Dit interview is af- en opgenomen op 28 mei 2026. Voor de stamboom van Gerard klik hier (Personen die nog in leven zijn, zijn om privacyredenen niet zichtbaar)
Gerard vertelt over zijn ouderlijk gezin en het opgroeien op de boerderij Kerkpad z.z. 41 in de jaren ’40 en ’50. Onder andere over het feit dat zijn broers en zusters voor een jaar “verhuurd” werden aan andere boeren. Kinderen stonden sowieso hun verdiende geld af aan hun ouders. En vrouwen moesten ervoor zorgen dat ze vóór hun tweeëntwintigste “aan de man waren”. Oom Anton verkocht het Witte Paardstraatje voor een kwartje aan de gemeente.
Hij vertelt over “schoren”: met je voet op de kont van het paard zodat het paard wist dat ie moest remmen want de oude wagens hadden geen rem. Ook beschrijft hij de gevaarlijke situaties bij het oversteken (met wagens en koeien) van de drukke spoorlijn tussen Baarn en Amersfoort.
Hij was misdienaar in het klooster (nu Artishock)bij pastoor Akkerman. Hij had een hekel aan de kleuterschool. Hij noemt onder andere juf van Hattem en de meesters Taris (die zo mooi vertellen kon), Jansen, Kerkhof. Allen verbonden aan de Bonifaciusschool.
track 2
Over zijn jaar in de “zevende klas” bij meester de Jong en de Landbouwschool waar hij “niks geleerd heeft”. Op zijn zestiende nam hij, na het plotseling overlijden van vader, de boerderij over met zijn zussen Cor en Toos. Hij beschrijft het harde werken. Vertier zocht hij bij andere boeren van de JBTB (Jonge Boeren en Tuindersbond) onder andere in Hoogland , Houten en andere plaatsen. Dankzij de auto van Piet Schothorst (“die ik wil, wil mie niet en wij mie wil, wil ik niet”) konden ze er, voor één gulden, komen. Hij vertelt over hoe huwelijken tot stand kwamen. Boeren had altijd wel iets van een soort minderwaardigheidsgevoel.
track 3
Hij vertelt over het boeren handwerk en de ontwikkelingen daarin. “Één dag in augustus is méér als een week in oktober”. Sjouwen met een mud aardappelen (70 kg). Veel boeren hoopten op geld van de gemeente (voor hun grond) en verhuisden dan naar Friesland. Door de ruilverkaveling kregen ze alle land vóór het spoor. In 2000 is hij , vanwege het melkquotum, gestopt met boeren en , omdat het hem wel leuk leek, begonnen met een huifkar. Dat leidde tot Stal “Klein Middelwijck”. Er waren in Soest toen drie waterschappen met elk een eigen bestuur.
track 4
Hij verhaalt over de gezelligheid op het land “als moeder de koffie kwam brengen”. “Er was veel minder armoei als tegenwoordig.” Hij vertelt over ’t Veen waar armere boeren woonden. Deze daggelders verdwenen toen er industrie naar Soest kwam. Voor (R.K.) ouders was het gezin geslaagd als er een kind priester werd of het klooster in ging. Gerard vertelt tot slot over de vele doelpunten die hij voor B.D.C. (nu s.o. Soest) heeft gescoord maar waarvan geen beelden/teksten bewaard zijn gebleven. Op zijn veertigste is hij gaan tennissen bij T.C. Soest Zuid en hij onthult op welke manier je, als je niet kunt tennissen, tóch heel veel wedstrijden kunt winnen. De laatste twintig jaar is hij een verwoed jeux de boules en “sommigen vinden dat ik teveel praat”