
Auteur: Dik Top
JACOBUS JOHANNES COUTURIER
een man van 12 ambachten en 13 ongelukken
ofwel het zwarte schaap van de familie
Johannes (Jan) Jacobus Couturier werd in Amsterdam geboren op 21 juli 1902. Hij was de oudere broer van Marinus, die vanaf 1930 eigenaar en directeur was van Theehuis Soesterdal. De jongste van de drie broers was Willem.Vader Willem Ambrosius Lodewijk Couturier kwam uit een gezin van waarschijnlijk acht kinderen. Twee daarvan waren de jongere broers Johannes Jacobus, geboren in Amsterdam op 14 februari 1877 (kok) en Salomon Louis Joseph, geboren op 29 mei 1881 (fotograaf).
In 1922 leerde Jan vliegen in de Verenigde Staten. Hij keerde naar Nederland terug en vanaf najaar 1922 was hij enige tijd ‘vliegenier’ bij de Luchtvaart Afdeling (L.V.A.) op Soesterberg. Bij de militie werd hij in 1922 ingeschreven. In september dat jaar had hij onderdak in het Officierscasino. Hij werd bekend als Jan Poep, een bijnaam die hij wel zal hebben gekregen van zijn collega’s op het vliegkamp - vermoedelijk omdat hij zich gedroeg als een flapdrol. Hij was muzikaal, speelde goed piano en richtte in deze tijd een jazzband op met de naam The Flying Dutchmen. Leden hiervan moeten zijn geweest Jack L.A.M. Brinklaus (vlieger), Wim Hardeveld (vlieger), Henk Nooder (aankomend dierenarts) en Wim Nooder (amateur pianist). Ze waren enige jaren actief en hadden hun oefenlokaal in Theehuis Soesterdal. Ze moeten onder meer hebben opgetreden in het Officierscasino.
Over de vliegende loopbaan van Jan Couturier is in de annalen van de L.V.A. niets te vinden, maar er zijn wel enige meldingen in kranten van noodlandingen die hij moest uitvoeren - allemaal zonder brokken. Op 18 april 1923 zette hij als korporaal-vlieger op weg van Soesterberg naar Vlissingen de Spijker V.2 nr. 54 wegens motorstoring veilig aan de grond bij Breda. Hij en de mecanicien mankeerden niets. Het vliegtuig werd per vrachtauto naar Soesterberg teruggebracht. Op 9 november 1923 moest hij wegens een warmgelopen motor landen. Dit gebeurde veilig achter het stoomgemaal in Loenen. Dankzij hulp uit Soesterberg kon hij de volgende ochtend weer met zijn metgezel starten. Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 15 oktober 1924 beschreef een meer opzienbarende noodlanding van hem: Hoe een vliegenier een haas ving. De vliegenier Couturier uit Soesterberg, die dezer dagen op een weiland onder Maarssen een noodlanding moest maken, wist tijdens deze landing met zijn revolver een haas te schieten. Daarna dreef hij vóór elken vleugel een koe de sloot in en kwam zelf behouden op aarde. Den haas nam hij als buit mee. Met de Fokker C.1 nr. 537 moest hij op 9 december 1925 wegens mist een noodlanding maken bij Naarden. Hij, noch zijn luitenant waarnemer Vonck, raakten gewond.
In De Soester van 19 februari 1926 werd vermeld dat tijdens een feestavond de dinsdag daarvoor in Huis ten Halve een jazzband optrad
Theehuis Soesterdal van zijn vader was op 30 april 1925 van start gegaan, met als adres Batenburglaan 15. Als beroep van Jan stond restaurateur-vliegenier genoteerd. Hij was vanaf het begin waarschijnlijk de dagelijkse leider van het restaurant, maar hij stond sinds 5 november 1927 genoteerd in Soest op Dorresteinweg 20. Op dit adres woonde ook de broer *Johannes Jacobus (Jan) van zijn vader. Deze had tot die tijd een hotel gehad in Bussum. In Soest ging hij angorakonijnen kweken en hij had bijen.
Waarschijnlijk al in 1926 werd vlak naast Theehuis Soesterdal, aan het einde van de Postweg een dubbele woning gebouwd. De huisnummers werden 17 en 19. In het kadaster stond dit op naam van de vader van Jan. Toen deze woningen klaar waren, ging Jan wonen in het linker gedeelte (nummer 17). Dat jaar woonde op Postweg 17 ook al sergeant-vlieger J.G. Ligthart (omgekomen 25 april 1932). Hij huurde misschien een kamer bij Jan Couturier. Reeds in 1927 kocht Jan (of zijn vader?) ook 1600 m2 grond achter deze woning. Op dat terrein werd een enorme schuur gebouwd, waarin Jan angorakonijnen ging fokken, waarschijnlijk in navolging van zijn oom Jan in Soest.
Jan trouwde op 16 augustus 1928 in De Bilt met de 21-jarige Carolina (Bob) Johanna van Geelen. Zij was op 20 december 1906 geboren als dochter van Anthonius Mathijs van Geelen en Pieternella Johanna de Graaf. Komend uit De Bilt werd ze op 16 augustus 1928 ingeschreven op Postweg 17.
De wispelturige Jan moet door zijn vader al spoedig aan de kant zijn gezet. Zijn meer serieuze jongere broer Marinus werd de leider, en hij nam in 1930 Theehuis Soesterdal van zijn vader over.
Voorjaar 1930 vertrok Jan met zijn vrouw Bob van Postweg 17 naar Rhenen, Hotel De Grebbe. Hun adres werd Cureraweg. Hij zal daar vermoedelijk gérant zijn geweest. Dit gaf Marinus de kans om in de grote schuur direct achter Soesterdal pony’s te stallen, waarop de kinderen van zijn gasten een ritje konden maken.
Reeds in april 1931 kwam Jan met echtgenote terug naar Postweg 17, waarvan het nummer toen 109 was geworden. Het schijnt dat hij in deze tijd zijn broer wel eens in de keuken van Theehuis Soesterdal hielp.
In de krant van 20 januari 1932 stond dat Jan Couturier meisjes van de gymnastiekvereniging AGAVS op de piano begeleidde tijdens een voorstelling. Hij was in deze tijd lid van de kascommissie van de AGAVS. In mei dat jaar werden Jan en zijn vrouw ingeschreven op Rijksweg 2 in Eemnes (Volgens Wim, de zoon van Marinus, was Jan ook enige tijd uitbater van restaurant De Witte Bergen bij Laren).
In mei 1934 ging het echtpaar van Eemnes naar Vredehofstraat 27 (daar woonden toen de ouders van Jan). Hierbij werd zijn beroep genoteerd als gérant. Op 26 oktober 1934 met vrouw van Vredehofstraat naar Amsterdam, Heiligeweg 39-45. Hij werd daar uitbater van Hotel-Restaurant-Café De Roemer. In de periode 22 september 1934 tot 2 maart 1935 adverteerde hij diverse keren in het NSB-blad Volk en Vaderland voor ‘De Roemer’. Gérant J.J. Couturier (zie advertentie en noot 2). Van maart tot juni 1935 stond hij weer ingeschreven op Vredehofstraat 27, maar daarna verhuisde hij weer naar Amsterdam, Ruysdaelstrtaat 63III. Het huwelijk van Jan werd in De Bilt ontbonden op 11 juli 1935. Het paar had geen kinderen.
Toch ook weer: 1937 J.J. Couturier, Champignon-Kwekerij Agaricus, Vredehofstraat 27 Soest. In mei 1937 verhuisde hij van Vredehofstraat 27 naar Nijmegen. Een champignonkweker J.J. Couturier werd in 1939 in Nijmegen failliet verklaard.
Marinus opende in april 1936 bij Soesterdal de Permanente Luchtvaarttentoonstelling. Buiten stonden vliegtuigen, en de vroegere konijnenhal deed dienst als een soort museum.
De weduwe W.A.L. Couturier-Kok woonde in 1934 op Vredehofstraat 27 (???) Volgens de Adresboeken Soest In 1934 en 1937 woonde W.A.L. Couturier ook op Vredehofstraat 27.
Jan had een jongste broer die net als zijn vader W.A.L. als voorletters had. In 1934 woonde een W.A.L. Couturier (kok) op Vredehofstraat 27 in Soest. Dit zal dan vermoedelijk deze zoon Wim zijn geweest. Hij ging op 9 april 1937 in ondertrouw met A.J. de Grood, 29 jaar uit Amsterdam. Op 7 mei 1937 vertrok een W. Couturier van Vredehofstraat 27 naar Amsterdam, Valeriusstraat 123. Maar: Op 16 juli 1937 kreeg een W.A.L. Couturier op nummer 27 een nieuwe telefoonaansluiting en een W.A.L. Couturier vertrok op 19.03.1938 met vrouw van Vredehofstraat 27 naar Amsterdam, Verhulststr. 119. Wie was wie?
Foto bij pagina: Collectie NIMH
Huis Alexander Koops Postweg 15 (later 107) Postweg 17 en 19 (later 109 en 111) met links Jan Couturier met zijn vrouw Bob
Fokker C.5 - W.6 YYY De expositie in de vroegere konijnstal
Foto's komen uit Collectie W. Couturier. De panden op de foto's zijn in de zomer van 1940 op last van de Duitsers afgebroken.
Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.