blijkbaar zeer veel waarde aan de geslachtsnaam Tatum, die moest blijven voortbestaan en/of behouden.
Enkele jaren later, na de invoering van de Burgerlijke Stand noemt deze telg uit het geslacht Zubli zich: Nikolaas Hendrik Tatum Zubli en voert hij die achternaam waarschijnlijk als voornaam, zodat aangenomen mag worden, dat toch geen sprake is van een opzettelijke naamsverandering, zoals aanvankelijk werd gedacht. Het geslacht Zubli stamt uit Toggenburg (Zwitserland) [1].
Meer normaal is het wanneer een militair, die afwezig is, vader wordt en bij de doop van zijn kind niet aanwezig kan zijn. Een familielid, in het onderhavige geval de grootvader, treedt als getuige op.
1736 14 maart
Een kind gedoopt van Willem Stuurman
Soldaat onder 't Regiment van Pallandt,
genaamt Siebe
28 dito een kind gent: Lambert. Vader Jan Egberts van Heyden
soldaat int Regiment van palland, moeder Jannetje Barentsz bij absentie
van de vader heeft Egbert Lamb: van hyden als Grootvader als getuige gestaan.
De ouders van kinderen uit een gemengd huwelijk, die toch hun kinderen wilden laten dopen, hadden van tevoren de toestemming van de kerkeraad nodig. De doop geschiedde dikwijls bij de predikant aan huis.
1738 5 maart.
Een kind gedoopt aan mijn huys in presentie van de bode selve (sic! )Kercraadt genaamt Tonnis Vader Gerrit Tonnis van Velthuijzen (tuinman op Blijendaal) moeder Petertje (Roomsgezinde) de Vader het kind zelf ten doopgehouden,
1745 d 31 July.
Een kind gedoopt genaamt Hendrina wiens vader is Jan Otten de Moeder Maria Kok. En is van de Roomse Religie.
1752 Den 26 Juny
een kind gedoopt genaemt Roelof de vader is Jan Lezoen (van paepsche Religie) barbier. De moeder Maria My: de getuige is genaemt Aaltje
Brabander
Wanneer in het laatstgenoemde gezin een tweede kind wordt geboren en in 1769 nog een derde heet de moeder Maria Vermy. In 1769 wordt geschreven: Maria Mey.
Van enige gelijkmatigheid in de schrijfwijze van de namen is nauwelijks sprake. Het wordt meer phonetisch opgeschreven.
Gemengde huwelijken waren in die tijd, waar de overgrote meerderheid van de bevolking overtuigd rooms-katholiek was gebleven, beslist geen zeldzaamheid. De huwelijkskeus
bleef immers zo goed als geheel voor eenvoudige lieden tot het eigen dorp beperkt.
Reizende en trekkende lieden lieten hun kind ondanks de vaak moeilijke omstandigheden waarin zij toch verkeerd zullen hebben, in de plaats van geboorte dopen.
Hiervan twee voorbeelden uit de doopboeken van Soest:
Den 17 augustus 1794
Jacomijntje Gebooren den 13de s morgens ten 6 uure
Dochter van Jacob Grimmers
Anna Margaretha Elisabeth Knepsing de vader was een vierendeels jaar geleden gestorven t Zijnde de Moeder in het doortrekken van hier naar Duitschland in de kraam bevallen
1804 Den 17 Febr
Lammert geb de 15de zoon van Jan Smallenburg en Aaltje van der Heiden. Door de Vader zelf ten doop gehouden. De moeder was van dit kind
bevallen, terwijl zij hier doortrok. t kind is kort hierna overleden
Wie waren deze reizende lieden? „Displaced persons" uit een vorige eeuw, zonder tehuis, zonder familie, zonder vaderland? En waar werden deze kinderen geboren?
In een herberg, in een stal misschien of soms in een hooiberg? Of ontfermden zich Soester vrouwen, boerinnen wellicht, over deze stumpers, die geen dak meer boven hun hoofd hadden? Toch zullen er in die dagen ook mensen zijn geweest, die begaan waren met het lot van deze ontheemden en zich beijverd hebben hen te helpen, zoveel als het mogelijk was. Nooit echter zullen wij het zeker weten! Het was in de Franse tijd, een roerige en woelige tijd, waarin door politieke- en oorlogsomstandigheden velen op drift geraakten.
Een tragedie op zich zelf vormen de ongehuwde moeders, die in die tijd, toch de moed hadden (of onder dwang misschien? ) hun meestal niet gewenste kind te laten dopen en daarbij in het openbaar in het bijzijn van alle gemeenteleden in de kerk hun „schandelijke lusten" moesten bekennen. Een typerend beeld van die confessionele tijd. De vrouw was de schuldige in deze mannenmaatschappij, de mannen alleen hadden het voor het zeggen. Een vrouw werd nauwelijks aangehoord, vooral niet een arme, onontwikkelde vrouw.
1740 Den 11 Decemb.
Een kind gedoopt dat in onegt gebooren is, het welke de Moeder zelfs ten doop gehouden heeft en bij den zelve de nodige bestraffing ontfangen, het kind is genaampt Neeltje, de Moeder was Neeltje Bakker Pieterse Nel
1745 17 oct.
Een kind gedoopt en genaemt Jacob, dat in hoererij geteelt is waar van Moeder is Neeltje Lubbers, inwonende bij Jan Lammers, sijnde dat haar tweeden in onegt, van mij scherpelijk bestraft. In het openbaar houdende zelfs (ten doop) en belooft met Tranen zig (V)ervolgens te wagten voor diergelijke gruweldaden
In het Lidmatenboek van 6 Febr. 1828 — 1 April 1853 van de Ned.Herv.-Kerk van Soest, vonden wij een vermelding van een doop toegediend aan een ouder persoon.Vermoedelijk een kleurling, die naar Nederland was gekomen en in Soest was terecht gekomen.
1829
Uit heidenen geboren op Cochin aan de kust van Malabaan 51 jaren oud, na afden 5 gelegde belijdenis des Christelijken Geloofs gedoopt. Zijn geheele naam is Pedro April Bramin.
Pedro
De Trouwboeken vermelden een aantal huwelijken gesloten tussen protestanten en katholieken, z.g. van „beiderlei religie". Zoals bekend bleef na de hervorming de staatskerk op het standpunt staan, dat een echtverbintenis tussen haar lidmaten met iemand die de rooms-katholieke leer was toegedaan, alleen kon gesloten worden, als de laatste er in toestemde, dat de kinderen uit dit huwelijk in de beginselen van de hervormde leer zouden worden opgevoed. Dat moest onder ede worden bevestigd.[2].
1781
Constantijn Valentijn Webber weduwnaar van Betje Drost met Geertruy Kuijpers wonende te Amsterdam
1791 den 4 November
zijn alhier in wettigen ondertrouw opgenomen Constantijn Valentijn Webber laast (sic! ) weduwnaar van Geertruy Kuijpers, geboortig van Werkhoven en wonende alhier
en
Helena Meggelaar weduwe van Willem van Toor geboortig van Amsterdam, wonende alhier, zijnde Roomschgezind. Aan bovengenoemde personen de Resolutie van den Heere Staten dezer Provintie van den jaare 1738 voor gelezen zijnde, hebben zich ter nakoming van dezelve met hun handtekening verbonden
C. Webber
Helena Meggelaar
Dit alles verricht in onze praesentie F.H. Gelhuis V.D.M.
Evert Fluit, ouderling
boveng.: personen zijn na 3 huwelijksche voorstellingen onverhinderd gehad te hebben in den Egt vereenigt den 20e 1791 aan huijs van C. Webber in praesentie van den Kerkenraad in den tijd. E. Fluijt en W. Smit Ouden, en Varenkamp en H. Schimmel Abramz diac
1795 de 13 December
zijn alhier in den huwelijken Staat bevestigd Abraham Zubli
Capitein te Dienste dezer Landen
en
Wilhelmina Johanna d Clercq
Nadat gebleken was dat hunne 3 huwelijkse voorstellingen, zo te Amsterdam als te Arnhem onverhinderd waren afgelopen
De familie Zubli schijnt zich blijvend te Soest hebben gevestigd. Ambrosius Justus Zubli, vader van de bruidegom noemde zich dichter en poët. In 1794 begaf deze Zubli zich in de politiek; werd lid van de Nationale Vergadering, representerende „Het Volk van Nederland". Hij behoorde tot de partij der „Patriotten" in de volksmond „de Keezen" genoemd. Hij werd geboren 4 oktober 1751 te Rio de Berbice (Zuid-Amerika).
Op 30 oktober 1801 trouwt te Soest:
Willem Carl de Perponcher Sedlnitsky Cavalerie Officier in Pruisische Dienst en Mej Johanna Frederika Trip meerderjarig Moeder Anna Maria Schuyt Wed. Trip
Een adellijk huwelijk. Willem Karel de Perponcher werd geboren 24 januari 1775 en was 25 jaar oud toen hij huwde. Zijn stamouders zijn Isaac de Perponcher en Anna de Sedlnitsky. Van vaders zijde stamt hij uit een frans adellijk geslacht; van moederszijde uit een oud geslacht uit Bohemen afkomstig. Reeds in 1643 waren leden van het geslacht Perponcher in „Staatschen Dienst". Willem Carl was ritmeester en adjudant van generaal Blcher. Hij maakte onder deze generaal verschillende veldtochten tegen Napoleon mee. In 1815 trad hij in Nederlandse krijgsdienst. Zijn eerste vrouw Mej. Trip overleed kinderloos. Hij hertrouwde met Alida Maria van Rest. Uit dit huwelijk werden twee zoons geboren. In 1892 stierf het geslacht der Perponchers uit met het overlijden van Leonard de Perponcher [3].
Wanneer wij dan nog even terugkeren naar een vroeger tijdstip dan zien wij, dat op 4 mei 1771 in de echt worden verbonden:
Johannes Theodorus Wackelkamp uit het graafschap Gemen (Limburg) en Grietje Spooremaker afkomstig uit Amersfoort hare behoorl. proclamatien op den kerkhove van Zoest welke haar bij desen worden (V)leendt
Deze huwelijksafkondigingen hadden plaats op zondag en geschiedden in de kerk of buiten in het openbaar op het kerkhof, zoals te Soest gebruikelijk is geweest. Het kerkhof lag toen nog om de kerk (Ned.Herv.Kerk) aan de Doodweg, de huidige Torenstraat.
Pas in 1904 werd het nieuwe kerkhof aan de Veldweg geopend en in gebruik genomen. Het was de koster, die voor de ingang van de kerk, onder de toren, of staande op een dikke steen de proclamatie voorlas, zodat ieder hiervan kennis kon nemen.
Toch vonden verschillende predikanten de kerkespraak toch wel wat onstichtelijk; het leidde de aandacht van de gemeenteleden onmiddellijk na de preek wel erg af van het geestelijke naar het wereldlijke, het materiële. Ook vonden sommigen de kerkespraak op zondag een ontheiliging van de dag des Heren, maar het platteland kon nog niet buiten de kerkespraak op zondag; hoe zou men op een doordeweekse dag de bewoners van de afgelegen boerenhoeven anders kunnen bereiken.
In de loop van de 19e eeuw werd de kerkespraak niet langer in de kerk, maar buiten de kerk gehouden. De kerkespraak duurde in verschillende dorpen van ons land tot het eind van de 19e en zelfs tot in het begin van de 20e eeuw [4].
17 sept 1756
P. Tesselhof koster en schoolmeester huwt met Hendrina Verschuur afkomstig uit Amersfoort. Hier in den Echt bevestigd 4 october 1756
De koster-schoolmeester, destijds een vooraanstaand lid van de maatschappij, zocht zich een vrouw uit het naburige Amersfoort. Meer dan in katholieke kringen trouwden de protestanten met soortgenoten uit een andere stad of dorp. De keus te Soest bleef beperkt. Er woonden nog maar weinig protestanten.
In de Begraafboeken aansluitend op de doop- en trouwboeken van Soest treffen wij niet alleen de namen aan van de overleden personen, maar ook dikwijls hun bij- of toenaam waaronder zij meer bekend waren, dan onder hun familienaam, die haast niemand wist, zelfs officiële instanties niet. Vaak worden de buurtschappen vermeld weggelaten.
Werd door de predikant of de koster bij de aangifte van de dopelingen of huwelijken nog enige nauwkeurigheid betracht, bij een overlijdensaangifte was hier van nauwelijks sprake.
Willekeurig volgen hier enkele notities gemaakt aan het eind van de 18e eeuw:
1789 den 28 January de Moeder van Albert van 't Lange Endt
Iedereen wist toenterijd wie deze vrouw was.
Evenzo:
1790 den 24 July Een kind van een schipper liggende aan MeIm
1791 den 9 April de Vrouw van Hannes bijgenaamd Pruyck
1791 den 11 dito (okt) Aart van 't Klooster bijgenaamd van Mopperduis
1792 Den 25 January Lange Albert van de Bunt of Albert van Loon
Gelukkig herinnerde men zich net op tijd de achternaam van de overledene, anders had de man Van de Bunt geheten. De Bunt is echter de buurtschap waar waarschijnlijk de man zijn gehele leven zal hebben gewoond.
1793 den 2 April de Vrouw met het kraamkindje van Rijk van Beek
den 21 Augustus de Vrouw van Lange Lens op den Berg
1795 den 7 Meij de Vrouw van Jan Jansze Snijder
1796 21 October Mevrouw Zubli (Maria Louisa) geb. Loofs
1798 9 Mei Hendrik bijgenaamd Kromme Hentje
Hoe onherbergzaam in die tijd Soest was in een strenge winter met zware sneeuwval vermelden een tweetal aantekeningen in de maand februari in 1808:
Den 18 february Hendrik Hartze in de Sneeuw verongeluk (sic! )
den 22 dito Cornelia van Es in de Sneeuw verongelukt
In die dagen waarschijnlijk veel besproken ongelukken waarin de gehele dorpsgemeenschap meeleefde, bewogen en begaan met het lot van deze man en kind en hun nabestaanden. Voor ons mensen, in deze tijd, nauwelijks voorstelbaar, dat zo iets te Soest kon gebeuren.
Bijna een zelfde indruk krijgen wij van de „Liber Baptizatorum et Conjugalorum in Soest incepiens a Mense Novembrii 1742", met dit verschil dat de aantekeningen in het Latijn geschiedden. Opvallend is echter het aantal bekende familienamen, meer dan die aan de zijde der protestanten, die pas later hun kerkgenootschap consolideerden door de nieuwkomers, die zich te Soest blijvend vestigden en nu voor echte Soestenaren doorgaan. Overigens dezelfde onnauwkeurigheid. Er zit weinig lijn in en men doet nauwelijks moeite de geslachtsnaam juist te schrijven. Men behelpt zich met korte aanduidingen van plaats of buurt waar de betrokkene woont of met diens naam, waaronder hij of zij bekend is.
16 Decemb. 1742 baptizata est Gertrudis filia legitima Conjugnum Rutger de Beer et Christine Segers Suspect (sic! ) Willemijna Gijsberts
1744 19 Feb. baptiz est Gijsbertus Gerritse filius legitime Conj Gerrardus Gijsbertse et Everarda van Calckbrander suscepit Willemijna Gijsberts
Zeer waarschijnlijk is „vant Calckbrander" geen familienaam maar hier zonder meer een aanduiding dat de vrouw is gehuwd met een kalkbrander, het beroep van haar man. Ook is het niet uitgesloten dat zij een dochter was van een kalkbrander, vandaar „vant Calckbrander". De naam komt niet meer voor en is te Soest ook niet inheems.
In de 18e eeuw lagen langs de rivier de Eem meerdere kalkbranderijen waar kalk werd geblust. Een dergelijke aanduiding is in die tijd niets ongewoons.
16 Dec. (1751) baptiz est Cornelia fillia illegitima Huyberta aerts et patrisculi testata est Coram duobus testibus Symen Hendrixe et Francesco claesce/Theodore Cobusse Catholici
Susceptrice Anna Meertense
In tegenwoordigheid van twee mannelijke getuigen wordt de kleine Cornelia als onwettige dochter van Huyberta Aerts ingeschreven, met vermelding, dat de getuigen katholiek zijn. Doophefster is Anna Meertense.
1764 15 S bris bapt: Hannis pat Jan kok in 't vossevelt mat: Jannitje janse Schothorst Sus: Maria hanisse Hoefsloot
Dan de huwelijken: „Conjucto in Matrimono 1746"
10 janu: Theunis Barentse Roeten et Aeltje jans broeck Testes joannes de Zuylen de Nijvelt et Antonius de Zuylen de Nijvelt
In 1747 worden slechts zeven huwelijken in de boeken genoteerd. Opvallend is slechts, dat steeds dezelfde personen als getuigen optreden als het een huwelijk betreft van eenvoudige lieden. Henrica Thimme Thoone komt vijfmaal als testis voor in 1747.
1748 Willem Thimme Thoone et Jannetje Theunis testes Sophia de Becker et Arie Hendrixe
1752 9 november Henricus janse Van t Clooster et Barbara Henderixz van t Clooster testes Sophia de Becker et Maria de Becker
Sophia Becker wordt verschillende op elkaar volgende jaren telkens weer genoemd als getuige bij een huwelijk. Woonde zij waarschijnlijk dicht bij de kerk en werd daarom haar hulp ingeroepen door de mensen die gingen trouwen. Een getuige was dan spoedig bij de hand! Of was het wellicht toch de pastoor, die op de hoogte was met huiselijke en financiële omstandigheden van het bruidspaar en haar hulp als getuige inriep, als geen familieleden aanwezig waren of om andere reden niet als getuigen konden of wilden optreden.
Wanneer in 1799 een huwelijk wordt ingeschreven, wordt dit niet meer gedaan in het Latijn. Invloed van de Franse Revolutie en de bezetting door een Frans leger in ons land zullen hieraan niet vreemd zijn geweest.
1799 25 Februari is het huwelijk van Jan Dirkze Hilhorst geboore te Bunschooten wonende alhier en Jannetje Cornelisse Schouten geboore en wonende te Zoest.
Voor getuigen Anna van Dashorst en Engelina van de Grindt, na dat gebleeken was etc..
Het achterwege laten van het Latijn schijnt echter van korte duur te zijn geweest.
In het begin van de 19e eeuw wordt het weer normaal de inschrijvingen in het Latijn te doen, zoals het vanouds gebeurde.
De inschrijvingen in de Begraafboeken van de R.K. Kerk te Soekt verschillen niet veel van die van de protestantse. Zij vertonen dezelfde hiaten en nalatigheden. Als aanvulling en nadere aanduiding wordt ook hier gebruik gemaakt van de woonplaats van de overledene. Alleen hier meer Soester namen dan in de protestantse boeken.
1744 uncti et uncta
defuncti
jan 28 Cornelia Gijsberts in Cort Endt
Het eerste en enige sterfgeval dat in het jaar 1744 wordt genoteerd.
1750 14 octob obiit Gerarda Willems in Nominato Monasterio
1753 11 Febr. obiit Gerarda jans in de Teut
20 Marti „ Anna Willems op Hees
28 Augusta,, Henrica Theunisse op de Melling (= Melm)
1754 20 octobris obiit Henricus Willemse op de Schans
21 jan 1756 obiit Metje Gijsberts filia devota
1758 3 May obiit Cornelius Willems op dorresteijn
1758 31 May obiit Marretje Henderix op de bunt
1759 23 junii obiit Hendrica Jans in de Birck
1760 13 julii obiit Wilhelmus Henderixe Vermaere (in Monte)
,,in Monte" betekent „op de Berg", hier dus van een inwoner van Soesterberg.
Zeer waarschijnlijk een lid van het geslacht Van Maaren dat in Soesterberg woonachtig was.
1761 6 julli Catharina Rutte obiit Subito
Dit kind zal kort na de doop zijn overleden.
Zoals de lezer ziet, vindt men bij het doorlopen van die oude registers - hoe gebrekkig bijgehouden zij ook mogen wezen - veel interessante gegevens, interessant ook wegens de eigenaardige vormen van inschrijving en van namen.
NOTEN
[1] Zie hierover: Neerland's Patriciaat, jg. 2 (1911).
[2] N. de Roever, Van Vrijen en Trouwen, Haarlem 1891, p. 37.
[3] Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek V, Leiden 1921, kol. 474 e.v.
[4] H.W. Heuvel, Oud Achterhoeksch Boerenleven, Deventer 1947, p. 27.
Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.