Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Jongbloed, Jacob

JACOB JONGBLOED     (1895-1974)                                                                                      
vlieger - arts - professor

door Dik Top

Jacob Jongbloed werd geboren in Haskerland in de Gemeente Joure op 11 maart 1895. Zijn ouders waren timmerman Pieter Jongbloed (toen 31 jaar) en Aaltje Margje Langenberg. Hij was nummer twee van hun zeven kinderen - vier meisjes en drie zoons, van wie de laatste in 1908 doodgeboren werd.

Jongbloed kwam in de winter van 1916-’17 op Soesterberg. Commandant Versteegh van de vliegschool doopte hem spontaan Janus, en zo bleef hij gedurende de rest van zijn loopbaan bekend onder zijn collega’s (foto 1). 
Op 2 maart 1917 ging hij als tweede luitenant met collega Duinker en ander personeel naar Cadzand om daar een geland buitenlands vliegtuig te demonteren en naar Soesterberg te transporteren. Zijn eerste solovlucht maakte hij op 1 mei. Op 5 mei voldeed hij aan de eisen voor het FAI-brevet. De proeven voor het militaire brevet legde hij af op 21 juli, behalve de overlandvlucht. Die volgde op 6 september 1917 en daarmee kon het militaire brevet aan hem worden uitgereikt (foto 2).

In 1919 trad hij aan bij diverse gelegenheden en kon hij het publiek tonen dat hij zijn machine geheel onder controle had. Tijdens een tweedaags koninginnefeest in Steenwijk begin september was hij de gevierde man.

Het tegen het einde van 1919 in Cuyk (Noord-Brabant) gebouwde passagiersvliegtuig van de Nationale Automobiel- en Vliegtuig Onderneming (NAVO) met de aanduiding RK-P.4/200 werd voor testen overgebracht naar Soesterberg. Hier werd deze parasoldekker enige keren gefotografeerd. Deze machine werd uitgeprobeerd door Jongbloed, die er op 21 januari 1921 een niet ongunstig rapport over schreef. Dit werd gepubliceerd in Het Vliegveld. Daarna verdween dit vliegtuig van het toneel. Het toonde veel gelijkenis met de Fokker F.II.

Inmiddels was Jongbloed instructeur geworden en maakte hij deel uit van het stuntteam van luitenant Versteegh, samen met luit. Hendrik van Weerden Poelman en de sergeants Bakkenes en Van der Griend. Zij vlogen op Fokkers van het type D.7. Zijn plaats was rechtsbuiten. Een van de eerste optredens van de Soesterbergers was tijdens het Internationale Concours Aeronautique te Rotterdam (ICAR) in augustus-september 1922. Op de laatste dag, zondag 17 september, maakte Jongbloed drie loopings met zijn Fokker onder een te laag wolkendek. Daardoor kon hij uit de laatste looping niet op tijd optrekken. Zijn wielen raakten de grasmat van het vliegterrein ‘onzacht’; het ene wiel ging er vandoor en het andere werd in de ondervleugel gedrukt. Jongbloed moest zijn gedurfde demonstratie afsluiten met een buiklanding die goed afliep.

In 1922 begon hij in Utrecht medicijnen te studeren. Dit verhinderde niet dat hij in augustus 1923 met het team van Versteegh deelnam aan de ILUG in Göteborg. Met de nieuwe naam De Vijf Vingers aan één Hand, ‘uitgevonden’ door een Deense journalist nadat ze eerst bij Kopenhagen hadden gedemonstreerd, keerden ze op Soesterberg als helden terug. Als daarna het team van Versteegh optrad, werd rechtsbuiten Jongbloed meestal aangeduid als de ‘pink’ van de hand (foto 3).

Jongbloed woonde in 1924, nog ongetrouwd, op Amersfoortschestraat 10. Dit was het adres van aannemer B.B. van Dijk. Waarschijnlijk huurde hij daar een kamer (deze dubbele woning 8A/10 net voorbij landgoed Egghermonde, werd rond 1980 afgebroken).

Nadat hij in 1927 zijn artsendiploma had gehaald, werd hij chef van de Vliegmedische Dienst van de Luchtvaart Afdeling (L.V.A.) op Soesterberg (tot 1931). Zijn voorgangers daar waren de artsen P.M. van Wulfften Palthe en F.H. Reijnders. Hier, in hangar 12 leidde hij onder meer onderzoek naar de invloed van het vliegen op grote hoogte. Dit werd het onderwerp van zijn proefschrift in 1929. De testen werden uitgevoerd in een onderdrukkamer, de ‘caisson’, waaruit de lucht kon worden weggepompt (foto 4). De artsen van de L.V.A. ontwikkelden ook andere testapparatuur, die door de mannen die werden gekeurd wel ‘martelwerktuigen’ werden genoemd, omdat het ondergaan van de testen vaak verre van aangenaam was (foto 5).

Jongbloed trouwde in april 1927 met J.C. Gerritsen. De Soester van 13 augustus berichtte dat jaar dat Med. Doct.s Arts Jongbloed een praktijk had geopend op Amersfoortschestraat 83B in Soesterberg (tel. 46, spreekuur 8-9.30 uur). Hij was daarmee dorpsarts en militair arts tegelijk. In januari 1928 kreeg het echtpaar dochter Martine.
Op 19 september 1928 leidde hij de bevalling van de vrouw van banketbakker Kees Top.
Ondanks dat dit een stuitligging was, kwam hun eerste kind Wim gezond ter wereld.
Omdat Jongbloed een aanbod van directeur Plesman van de KLM aannam, werd vanaf 12 oktober 1929 zijn praktijk waargenomen door dokter J.E. Brouwer, zijn collega en opvolger bij de L.V.A. in 1931.

De KLM was begonnen met retourvluchten naar Batavia in Nederlandsche-Indië. Vermoedelijk door de warmte aldaar en tropische ziekten waren enkele bemanningsleden ziek geworden. Jongbloed werd aangezocht om een tocht mee te maken en een rapport op te stellen over de invloed van zo’n lange vliegreis en de hygiënische omstandigheden op de gesteldheid van de vliegers en boordwerktuigkundigen.
Deze lange reis begon 17 oktober 1929 op Schiphol met de gloednieuwe, pas op 30 september ingeschreven Fokker F.7B-3M PH-AGB. Fons Aler was gezagvoerder, Jongbloed trad op als co-piloot en Bruynestein ging mee als boordwerktuigkundige (foto 6). Dit was het vierde postvliegtuig dat een retourvlucht naar Indië zou gaan maken. Maar, nadat op 19 oktober van Istanbul was gestart voor de etappe naar Aleppo, stopte na 5 kwartier boven Turkije in de buurt van Adabazar een van de zijmotoren onder de vleugel. Ze besloten terug te keren naar Istanbul. Tijdens de landing in mist raakte het vliegtuig een paar boomtoppen en kwam neer tegen een heuvel. Jongbloed liep een schram aan zijn hoofd op. Verder mankeerden de drie mannen niets. De gloednieuwe Fokker moest worden afgeschreven. Alleen de romp en de motoren werden naar Nederland vervoerd. Als enige reisde Jongbloed daarna verder naar Batavia met de Fokker PH-AEZ die op 31 oktober van Schiphol was vertrokken met de vliegers Smirnoff en Beekman. Jongbloed keerde op 13 december terug in Nederland met de Fokker PH-AEZ, gevlogen door Beekman en Van Dijk.

In januari 1931 werd doctor Jacob Jongbloed benoemd tot conservator aan de Rijks Universiteit te Utrecht. In maart 1933 werd hij vader van een tweede dochter, Gertrude Tjallinga. Een maand later verhuisde hij met zijn gezin van Amersfoortschestraat 83B naar Utrecht, Pieter Breughelstraat 47.

Ondanks zijn drukke werkzaamheden in Utrecht vloog Jongbloed toch nog wel een enkele keer op Soesterberg, als maandvlieger. Daarbij ging het ook wel eens mis (zie onder).

In Utrecht werd hij in 1934 tevens privaatdocent geneeskunde. In 1942 werd hij benoemd tot professor in de fysiologie. Hij doceerde lange tijd aan de universiteit in Utrecht en schreef onder meer een uitgebreid boek over de fysiologie van de mens. Professor doctor arts-vlieger Jongbloed overleed in 1974..

Incidenten met vliegtuigen

Op 18 december 1917 viel Jongbloed met passagier Dijker van ca. 10 meter hoogte. De mannen mankeerden niets, maar hun vliegtuig werd vernield. 
In de buurt van Barneveld met passagier Belgraver in de Spijker V.2 nummer 53 op 15 maart 1919 raakte door de trillingen een contact los, waardoor de motor niet meer goed liep. Bij de noodlanding raakte het vliegtuig bijna de toppen van enige bomen, maar ze kwamen heelhuids beneden. Nadat monteurs van Soesterberg per auto waren gekomen om de storing te verhelpen, kon Jongbloed weer opstijgen.                                                                                
Een akkefietje met de Fokker C.I nummer 543 volgde op 20 juli 1919 - niet vermeld ‘wat’. Voor demonstraties in Heerenveen vertrok Jongbloed op 5 augustus 1919 om half 10 van Soesterberg in gezelschap van luitenant G.H. Bak. Een uur later was hij op de plaats van bestemming. Na een paar rondjes op ca. 100 meter hoogte vloog de kap van de rotatiemotor van de neus. Daardoor werd de propeller beschadigd en moest op een weiland bij Thialf worden geland. Het vliegtuig werd zwaar beschadigd, maar de beide mannen kwamen er zonder letsel van af. Per telefoon werd een ander toestel van Soesterberg besteld. Om 15.05 uur landde sergeant-majoor Van der Griend met een Spijker V.2. Dadelijk startte Jongbloed in dit vliegtuig en gaf een imponerende demonstratie voor het toegestroomde publiek. De volgende dag herhaalde hij dit. Het gestrande toestel ging per spoor naar Soesterberg terug.                           
Op 30 september 1919 ging Jongbloed bij een noodlanding op Ockenburgh over de kop. Hij en luitenant Hoogenboom bleven ongedeerd. Met de Fokker C.I 530 ging hij op 5 oktober 1921 door zijn onderstel.                                           
Op 1 juli 1922 maakte hij met de C.I 486 een neusstand. In Zuilen kwam zijn Fokker C.5 nummer 501 op 21 december 1927 bij een noodlanding als gevolg van ijsvorming op zijn neus te staan.                                                                                        
In 1933 ging het nog twee keer fout. Op 15 juni maakte hij met de Fokker C.6 nummer 608 een harde landing op Waalhaven. Het vliegtuig zakte door zijn wielen en de schade was groot. Op 5 december moest hij door het wegvallen van de oliedruk bij Haastrecht een noodlanding uitvoeren met de Fokker C.6 nummer 620. Ook dit vliegtuig werd zwaar beschadigd.

Bronnen:

Dagboek van commandant van de L.V.A. Hendrik Walaardt Sacré                                       
Historische kranten en tijdschriften                                                                                      
Genealogische gegevens via Eddy Habben-Jansen

Foto’s (NIMH)


1 De jonge Jongbloed in burger.


2 Als 2de luitenant, waarschijnlijk bij een geïnterneerd vliegtuig rond 1918.


3 Groep voor een Fokker C.I.  Jongbloed geheel rechts. Zittend vooraan tweede van rechts Piet van der Griend.

4 De caisson van de Vliegmedische Dienst op Soesterberg.


5 De evenwichtsstoel.


6 Voor de start naar Batavia. Van links naar rechts Jongbloed, Aler, Bruynestein en van achteren gezien Albert Plesman (uit een van kranten die erover schreven)

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto