Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Küller, Gijs

Vliegpionier Gijsbertus Petrus Küller (1881-1959)
door Dik Top

De Nederlander die als eerste zijn vliegbrevet verkreeg was Freddy vn Riemsdijk, maar hij was niet de eerste Nederlander die een vlucht maakte. Najaar 1909 was hij in de USA om bij Glenn Curtiss een eigen vliegtuig te kopen. Curtiss zelf gaf hem de nodige instructies op de grond en daarna moest hij zelf in dit eenpersoons toestel de lucht in. Dit moet zijn gebeurd in november of december 1909. Zijn vliegtuig kwam rond de jaarwisseling 1909/1910 in Frankrijk aan. Als eerste Nederlander verkreeg hij daar zijn brevet op 8 maart 1910. Maar het is Küller die als eerste Nederlander vloog.

Gijs Küller werd geboren op 28 juni 1881 in Loenen en studeerde in Delft voor ingenieur. In 1909 was hij werkzaam in Den Haag als werktuigkundig ingenieur. Hij wilde gaan vliegen en bestelde daartoe al in maart 1909 met bemiddeling van de directeur van de Haagsche Automobiel Maatschappij P.J. Adrian een Wright tweedekker in de USA. Deze was al voor een derde betaald en zou eind mei in Frankrijk aankomen. Küller zou daar les krijgen van een de gebroeders Wright. Dit vliegtuig werd echter niet geleverd. Zo ging het daarna -ook met een Blériot. In september 1909 lukte het hem in Pau bij de Franse fabrikant Levavaseur, die vliegtuigen van het type Antoinette bouwde, een eendekker te kopen. Een van de weinigen die daarmee goed kon vliegen was de Brit Latham. Deze was zo druk met het geven van demonstraties, dat hij geen tijd had om Küller les te geven. De leerling moest proefondervindelijk de vliegkunst op zijn eigen Antoinette meester zien te worden. Dit gebeurde in Mourmelon Le Grand. In oktober en november was hij voortdurend aan het oefenen met deze machine op het vliegterrein bij Chalon. Na veel vallen en opstaan lukte het hem in het najaar van 1909 korte vluchtjes te maken. Küller was hiermee de eerste Nederlander die kon vliegen. Een van de kraken waarbij hij zelf niet gewond raakte, vond plaats op 22 december 1909. Op 20 meter hoogte brak de verbinding tussen de motor en de schroef (propeller) zodat deze vooruit schoot en het vliegtuig in een onevenwichtige dwarreling achterliet. Het stortte neer en werd flink beschadigd. 

Tijdens een gesprek met een journalist vertelde hij over zijn vliegmachine, de grote Antoinette. De breedte (spanwijdte) was 14 m, lengte 13 m, gewicht 540 kg, diameter van de schroef 2,10 m. De motor die ook door de fabriek van Levavaseur werd gebouwd had 50 pk en maakte 1200 toeren per minuut. Over zijn 'leermeester' Latham vertelde hij: “Vervelend is het, maar aan een ongeluk ontkomt geen een. Latham heeft vijf stel vleugels gebroken voor hij het kon en meer dan eens vloog hij tegen een boom op.” Küller had inmiddels zoveel talent laten zien, dat hij in al januari 1910 een aanstelling als instructeur kreeg bij Levavaseur. Hij leidde daar enige Franse militairen op. Zijn honorarium was 1000 Francs (per jaar?). Zijn vliegbrevet kreeg hij op 7 april 1910 - een maand later dan Van Riemsdijk. Dit had nummer 46. Naast zijn werk nam hij aan allerlei wedstrijden deel, zoals de vliegweek bij Tours van 30 april tot 5 mei. Volgens een krant steeg hij als enige tijdens een 'orkaan' op. Dit werd omschreven als 'Le courage de Küller.' Na 5 maanden les te hebben gegeven, gaf hij zijn baan op. Met twee Antoinettes trok hij naar de Britse eilanden voor een wedstrijd bij Glasgow. De vliegmachines werden per trein vervoerd naar Schotland. Eén daarvan raakte in brand, waarschijnlijk door een vonk van de locomotief. Deze ging geheel verloren, hetgeen hem een schadepost opleverde van 15.000 gulden. Van de vijf keer dat hij in het Schotse Lanark bij Glasgow de lucht in gang, liep zijn vliegtuig vier keer schade op. Desondanks kreeg hij daar de bijnaam The Real Flying Dutchman omdat hij als uitzondering ook vloog als er een flinke wind stond. Hij stelde zijn toeschouwers nooit teleur en kreeg ook nog de complimenten van de Britse koning. Hij nam daarna deel aan de vliegweek van Bordeaux in september waar hij onder meer een vlucht maakte van 1 uur, 10 minuten en 27 seconden.

In oktober ging hij een engagement aan met de Eerste Nederlandsche Vliegvereeniging (E.N.V.) in Breda. Op de Molenheide maakte hij op 30 oktober voor een groot publiek twee vluchten van successievelijk 8 en 20 minuten. Na afloop kreeg hij een krans, ging op de schouders en er werden filmopnames gemaakt. Hij moet daar nog 5 dagen achter elkaar hebben opgetreden, maar met veel minder publiek, tot zijn toestel flink werd beschadigd. Deze dagen werden afgesloten met een diner in Hotel De Kroon, met op het menu Küllersoep. Het contract met de E.N.V. werd opgezegd. De berichten over Küller waren allemaal positief. Hij werd beschreven als zeer bescheiden en sportief. Hij beschouwde zichzelf niet als een held, en niet als een ‘Luchtpiet’.

Vervolgens werd hij door Verwey & Lugard naar Ede en Soesterberg gehaald. Tijdens de officiële opening van het vliegveld Ede op 9 november 1910 demonstreerde hij samen met Wijnmalen, maar zijn motor wilde niet goed lopen. Samen met Wijnmalen en Koolhoven deed hij op Soesterberg mee aan de eerste vliegwedstrijden op 26 en 27 november. Vóór het zo ver kwam had hij op 15 november met zijn auto bij Soesterberg een hondenkar uit Amersfoort aangereden. De hond werd gedood en de bestuurder, die gewond aan zijn hoofd en borst in het ziekenhuis was opgenomen, overleed dezelfde avond. Wijnmalen veroorzaakte een paar maanden later een soortgelijk ongeval met zijn auto. Misschien waren de aviateurs toch wel een beetje nonchalant bij het besturen van een auto. Küller trad op Soesterberg meerdere keren met succes op. In deze tijd had hij drie Antoinettes, maar intussen had hij ook een flinke schuld opgebouwd. Hoewel hij zijn contract met V&L niet ongunstig noemde, duurde zijn carrière hier niet lang. Op 23 november verscheen een verslag over hem in een krant, waarbij hij overkwam als een pessimist die het bijna niet meer zag zitten. Wel had hij over 1910 17.150 fr. verdiend bij wedstrijden, maar de kosten waren vele malen hoger. Hij noemde vliegen 'waaghalzerij-sport, die krankzinnig gevaarlijk is' en vertelde daarbij over de talloze keren dat het met Latham en hemzelf was misgegaan. Zo was een van zijn vluchten geëindigd tegen zijn eigen loods (foto’s 1 tot en met 5).

Toch besloot Küller demonstraties te gaan houden in Nederlands-Indië. Daarvoor werden contracten afgesloten voor meer den 8.000 gulden. Op 21 januari 1911 vertrok hij met het S.S. Juliana van Amsterdam naar Singapore en verder naar Java. Aan boord waren twee Antoinettes. Op 18 maart 1911 maakte hij als eerste in de geschiedenis een vlucht in Indië, bij Soerabaja. De laatste aldaar op 26 maart. Volgens een bericht in Nederlandsche Sport van 29 april zou de opbrengst f 40.000 zijn geweest. Daarna gaf Küller ook demonstraties elders op Java, bij Semarang en Djokja. Hij genoot veel bijval en er werd zelfs een gedicht over hem gemaakt: 'Küller, Küller, kloeke kerel. Küller, forsche lucht-athleet, die daar door die ijle luchten op zijn 'Antoinette' gleed.' Het Koloniaal Weekblad van 4 mei schreef dat voor een komende demonstratie een toegangskaart f 10,- kostte en een familiekaart f 30,-.
De directeur van het Zendingshospitaal vreesde dat deze festijnen ten koste zouden gaan van de bijdragen die hij gewoonlijk ontving.                                                                                                            
Vervolgens vloog Küller bij Medan op Sumatra en vertrok daar vandaan naar Penang in Brits-Indië waar op 6 juni bij de landing zijn toestel lichte schade opliep, die echter snel gerepareerd kon worden. Via een optreden bij Kuala Lumpur ging hij terug naar Batavia waar hij de eerste vlucht maakte op 31 juli. Toen hij op 5 augustus voor de vijfde keer opsteeg, werd zijn machine zwaar beschadigd. Dit herhaalde zich de volgende dag, waarschijnlijk met zijn andere Antoinette. Toen dook de naam 'Pechvogel' op. Nadat op 11 augustus zijn vliegtuig totaal werd vernield, was het geld op. In september werd nog gespeculeerd over een vlucht van Küller op Java. Hoewel hij zelf vrijwel steeds ongedeerd bleef, stopte hij helemaal met vliegen, omdat hij het te duur en te riskant vond. Hij keerde naar Nederland terug.

In opdracht van de automobiel- en vliegtuigfabriek Spijker vertrok hij naar de USA. Daar vloog hij als gevolg van een weddenschap voor de laatste keer, in een Glenn Martin. Hij trouwde in 1917 in New York met Elsa Grace Pickhardt. In 1920 kwam hij terug naar Nederland en begon als vossenkweker in Oisterwijk. De laatste tijd woonde het echtpaar in een hotel-pension in Helvoirt, waar hij op 15 januari 1959 overleed, 77 jaar oud.

Foto’s uit nummers van De Revue der Sporten

  Gijs Küller, 30 oktober 1910

  3 november 1910

  30 november 1910 met rechts Koolhoven

  30 november 1910; de grote Antoinette

  Foto uit de Katholieke Illustratie

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto