Dit interview is af- en opgenomen op 22 mei en 3 juni 2026.
Voor de stamboom van Cees klik hier (personen die nog in leven zijn, zijn om privacyredenen niet zichtbaar)
Kees Wantenaar vertelt dat zijn ouders zich in 1939 hebben gevestigd op het adres Birkstraat 127 in/op de boerderij die daarvoor werd bewoond door een oom. Zijn vader was geboren op de boerderij die bekend is als het Derde Erf. Er was ook nog een oom die een boerderij had op het perceel dat bekend is als het Lange Huus. (Het boerengeslacht Wantenaar was vanaf het midden van de 18e eeuw in Soest gevestigd-blz.41 v.h boek Soest in de 17e eeuw; aantekening van interviewer na interview)) Kees Wantenaar vertelde een gelukkige jeugd te hebben gehad als jongste van het gezin. Hij had nog 3 oudere zussen. Hij heeft de lagere school bezocht in Soest Zuid ( de Willibrordusschool), dit in in tegenstelling tussen zijn oudere zussen die de lagere school in Amersfoort hebben bezocht die gerelateerd was aan de Henricusparochie. Na de lagere school heeft hij de lagere landbouwschool in Hoogland gevolgd. In vrije tijd hielp hij graag mee in het boerenbedrijf van zijn vader. Het bedrijf was een zogenaamd gemengd bedrijf, dat wil zeggen een deel gericht op veeteelt (in de jaren vijftig en zestig zo tussen de 20 en 30 koeien). Daarnaast was er akkerbouw ( rogge en gerst, aardappelen en bieten) Ook waren er varkens. De mest daarvan was voor de zandgronden gelegen aan de zuidkant van de Birkstraat heel nodig. De graslanden waren gelegen ten noorden van de Birkstraat en strekten zich uit tot aan de Eem
track 02
In 1974 heeft Kees Wantenaar het bedrijf van zijn ouders overgenomen. In dat jaar is hij ook getrouwd. Zijn ouders zijn gaan wonen aan de zuidzijde van de Birkstraat waar een bungalow is gebouwd alsmede een varkensstal.
Zelf trok hem de melkveehouderij aan, hoewel een aantal jaren ook nog slachtvarkens zijn gehouden. In 1977 is als uitbreiding van het bedrijf een nieuwe ligboxenstal gebouwd. Die investering vergde ook een uitbreiding van het aantal melkkoeien. Het aantal ging van 28 naar 55. Bovendien was sprake van verdere mechanisering. In de tijd van zijn vader was al de eerste melkmachine aangekocht. Nu moesten verdere keuzes worden gemaakt over de organisatie van de bedrijfsactiviteiten. Kees Wantenaar vertelde dat hij de eerste jaren het overgenomen bedrijf samen runde met zijn vrouw. Er was geen knecht in dienst. Wel waren er af en toe hulpjes. Daarnaast werd er voor gekozen het uitrijden van de koeienmest en het maaien van het gras op te dragen aan zogenaamde loonbedrijven. In samenhang met bestuurlijke activiteiten die op zijn pad kwamen en de uitbreiding van het gezin was zo’n keuze noodzakelijk.
track 03
Eind zeventig jaren was het begin van de bestuurlijke activiteiten . Zo kwam er betrokkenheid bij de landinrichting Eemland (waarover meer in de volgende track) maar was het vooral de bestuurlijke aandacht voor de samenwerkende melkveehouders in coöperatief verband. Dat begon met de C.M.C Melkunie .Deze coöperatie die fuseerde in 1980 met coöperatieve vereniging Noor-Holland Later volgde een fusie met de zuidelijke coöperatie Campina, aanvankelijk genoemd Campina Melkunie, daarna uitsluitend aangeduid met de naam Campina. Weer later fuseerde Campina met een coöperatie in Friesland en vanaf 2009 is de naam FrieslandCampina. In 2011 heeft hij als voorzitter afscheid genomen van het bestuur van de organisatie en van de Raad van Commissarissen. De toegenomen bestuurlijke activiteiten maakte het noodzakelijk bij het bedrijf aan de Birkstraat een vaste medewerker aan te trekken. Daarnaast waren er af en toe stagiaires in het kader van een leertraject gedurende een bepaalde tijd werkzaam op het bedrijf. Die stagiaires kwamen onder andere uit Engeland, Ierland en Canada. Met sommige daarvan is er nog steeds contact.
In 1985 is hij toegetreden tot de Raad van toezicht van de Rabobank Soest (later werd dat Soest-Baarn, weer later Soest-Baarn Eemnes en tenslotte Amersfoort- Eemland. Die activiteit heeft hij ook zo’ n 25 jaar verricht.
track 04
Kees Wantenaar zet vervolgens uiteen het verschil tussen ruilverkaveling en landinrichting. Bij landinrichting gaat het niet alleen om de ruiling van grond tussen boeren ter bevordering van een zo efficiënt mogelijk gebruik van grond, maar ook om zaken als water- en wegbeheer en natuurontwikkeling. Eemland was één van de eerste gebieden waarbij sprake was van een bredere aanpak . Het is een proces dat vele jaren vergde maar met inzet van vele organisaties en individuen succesvol is geweest wat niet wil zeggen dat er geen pijn in individuele gevallen is geleden. Er zijn nieuwe boerderijen gebouwd b.v. om dorpen te ontlasten waar de boerderijen soms helemaal werden omringd door uitbreidende dorpsbebouwing Ook zijn er boerderijen op nieuwe plekken in de polder gebouwd om bestaande boerderijen in hun omgeving meer ruimte te geven.
track 05
In 2020 is de boerderij op het perceel Birkstraat 127 volledig in eigendom overgedragen aan de zoon. Maar reeds geruime tijd daarvoor is in verband met de gewijzigde en zich wijzigende omstandigheden een maatschap gevormd met zoon en echtgenote. In die maatschap periode is grond aangekocht en is er een stal bijgeplaatst Het aantal melkkoeien is nu circa 150. Er is verder geautomatiseerd/gerobotiseerd. Onder maatschappelijke en politieke druk zijn vanwege klimaatzorgen en milieuaspecten (waarbij ook gezondheid van mensen en dieren uitdrukkelijk een rol spelen) zijn agrariërs genoodzaakt geweest voortdurend aanpassingen tot stand te brengen. Toch zit hij de toekomst positief in, waarbij een vereiste is dat de boeren de bedrijfsvoering niet alleen als een last ervaren maar plezier blijven houden in de omgang met het vee en de bewerking van de grond. Maatschappelijk is van belang dat ook een voldoende inkomen voor de agrariërs wordt gerealiseerd. ,Hij wijst in dit verband ook op het belang van de voedselproductie en zegt trots te zijn op de positie die Nederland heeft verworven als exportland van agrarische producten.
Vervolgens komen in het interview aan de orde de zorgen over bepaalde middelen van gewasbescherming, verarming van het grasland etc. Kees Wantenaar zegt dat de kennis over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk is toegenomen en dat dit tot gevolg heeft dat er in het algemeen op een verantwoorde manier mee wordt omgegaan. In vergelijking met vroeger wordt er veel minder gespoten . Ook de toediening van antibiotica gebeurt op een veel bescheidener manier dan in het verleden. Er zijn systemen waar problemen met gezondheid van de koeien al in een vroeg stadium door bepaalde signalen worden opgevangen. Het preventieve werken is een belangrijk uitgangspunt van de moderne bedrijfsvoering Wat betreft het grasland wordt uitdrukkelijk ook gekeken naar de toepassing van meer kruidenrijke velden. Dat alles heeft wel een prijs. Wat betreft de prijsstelling komt ok nog ter sprake de invloed van supermarkten . Kees Wantenaar herkent de discussie over dit aspect maar vindt dat sommige dingen wel als een gegeven moeten worden beschouwd. Hij gelooft niet in de afschaffing van marktwerking.
track 06
Op de vraag of er met zo’n dominante coöperatie als FrieslandCampina nog wel sprake is van vrije markt reageert Kees Wantenaar met de opmerking dat die dominantie betrekkelijk is. Op wereldniveau zijn er vergelijkbare organisaties. Hij wijs er op dat de mededingsautoriteiten in Brussel maar ook op nationaal niveau er op toezien dat er geen monopoliepositie voor een van de ‘spelers’ in de branche ontstaat. Zo kon in 2009 de fusie tussen Friesland en Campina slechts plaatsvinden onder voorwaarde dat bepaalde activiteiten werden afgestoten. Zo is de melkconsumptiefabriek in Nijkerk verkocht en moest ook de kaasfabriek in Bleskensgraaf worden afgestoten. Ook de supermarktorganisaties willen niet afhankelijk zijn van één dominante organisatie.
Kees Wantenaar maakte van 1981 tot 2001 ook deel uit van het bestuur van de inkooporganisatie Cebeco. De Cebeco-organisatie was destijds een soort top- coöperatie waar allerlei kleinere regionale in- en aankooporganisaties deel van uitmaakte. De structuur was enigszins vergelijkbaar met de structuur die de Rabo-bank destijds had. Geleidelijk werden de regionale organisatie door fusies enz. groter en ook minder gedifferentieerd dan Cebeco. Dat was een ontwikkeling die er uiteindelijk toe geleid heeft dat Cebeco is opgeheven. Van 1996 tot 2001 is Kees Wantenaar ook voorzitter geweest van een regionale in- en aankooporganisatie in het westen van het land (ook Soest, Eemnes vielen in dit geval onder die regio) ) Vanuit de coöperatie ( maar eerder ook al via Cebeco_) waren er ook relaties met de winkelketenbranche Welkoop waar het accent ook ligt bij producten/hulpmiddelen gerelateerd aan de agrarische activiteiten.
track 07
Vervolgens wordt nog even stilgestaan in het interview bij de betrokkenheid van Kees Wantenaar als voorzitter van een netwerkorganisatie van ontwikkelingssamenwerking. Dat was niet zozeer een activiteiten-organisatie maar een platform voor uitwisseling van opvattingen en delen van ervaringen. Een gegeven is dat bij ontwikkelingssamenwerking vaak bewerking van landbouwaspecten vaak een rol spelen. Er wordt even stilgestaan bij de mogelijkheden tot vergroting van de voedselproductie in b.v. Afrika door veredeling van gewassen die beter passen bij het klimaat in die landen. Kees Wantenaar zegt dat zaadveredeling een eeuwenoud proces is dat door moderne ontwikkeling nu veel sneller tot stand komt. Zeker als dit kan leiden tot minder kunstmestgebruik en minder mogelijk schadelijke gewasbeschermingsmiddelen kan daar positief tegen aan worden gekeken. Ook komt nog ter sprake genetische manipulatie van gewassen. De Europese wetgeving daarover is zeer streng en zal in de toekomst in relatie tot ontwikkelingen in andere werelddelen waarschijnlijk moeten worden aangepast. Wel is duidelijk dat daarbij ook ethische aspecten in het geding zijn.
Toen eind 2011 de bestuurlijke activiteiten bij FrieslandCampina zijn beëindigd kwam er ruimte voor andere activiteiten.
track 08
Zo werd Kees Wantenaar ouderman ( voorzitter) van het Gaesbekergilde en is dat gedurende 12 jaar gebleven. Gedurende die periode maar met name in de tijd dat door de corona-epidemie de activiteiten niet in volle omvang doorgingen is er uitgebreid gesproken binnen de organisatie over een aantal aspecten betreffende het lidmaatschap van het gilde die al langer in discussie waren. Dat heeft er toe geleid dat uiteindelijk de statuten op dat punt gewijzigd zijn en aangepast aan maatschappelijke ontwikkelingen zonder de waarde van de historie en traditie uit het oog te verliezen. Zo is het nu niet meer verplicht dat men in Soest geboren is, maar moet men wel in Soest wonen. Vrouwen kunnen nu ook zelf rechtstreeks lid worden van het Gilde ( in het verleden was dit gekoppeld aan de relatie via een huwelijk met een man). Ook is niet meer vereist van men r.k. gedoopt is. Wel hecht het gilde waarde aan het continueren van de binding met de r.k. gemeenschap. Leden die niet r.k. gedoopt zijn zullen die binding en de uitingen/manifestaties daarvan wel moeten respecteren. Kees Wantenaar meent dat het karakter van het gilde daardoor niet gewijzigd is maar dat er een eigentijdse aanpassing heeft plaatsgevonden in verbinding met de waarde van traditie. Hij is er trots op te zien hoe ook de huidige bestuurders van het gilde met oog voor de historietraditie ook de jongere generatie actief weet te betrekken bij deze voor de Soester gemeenschap zo belangrijke organisatie. etc.
track 09
Behalve ouderman van het gilde is Kees Wantenaar op basis van zijn ervaringen in de zakenwereld nog vijf jaar voorzitter geweest van de Soester Zakenkring. En mede vanuit zijn kennis en ervaring in de zakenwereld werd hij ook gevraagd om voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Plus-Retailorganisatie te worden. De Plus-onderneming is in feite ook een bundeling/samenwerking van lokale Plus-ondernemingen in coöperatief verband.
Even kwam ook nog te sprake ter afsluiting van het rijtje van bestuurlijke activiteit na de beëindiging van de bestuurlijke activiteit bij FrieslandCampina, zijn betrokkenheid bij de organisatie voorde gezondheid het welzijn van dieren. De GD in Deventer is een landelijke organisatie die er op gericht snel gezondheid risico’s in beeld te brengen en de mogelijkheden tot bestrijding/ en verspreiding bij uitbraken van ziektes onder ogen te zien en te bespreken. Het is een platform voor overleg en uitwisseling van ervaringen.
track 10
Nog even terugkomende op de jeugdperiode wijst de Kees Wantenaar er op dat hij na de lagere landbouwschool de middelbaar landbouwschool in Utrecht heeft gevolgd en dat voor de vorming in die jeugdperiode ook heel belangrijk was de K.P.J. (Katholieke organisatie voor Plattelands Jongeren. Daar ligt eigenlijk het begin van bestuurlijke activiteit. Hij heeft o.a. deel uitgemaakt van het kringbestuur in deze regio . Overigens was die vereniging met name ook gericht op sportieve recreatieve activiteiten en contact tussen jongeren. Hij heeft bij één van de bijeenkomsten van die organisatie ook zijn vrouw leren kennen. Zijn vrouw kwam uit Leusden . Haar ouders hadden daar ook een agrarisch bedrijf. Voor haar huwelijk was ze actief als kraamverzorgster. Zoals eerder is opgemerkt is zij voor het gezin en het boerenbedrijf aan de Birkstraat ook heel belangrijk geweest. Het echtpaar Wantenaar heeft naast de zoon die het bedrijf aan de Birkstraat heeft overgenomen nog een zoon en een dochter. Het echtpaar geniet in deze fase van hun leven volop van de kleinkinderen . De andere zoon is compagnon van een bedrijf in Soest dat zich richt op bouw- en installatie van theatertenten voor grote evenementen. De dochter is juriste en actief bij de Nederlandse Voedsel- en warenautoriteit.
Aan het eind van het interview wordt nog even stil gestaan bij de vraag hoe hij aankijkt tegen de ontwikkelingen (uitbreiding van woonwijken etc.) die in Soest hebben plaats gevonden. Kees Wantenaar is daar in het algemeen positief over.