
JAN HILGERS
1886-1945
een onderschatte Nederlandse vliegpionier
Auteur: Dik Top
Zijn grootvader Bernardus Hilgers woonde in Nederlands-Indië en was getrouwd met een inlandse vrouw. Haar achternaam was Kaninten.
De vader van Jan was Johannes Franciscus. Hij werd geboren in Cheribon op 23 november 1858 en in maart 1866 geregistreerd als 'pupil' op de Militaire Pupillenschool in Gombong. Dit was een school waar voornamelijk jongens werden opgeleid van 7 tot 18 jaar die door hun Nederlandse vader (militairen) en inlandse moeder in de steek waren gelaten. Johannes trouwde te Semarang op 13 mei 1882 met Louisa Pfeiffer. Hun zoon Jan werd op 19 december 1886 geboren in Probolinggo (Rembang) op Java. Hij kreeg de namen Johan Willem Emile Louis. De ouders scheidden al op 15 januari 1895. Later in dat jaar, op 7 juni kreeg Jan een zuster, Petronella Francisca Elvira die in Soerabaja werd geboren. Zij kwam ter wereld na de scheiding van haar ouders. Vader Johannes Hilgers hertrouwde in 1896 in Bodjonegoro met Justina Frederica Margaretha Hoof (noot 1).
Als jongen alleen naar Nederland
In 1897, elf jaar oud werd Jan W.E.L. Hilgers in zijn eentje voor zijn opleiding naar Nederland gestuurd. In Amsterdam op de kweekschool voor machinisten volgde hij een cursus voor elektricien. Daarna werkte hij vier jaar bij diverse fabrieken, onder meer in Nijmegen.
Door de vlucht van Louis Blériot over Het Kanaal in augustus 1909 raakte hij in de ban van het vliegen. Hij begon zelf zweefmodellen te bouwen. Zijn eerste duik met zo'n zweeftoestel vanaf het dak van een boerenhuis bij Nijmegen eindigde in een daverende val omdat de staart bleef steken. Jan kwam in een ziekenhuis terecht. Voor zijn tweede toestel bouwde hij met de hulp van een paar timmerlieden op een heuvel tussen Berg en Dal en Beek een ongeveer 20 meter hoge stellage. De start hier vanaf verliep niet veel beter. Tijdens zijn derde poging zweefde hij ruim tweehonderd meter, maar toen was zijn geld op.
Geen vlieglessen bij Blériot
In het voorjaar van 1910 had hij genoeg gespaard om naar Pau te kunnen vertrekken en bij Blériot in de leer te gaan. Daar was Henri Wijnmalen in die tijd juist begonnen aan zijn vliegopleiding. De vlieglessen werden echter te duur voor Hilgers. Daarom ging hij voor de Franse pionier werken als mecanicien. Kort daarna hoorde hij over de plannen van Verwey en Lugard om in Ede en Soesterberg vliegvelden aan te leggen en dat zij iemand zochten die kon helpen om een fabriek te bouwen en die tevens vlieglessen kon geven. Hij solliciteerde en werd aangenomen.
De eerste vlucht bij Ede - toch les bij Blériot
Toen bekend werd dat Clement van Maasdijk voorbereidingen aan het maken was om vanaf 31 juli in Heerenveen als eerste Nederlander boven ons land een vlucht zou maken, werd Hilgers door Verwey in haast naar Pau gestuurd in gezelschap van mecanicien Verhagen om zo snel mogelijk bij Blériot een vliegtuig te bemachtigen. Zijn terugkeer duurde nog even, want toen moest hij toch echt leren vliegen en dat duurde een kleine maand. Eindelijk op 21 juni maakte hij daar in Frankrijk een rechte vlucht van 1,5 km op ca. 4 meter hoogte. De aangekochte Blériot XI met een motor van 18 pk werd in kratten naar Ede vervoerd en daar gemonteerd. Hilgers was in Pau dan wel van de grond geweest, maar hij had nog nooit een bocht gevlogen. Op Ede maakte hij in de avond van 29 juli 1910 drie korte sprongetjes rechtuit op 10-15 meter boven de grond, en snoepte daarmee de primeur af van Van Maasdijk. Hij ging de geschiedenis in als de eerste Nederlander die boven ons land heeft gevlogen. Een uitgebreid artikel over zijn prestatie met foto's verscheen in De Revue der Sporten van 10 augustus. Ook het tijdschrift Avia schreef over Hilgers en plaatste een foto van hem compleet met vliegerhelm (foto 1). Op 21 september maakte hij een crash op Ede met zijn Franse vliegtuig.
Soesterberg
In de nazomer van 1910 werd onder de leiding van Frits Koolhoven, die bijna een jaar ouder was dan Hilgers, op de heide bij Soesterberg door Verwey & Lugard een begin gemaakt met de bouw van de 'fabriek' en van vliegtuigen. Hier herstelde Hilgers waarschijnlijk eerst de beschadigde Blériot (foto 2). Hij begon ook aan een variant op dit vliegtuig met een hooggeplaatste vleugel en sterk ingekorte ondervleugels. Volgens hemzelf was hij 'de uitvinder' van deze zogenaamde anderhalfdekker, een type vliegtuig dat door veel anderen werd nagebouwd (foto 3). Hij werd ook verantwoordelijk voor het organiseren van demonstraties en voor de verkoop van vliegmachines. Vervolgens werd hij chef van de 'leerschool', ondanks dat hij zelf nog geen brevet had. Voorjaar 1911 meldden zich enige leerling-aviateurs aan, onder wie Mekelerkamp Cappenburg, Pierre Leon, Loomans, Van Heyst, Benthem van den Berg, het echtpaar Pottum een mej. Engelkens (foto 4).
Een eigen-bouw Blériot werd door Hilgers op Soesterberg ingevlogen op 22 april. Er is een foto van dit toestel die op 3 mei 1911 verscheen in De Revue der Sporten met de bouwer voor zijn toestel. Hilgers poseerde ook voor deze vliegmachine met zijn medewerkers (foto 5).
In mei 1911 kwam hij gereed met de bouw van een andere 'monoplan' met een Gregoire motor. Deze kreeg de naam Verwey & Lugard. Hij maakte er een paar vluchtjes mee van rond de achthonderd meter, nog altijd zonder bochten te maken. Zijn brevet verkreeg hij op 12 augustus 1911 (een andere bron vermeldt 1 juli). Daarmee was hij de vierde Nederlander die in eigen land werd gebrevetteerd. Een luchtsprong op 16 september op Soesterberg eindigde in een crash. Op zondag 17 september werden door Marinus van Meel en Hilgers nog demonstraties gegeven, maar wegens grote financiële problemen bij Verwey & Lugard besloot hij zijn baan op te zeggen.
Duitsland en Fokker
Hilgers vertrok naar Duitsland waar in deze tijd de ene vliegtuigfabriek na de andere opdook. Een professor in de filosofie richtte ook zo'n bedrijf op, waarvan ir. Sablonsky de technische leiding keeg (noot 2). Een van hun eigenaardige producten, een zware eendekker, kreeg de naam Garoeda. Hilgers maakte er enige vluchten mee. Volgens eigen zeggen was hij ook de invlieger (testpiloot) van een Retienne en een Schulze-Herford. Wegens het grote risico van verongelukken leverde dit aardig wat geld op. Vervolgens trad hij in dienst van Antony Fokker die kort daarvoor op het vliegveld Johannisthal bij Berlijn een fabriekje had geopend. Hilgers begon bij hem als tekenaar/mecanicien, maar hij mocht weldra ook vlieglessen geven en werd na enige tijd leider van de vliegschool. Tot zijn leerlingen behoorde Frits Cremer, de vriend en schoolgenoot van Fokker uit Haarlem. Toen Fokker een uitnodiging kreeg een toestel te demonstreren voor het Duitse leger bij Deberritz, maakten hij en Hilgers daar enige vluchten. De generaal toonde tevredenheid, maar eiste nog een demonstratie voordat een bestelling zou worden gedaan. Fokker ging daarop met een luitenant als passagier de lucht in. Dit liep af met een crash. De militair verloor daarbij het leven en Fokker raakte gewond. Einde van dit verhaal. Maar Hilgers verdiende een aardige cent met zijn demonstratievluchten met de producten van Fokker.
Naar Rusland met en voor Fokker
Op Fokker’s verzoek vertrok hij met twee uitvoeringen van zijn eerste vliegtuig Spin naar Rusland, in de hoop daar vliegtuigen te kunnen verkopen (foto 6). Het ene toestel was gekocht door barones Von Leitner, die Hilgers vergezelde. De autoriteiten daar legden allerlei hindernissen in de weg. Daarom reisde hij door naar Riga in Letland en verkreeg daar een Russisch brevet. Met dit op zak ging hij door naar Reval, de hoofdstad van Estland en verder naar Finland, waar hij onder meer bij Helsinki demonstreerde. Daarna bracht hij acht maanden door in Rusland. Fokker en Hilgers moeten in augustus 1912 samen een vlucht boven St. Petersburg hebben gemaakt tot 1200 meter hoogte. Dit was toen nog de hoofdstad van Rusland. Al deze demonstraties brachten wel geld op, maar geen bestellingen. Igor Sikorsky en de Amerikaanse broers Wright waren in dit land de grootste concurrenten voor Fokker en zonder steekpenningen was er moeilijk iets te bereiken. Toch werd in december 1912 in Nederlandse dagbladen geschreven dat Fokker vliegtuigen aan de Russen zou gaan leveren met 100 pk motoren van Mercedes en van Argus.
Terug naar Java
Nadat hij uit Duitsland was teruggekeerd, begon Jan Hilgers heimwee te krijgen naar zijn geboorteland. Fokker die ook op Java was geboren, kwam hem tegemoet en bleek bereid om hem naar Indië te sturen met twee vliegtuigen, ook weer verbeterde versies van zijn eerste vliegtuig Spin. De ene met een 70 pk Renault, de andere had een 100 pk Argus. Beide mannen hadden een grootse visie. Behalve op Java zou Hilgers vluchten maken op Sumatra en misschien zelfs op Borneo. Tevens stonden landen zoals Australië, Brits-Indië, Siam en China op hun agenda.
Hilgers was niet de eerste Nederlander die zijn geluk zocht in de Oost. Gijs Küller, die een aantal keren op Soesterberg met succes had gevlogen in gezelschap van Wijnmalen en Koolhoven, was al in 1911 naar Java afgereisd met twee eendekkers van het type Antoinette om er demonstraties te geven. Zijn eerste vlucht maakte hij bij Soerabaja op 18 maart. Tot november dat jaar gaf hij op Java, Sumatra en zelfs in Kuola Lumpur een groot aantal demonstraties. Ondanks deze successen gaf Küller zijn loopbaan in de luchtvaart op en keerde naar Nederland terug. Hij koos voor een veiliger bestaan.
De ijle tropische lucht in
Volgens een bericht in de krant Nieuws van den Dag kreeg Hilgers - terwijl hij nog in Nederland verbleef - net voor het uitbreken van de Balkan-oorlog in oktober 1912, een uitnodiging van de Bulgaarse regering om in de rang van kolonel het commando op zich te nemen van de afdeling aviatiek en over de Bulgaarse vliegers. Maar hij en Fokker hadden juist hun plannen voor de tocht naar Indië afgerond (noot 3).
Hilgers vertrok op 28 december 1912 met het stoomschip Delfflinger via Antwerpen naar Singapore. Twee mecaniciens, een boekhouder en twee 'vervoerbare hangars' gingen mee. Van Singapore ging de reis verder naar Soerabaja, waar ze op 10 februari 1913 aankwamen. Daar tekende Hilgers een contract. Voor zeven vluchten zou hij 18.000 gulden ontvangen. Dit project liep enige vertraging op doordat het stoomschip Van Noort met de twee vliegtuigen van Fokker vlak voor de haven aan de grond liep. Toen eenmaal alles was aangekomen, bleken de propellers te ontbreken. Toch lukte het Hilgers zijn demonstraties op 19 februari te starten. Het begon met een crash van de ene Fokker. Met de andere maakte hij onder grote belangstelling een vlucht van 21 minuten, maar door motorstoring en om geen mensen in gevaar te brengen, zag hij zich genoodzaakt op het dak van een gebouw te landen. Zijn toestel werd zwaar beschadigd, hijzelf mankeerde niets. Bij het herstellen van zijn vliegtuigen kreeg Hilgers enige assistentie van een jonge luitenant van de artillerie uit Nederland: George Koppen (zie artikel over hem).
Wisselende successen
Ondertussen stonden de kranten bol van het nieuws over Hilgers en de Rus Alexander Kousminsky. Deze had zich voorgenomen de Nederlander in Soerabaja vóór te zijn. Kousminsky had al gevlogen in Rusland en in China en was aangekomen met het s.s. Van Noort. Hij vloog al op 17 februari met zijn Blériot XI bij Batavia. Hij en Hilgers zouden begin maart in Semarang vluchten maken, maar net vóór die tijd werd het vliegtuig van de Rus bij Bandoeng beschadigd. Hilgers ging in Semarang inderdaad op 2 maart de lucht in. Spijkman, redacteur van het Semarangsch Handelsblad die ook al als passagier had willen meevliegen bij de eerste vlucht van Hilgers in Soerabaja, wilde nu perse zijn wens in vervulling zien gaan. Hilgers vond dit wegens zijn verse ervaringen met te kleine startvelden en de ijle Indische lucht niet verantwoord, maar hij zwichtte voor het aandringen van Spijkman. Door het overgewicht kwam het toestel nauwelijks van de grond. Spijkman en hij kwamen in de sawah-modder terecht. Na reparatie van de vliegmachine keerde Hilgers naar Soerabaja terug, om de serie van 7 vluchten af te maken. Een paar keer ging het goed, maar opnieuw eindigden sommige demonstraties met noodlandingen en valpartijen. Eerder in Europa was Jan volgens zijn eigen uitspraken al 19 keer 'gevallen', maar hij had nooit iets gebroken.
Omdat hij de voorwaarden van het contract van 7 demonstratievluchten niet was nagekomen, weigerde het comité hem te betalen. Al met al had hij door de pech van de laatste vier maanden 40.000 gulden verloren. Tijd om met vliegen te stoppen. Maar een particulier in Soerabaja bood hulp. Dankzij deze man kon hij weer met een vliegtuig de lucht in gaan bij Priok. Dit deed hij vanaf een stuk opgespoten land. De motor was te zwak voor de sterke tegenwind. Hij stortte neer en raakte bewusteloos.
Intussen was hij op 27 september 1913 in Bangil getrouwd met de 18 jaar oude Anna Sophia Blijenburg. Zij was geboren in Bandoeng. Wegens zijn huwelijk besloot Hilgers zijn vliegloopbaan af te sluiten. Hij werkte enige tijd in de suikerindustrie en nam daarna dienst op het schip Pradjekan dat tussen Sitoebondo en Bonodowoso voer. Dit hield hij twee jaar vol.
Als burger in dienst van het KNIL
Luitenant Hein ter Poorten was in 1913 met twee toestellen van de Belg De Brouckère naar Indië gekomen. Deze bleken aldaar onbruikbaar te zijn en werden teruggezonden. Dit debacle kostte het Rijk volgens Hilgers 2 ton. Inmiddels was in mei 1914 de Proefvliegtuigen Afdeling (P.V.A.) van het KNIL opgericht. Waarschijnlijk in 1915 werd Hilgers door generaal De Greve telegrafisch aangezocht om als burger in legerdienst te komen. Met Ter Poorten werkte hij samen op het pas aangelegde vliegveld Tandjonk Priok. Ter Poorten werd kort daarop met kapitein Visscher naar de USA gestuurd voor de aankoop van vliegmachines. Dit werden twee Glenn Martin watervliegtuigen van het type T.A. Zij arriveerden op 18 oktober op Tandjong Priok. Ter Poorten maakte er de eerste vlucht mee op 6 november. Dankzij deze hydroplanes konden ze bij Kali Djati een vliegveld inrichten. Hilgers maakte een aantal vluchten met deze toestellen, maar ze fungeerden slecht. Ze werden spoedig verbouwd tot landvliegtuigen. De motoren bleken ook zwakheden te hebben, terwijl de lijm van de propellers in dit klimaat begon op te lossen. Waarschijnlijk als direct gevolg hiervan crashte Ter Poorten op 14 februari 1916 te Krawang met zijn passagier, legerchef Michielsen die daarbij omkwam. Ter Poorten raakte gewond en stopte met vliegen. Hij keerde terug naar de Artillerie (noot 4).
Half februari 1916 werd Hilgers benoemd tot instructeur-werktuigkundige bij de Proefvliegtuigafdeling (P.V.A.) met een maandsalaris van 600 gulden plus 150 gulden vliegtoelage. Maar van vliegen kwam weinig terecht, omdat de enig overgebleven Glenn Marin door het vochtige klimaat veel water had geabsorbeerd en daardoor zwaarder was geworden. De revisie nam maanden in beslag. Bij de P.V.A. werd in 1916 in totaal niet meer dan 3 uur en 5 minuten gevlogen. Begin 1917 werd begonnen met de inrichting van het vliegveld Kali Djati en Hilgers ging toen daar vlieglessen geven.
Er was geen goede regeling voor de burgers bij de vliegdienst van het leger. Daarom nam Hilgers eind 1919 een jaar verlof. In Soerabaja richtte hij een technisch bedrijf op. In 1920 keerde hij toch weer terug bij het leger. Hij werd geplaatst bij de afdeling invliegen - zijn specialiteit. Toen had hij al 3000 'opstijgingen' gemaakt. Eén van zijn collega's daar was de in Soesterberg opgeleide Engelbert van Bevervoorde (noot 5). Een door de Franse pionier Poulet in Soerabaja achtergelaten Caudron werd opgeknapt en door Hilgers op de vliegveldjes van Soeka Miskin en Kali Djati gebruikt voor de opleiding van burgers.
Hilgers trad opnieuw als burger in dienst bij de Luchtvaart Afdeling van het KNIL op Andir, die was ontstaan uit de P.V.A. Toen hij in januari 1923 12,5 jaar vlieger was, markeerden zijn collega's dit met een feestje. Op 27 augustus 1931 overleed 37 jaar oud L.W.A.T. Hilgers. Bij de rouwadvertentie stonden genoteerd: Bandoeng J.W.C.L. Hilgers en Batavia Ch. Hilgers.
Jan Hilgers was nog minstens één keer in Nederland, met verlof. Hier te lande kwam hij aan in mei 1933 en verbleef in Utrecht in Pension Oog in Al. Met het m.s. Dempo keerde hij op 11 oktober dat jaar in Indië terug.
Nieuwe carrière op de grond
Toen in december 1934 het door kapitein Pattist en ir. Laurens W. Walraven gebouwde sportvliegtuigje PW-1 PK-SAM was neergestort, kreeg Hilgers samen met luitenant-vlieger J. Swartjes de opdracht de oorzaak te achterhalen. De inzittenden W.F. Boot en zijn passagier hadden het ongeval overleefd.
Op 29 juli 1935 memoreerde Het Vaderland dat Hilgers 25 jaar eerder als eerste Nederlander boven ons land had gevlogen (foto 7).
Hilgers bleef als werktuigkundige werkzaam op Andir tot de Japanse invasie. Hij werd door de Jappen gevangen genomen en overleed in een kamp in Ngawi op Oost-Java op 21 juli 1945, kort voor de bevrijding van Nederlands-Indië. Hij stond toen geregistreerd als hoofd laboratorium, keuringsdienst M.L. Bandoeng. Hij werd waarschijnlijk in of bij Ngawi begraven, maar zijn graf is niet gevonden. Een broer van hem overleefde de gevangenschap wel.
In 1955 werd ter ere van Jan Hilgers in Ede een monument onthuld.
Hilgers en zijn vrouw Anna hadden vijf dochters: Croon, Fien, Bea, Ada, Laura. En zoon Maurits.
Van Jan Hilgers zijn uitzonderlijk weinig foto's in omloop.
NOTEN:
Noot 1. Het echtpaar Hilgers-Hoof kreeg een zoon Alex Jozef Ferdinand. Hij werd geboren in Soerabaja op 2 december 1907. In 1963 woonde hij in Venlo.
Noot 2. Volgens Hilgers was Sablonsky in 1920 verbonden aan de vliegtuigfabriek Van Berkels Patent in Rotterdam.
Noot 3. De lege plaats bij Fokker in Duitsland werd ingenomen door de jonge bekwame Bernard de Waal en Frits Cremer.
Noot 4. Hein ter Poorten was op 21 november 1887 geboren in Buitenzorg op Java. In Nederland ging hij naar de KMA. In 1910 werd hij balloncommandant. Daarna leerde hij in België vliegen bij o.a. Léon de Brouckère in Kiewit-Hasselt. Hij was de eerste Nederlandse officier die zijn brevet verkreeg - op 30 augustus 1911. In Nederlands-Indië werd hij uiteindelijk generaal-majoor bij de Artillerie. Daar speelde hij een belangrijke rol tijdens de Japanse bezetting. Hij overleed in 1968 in Nederland.
Noot 5. Van Bevervoorde was een belangrijke kracht voor de vliegtuigafdeling. Hij verongelukte met een vliegtuig op 11 september 1918.
Noot 6. Corona Avelina, geboren Sitoebondo 15 juli 1914 (zij vertrok in september 1939 van Delft naar Indië). Josepine Henriette - Soerabaja 1 december 1915. Beatrice - Weltevreden 9 augustus 1917 (woonde in 1959 in Epe). Adeline Gerardine - Soerabaja 17 oktober 1919 (woonde in 1961 in Capelle a/d IJssel). Laura Elsevire - Bandoeng 25 juni 1930. Maurits Arthur - Bandoeng 20 oktober 1931 (woonde in 1955 in Scheveningen)
Bronnen:
- Artikelen in historische kranten en tijdschriften.
- Uitgebreide verslagen in De Locomotief en andere Nederlands-Indische kranten begin augustus 1920, die waren gebaseerd op een interview met Hilgers naar aanleiding van zijn eerste vlucht boven Nederland 10 jaar eerder.
- Oorlogsgravenstichting.
- Genealogische gegevens via Eddy Habben-Jansen.
FOTO's

1 Jan Hilgers in het tijdschrift Avia met vliegerhelm (Avia)

2 Hilgers in een Blériot, waarschijnlijk op Soesterberg (via Rob de Winter)

3 Hilgers met een Blériot op Soesterberg (De Revue der Sporten)

4 De anderhalfdekker op Soesterberg in de sneeuw (via Schoemaker/Postma)

5 Hilgers met twee assistenten, onder wie Verhagen (via Gerben Tormij)
Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.