Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

HERLEEFT TE SOEST EEN OUD GEBRUIK?

Uit "Neerlands Volksleven"
Auteur: E. Heupers

Twee dagen voor de Vasten trok de jeugd te Soest langs de straat, verkleed en vermomd en onder het zingen van het oude Vastenavondliedje „Rommelpotterije".De maandag en dinsdag voor Aswoensdag waren het drukst en vertoonden zich vele jongens en meisjes in kleine groepjes, soms in de wonderlijkste kostuums, op straat. Sommigen hadden zich verkleed als heks, cowboy en weer anderen, gedachtig aan het succes van de folkloristische groep in Soest, als Soester boer en boerin, het hoofd getooid met een boerenpet of zelfs
een aftands geworden boerinnemuts. Weer anderen droegen lange jurken van moeder of oudere zuster en daarbij een royale hoed uit grootmoeders tijd. Gedost in deze kombinaties van verschillende kledingstukken trok de jeugd langs de straten, gaande van huis tot huis.
Kleinere jongens, die met over een afgedankt kledingstuk beschikten, hadden zich onherkenbaar gemaakt, door hun gelaat te besmeuren met kosmetische middelen, misschien stilletjes weggekaapt van moeders toilettafel. Felrode lippestift en diep ogenzwart sierden de tronies dusdanig, dat de uit de jongensboeken bekende Indianen-op-het-oorlogspad er niet zo krijgshaftig zullen hebben uitgezien, als de rommelpotzangers anno 1960 te Soest. 
Wat mij opviel en het meest interesseerde, was, dat deze kinderen, de meesten in de leeftijd van 6 tot 14 jaar, het oude Vastenavondliedje weer spontaan opzongen.Er waren er ook enkelen, die alleen het refrein kenden en dit uit den treuren herhaalden:

„Ik heb zo lang met de rommelpot gelopen
En nog geen cent om brood te kopen.
Rommelpotterij, rommelpotterij".

Het slot „rommelpotterij" werd door anderen weer gezongen als „rommelpotterie".
Een echte rommelpot heb ik echter jammergenoeg niet gezien. Wèl begeleidden de zangers zich op een oude banjo met één snaar, die een eentonig gebrom liet horen. Anderen sloegen op een blikken kindertrommeltje. Ieder koppel kinderen had „een bekkenslager", een jongen die pan- of potdeksels krachtig hanteerde. Het geluid ervan was steeds „fortissimo".
Haast alle bewoners van de huizen waar de jeugdige Vastenavondzangers aanbelden en hun liedje zongen, gaven de kinderen een paar centen, soms een dubbeltje. Zelfs de pastoor kreeg bezoek van een groepje kinderen, die het oude liedje op de stoep van de parochie ten gehore brachten. Mgr. Visser, pastoor van de R.K. kerk Sint Petrus en Paulus, had nog wel zoveel waardering voor dit oud gebruik, dat de zangers voldaan wegtrokken.
Natuurlijk waren er „nurksen", die het gedoe betitelden als „verkapte bedelarij" of nog fraaier „schooieren" en die vreesden dat het gekregen geld werd omgezet in snoep, hetgeen een schromelijke verkwisting onder de jeugd zou bevorderen. Deze ouderen (gelukkig waren het er maar enkelen) vonden het een schande; in hun tijd was dit Vastenavondzingen een soort bedelarij, die door de armsten werd bedreven en die nu - hoe was het mogelijk - de ellendige kop weer opstak. Laten wij echter over een dergelijke betweterij maar zwijgen: de zin van een folkloristisch gebruik zullen de „nurksen" of „nuchterlingen" toch nooit kunnen bevatten.
Hoe komt het dat dit gebruik zo spontaan is herleefd en vernieuwd en dat de kinderen het oude Vastenavondliedje weer zingen? De laatste jaren zag men te Soest wel hier en daar een paar verklede jongens met zwartgemaakte gezichten rondlopen; maar nu, in 1960, kan men gerust zeggen, dat het oude gebruik ten volle is herleefd en zelfs een gelukkige vernieuwing heeft ondergaan. 
Dit jaar heeft de Soester jeugd massaal Vastenavond gevierd. Overal trokken de kinderen, vermomd, geschminkt en in soms potsierlijke kledij, langs de huizen.
Is de opleving van dit oud gebruik elders in ons land dit jaar ook vastgesteld? 
Wat kan de oorzaak dan zijn, dat dit Vastenavondzingen plotseling weer vanonder-op spontaan ingang vindt bij de jeugd, althans te Soest? Wordt het wellicht gestimuleerd door illustratiebladen, radio en televisie, die aan de carnavalsviering in het zuiden van ons land veel aandacht plegen te schenken? Reageert de jeugd hierop spontaan of is in wezen de verkleedpartij en het onherherkenbaar- vermomd rondlopen nog altijd het aantrekkelijkst? De paar centen die met het zingen worden opgehaald, zijn beslist niet het belangrijkst, al
zit er in de bedel-wedijver ongetwijfeld een sportieve kant. Mijns inziens zijn de verkleedpartij en het oude liedje, dat zo lekker in alle toonaarden gezongen kan worden, de voornaamste oorzaken, die dit gebruik deden herleven. Vergeet ook niet „de potdeksels" die zo lekker tegen elkaar gekletst kunnen worden. 
Aan lawaai heeft de motorische jeugd van tegenwoordig behoefte: opgegroeid met radio en televisie en snelverkeer kent zij „de stilte" niet meer. 
Zeer zeker taxeert de jeugd van Soest het Vastenavondzingen niet als „bedelen". Jongens en meisjes van alle rang en stand deden eraan mee. Het opgehaalde geld werd lang niet altijd, zoals mij werd verteld, uitgegeven aan snoep of andere lekkernijen.
Een jeugdige generatie herstelde hier, laten wij hopen, een oud gebruik, dat in ,diskrediet was geraakt. Hun vaders en moeders beschouwden het in hun jeugd als bedelarij, waaraan „fatsoenlijke" kinderen niet meededen, opgevoed als zij waren naar goedburgerlijke begrippen die vrijwel alles op folkloristisch gebied scherp afkeurden, als behorende tot het gewone „volk" waaraan zij geen deel wilden hebben.
Jongeren met andere en frissere opvattingen, jeugdige demokraten, schijnen ervoor nodig te zijn om oude en zinrijke tradities in ere te herstellen. Het schijnbaar overleefde volksgebruik van het Vastavondzingen verkreeg op die manier weer een nieuwe en gezonde levenskracht. Dal het zich tot in lengtevandagen moge handhaven.

Ook in Wassenaar liepen in 1959 en 1960 verklede kinderen, op dezelfde wijze vermomd als in Soest, maar zonder zang of muziek of geld-ophalen. Hoe is het op andere plaatsen? (Redaktie „Neerlands Volksleven").

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto