Evert Akkerman de petroleumventer

Evert Akkerman de petroleumventer.

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

Bakkersfamilie Van den Oord voor hun winkel aan het Kerkpad. (1925)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

10 jarig bestaan van rijwielhandel en autoverhuur Klomp. (1935)

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Firma A. Benning aan de F.C. Kuyperstraat.

Wandel- en Rijwielkaart. (1938)

Wandel- en rijwielkaart. (1938)

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels

Valkenet, smidse, winkel in haarden en kachels 1935

Patatautomaat Koninginnelaan

Patatautomaat Koninginnelaan jaren '60

Noodsupermarkt Overhees

Noodsupermarkt Overhees 1976

Bevrijdingsoptocht 1955

Bevrijdingsoptocht 1955; wagen Gymnastiekvereniging Olympia

Menu

Wijnmalen, Henri

HENRI WIJNMALEN
vliegpionier 1889 - 1964

Zijn grootouders van vaders kant waren Willem Carel Wijnmalen, postdirecteur, geboren in Steenbergen in 1821, en Jacoba Adriana Johanna Peelen. Willem Wijnmalen overleed op 31 juli 1911 in Den Haag. Het echtpaar woonde onder meer in Oud-Beierland, Purmerend en Dokkum. Hun oudste dochter Wilhelmina Catharina werd op 12 november 1856 geboren in Oud-Beierland. Er volgden nog acht dochters. Van de vier zoons die werden geboren overleefde alleen de tweede Henricus Joannis Evert die werd geboren in Oud-Beierland op 19 januari 1865.
De grootouders van moeders kant van Henri Wijnmalen: zie onder om Jacob Verwey.

De ouders van Henri Wijnmalen
Nog geen 16 jaar oud meldde zijn vader, Henricus (Henri) Joannis Evert Wijnmalen zich in november 1880 vrijwillig als soldaat voor zes jaar bij het instructie bataljon van de Infanterie. In april 1881 werd hij korporaal bij het 1ste Regiment Infanterie en in augustus 1882 sergeant, ondanks dat hij was ‘behept’ met bijziendheid aan beide ogen. In 1886 werd zijn dienstverband met drie jaar verlengd. Op 20 november 1887 werd hij bevorderd tot 2de luitenant kwartiermeester in het Oost-Indische leger. Hij trouwde op 29 december 1887 in Ovezand met Johanna Antonia Cornelia Verwey. Zij was op 8 januari 1865 geboren in Wymbritseradeel bij Sneek in Friesland.

Het jonge echtpaar vertrok met hun eenjarig zoontje Willem Carel op 14 april 1888 met het stoomschip Prins van Oranje van Amsterdam naar Batavia. Daar kwamen ze aan op 27 mei. Hij werd op 1 juni aangesteld bij de raad van administratie van het 10de Bataljon Infanterie. Wegens gezondheidsproblemen van zijn vrouw werd hij spoedig overgeplaatst naar Magelang op Midden-Java. Terwijl zij nog maar net zwanger was van haar tweede kind werden Henri en hun tweejarig zoontje vergiftigd door inlanders. Het jongetje overleed op 5 januari 1889 en vader Henri twee dagen later. Johanna keerde dadelijk terug naar haar ouders in Zeeland. Daar werd zoon Henri op 3 september 1889 geboren in Ovezand. Hij kreeg de namen Henricus (Henri) Joannes Evert Willem Carel. Roepnaam zoals zijn vader Henri.

Johanna ging in 1892 studeren in Amsterdam, waar een van haar leermeesters prof. Cornelius Marius Kan werd. (geboren 18 maart 1837) Hij was weduwnaar. Ondanks het grote leeftijdsverschil besloten zij na enige tijd te trouwen. Dit gebeurde in Ooitgensplaat op Goeree-Overflakkee op 4 juli 1894. Pas twaalf jaar later, op 6 maart 1906 kregen zij in Amsterdam dochter Engelina (Lientje) Carolin Mary - Henri Wijnmalens stiefzusje. Na de pensionering van prof. Kan besloot het echtpaar de villa De Vecht op Herengracht 7 in Maarssen te kopen en daar te gaan wonen.                                                                                                                                               
In Maarssen werd Henri verliefd op het drie jaar jongere meisje Johanna Antonia Catherina van Vloten. Haar vader was sterk gekant tegen deze relatie. Henri ging medicijnen studeren in Utrecht. Hij woonde sinds 1908 zelfstandig in een huisje op het landgoed Vollenhove in De Bilt aan de straatweg Utrecht-Zeist, op het kruispunt tegenover de Amersfoortscheweg. Aan de romance met Johanna werd na drie jaar door haar vader een definitief einde gemaakt. Henri's moeder overleed in Heemstede op 24 juli 1926. Haar man C.M. Kan was haar in 1919 voorgegaan.

Oom Jacob Verwey                                                                                                                       
Henri’s moeder Johanna had twee oudere broers. De jongste daarvan Jacob Frederik Verwey werd op 18 november 1862 geboren in Sprang-Capelle bij Tilburg. Hun ouders waren Jacob Verwey en Sophia Carolina Frickers. De vader werd later predikant in Ovezand op Zuid-Beveland. Het echtpaar kreeg nog vijf kinderen. 
Jacob junior werd militair. Hij trouwde op 6 januari 1887 in Ovezand met Aleida Berger.

Op 20 augustus 1887 vertrokken ze naar Nederlands-Indië, een klein jaar eerder dan zijn zwager Henri Joannis Evert Wijnmalen. Ook hij begon in Batavia als 2de luitenant-kwartiermeester. En ook hij was ‘behept’ met bijziendheid. Vanaf maart 1889 was hij bijna drie jaar met ziekteverlof in Nederland. Tijdens zijn tweede grote ziekteverlof in 1894 bezocht hij in juli Parijs, waar hij toeschouwer was bij de autowedstrijd Parijs-Rouen. Hij raakte enthousiast over het fenomeen automobiel en legde daarom contact met Armand Peugeot.

Nog maar 35 jaar oud werd Verwey eind december 1897 wegens ongeschiktheid eervol ontslagen en het jaar daarop werd zijn pensioen toegekend. Hij was toen al zeer vermogend. Samen met de zes jaar jongere koopman Barend Evert Lugard begon hij in Den Haag een autobedrijf. In 1909 werd hij 'gebeten door de luchtvaartbacil’. De compagnons besloten in 1910 in Ede en in Soesterberg vliegvelden in te richten. (zie twee artikelen over Verwey & Lugard)

Aviateur Henri Wijnmalen
In december 1909 gebeurde er iets opmerkelijks. Nog voordat zijn oom Jacob Verwey enkele dagen later in de pers bekend liet maken dat hij plannen had om een terrein in Ede te kopen of te huren voor vliegproeven, verscheen in het Amersfoortsch Dagblad dit bericht:  
Dit kan nauwelijks iets anders betekenen dan dat Henri Wijnmalen vanaf het begin betrokken was bij de vliegaspiraties van zijn oom, en waarschijnlijk door hem werd aangemoedigd om in Frankrijk vlieglessen te gaan nemen, die dan misschien door Verwey werden betaald.

Henri vertrok naar Pau om daar te leren vliegen bij Louis Blériot. Zijn eerste luchtsprong met een machine van deze Fransman vond plaats op 17 mei 1910. Over een afstand van 2 km vloog hij zo'n 20 m hoog. Hij deed al van zich spreken toen hij kort daarna een vlucht boven de stad Pau maakte. Daarna meldde hij zich aan bij de vliegschool van Henri Farman op het vliegveld van Mourmelon. Op 6 augustus vloog hij met een Farman tweedekker over de kerken van Bony en Mourmelon en bleef daarbij 50 minuten in de lucht. Door deze snelle vorderingen kreeg hij zijn brevet op 29 augustus. Eind september ontmoette hij zijn oom Jacob Verwey op het vliegveld Bétheny bij Reims, waar Frits Koolhoven in deze tijd bezig was om zijn vliegbrevet te halen. Een paar dagen later, op 1 oktober maakte Wijnmalen naam door met 2780 m boven Mourmelon een nieuw wereldhoogterecord te vestigen. Hij had al een paar pogingen gedaan. Het vorige record stond op naam van Chavez, dat deze op 8 september had gevestigd te Issy-les-Moulineaux met 2587 m. (noot 1) Kort daarna werd aangekondigd dat de Nederlander zou deelnemen aan wedstrijden tijdens de vliegweek te Kiewit-Hasselt in België waar hij samen met Koolhoven verbleef.

De Automobile Club de France had een prijs van 100.000 Francs beschikbaar gesteld voor de eerste vlieger die vóór 31 december 1910 met passagier binnen anderhalf etmaal de retourvlucht Parijs-Brussel-Parijs zou volbrengen. Deze prestatie leverde Wijnmalen met zijn passagier en kaartlezer Louis Dufour op 16 en 17 oktober. Hij deed er 30 uur en 10 minuten over. De werkelijke vliegtijd was 11 uur en 25 minuten. Onder meer wegens mist moesten ze meerdere tussenlandingen maken.

Verwey & Lugard
Vanaf begin november 1910 nam Wijnmalen, samen met Frits Koolhoven en Gijs Küller deel aan ‘betoogingen’ (demonstraties) voor de firma van zijn oom Jacob, Verwey & Lugard op zowel Ede als Soesterberg. Op 15 november maakte Wijnmalen vanaf Soesterberg een vlucht richting Amersfoort die 34 minuten duurde. Toen hij terugkeerde werd hij door een groep studenten uit Utrecht spontaan gehuldigd. Dit waren 'oude tijdgenoten' van hem.

De eerste foto's van Wijnmalen verschenen in kranten en tijdschriften. Een voorbeeld van de vele persberichten over met name de prestaties van Wijnmalen: de Amersfoortsche Courant van 19 november 1910. De firma Verwey &Lugard werd korte tijd later omgezet in de N.V. Maatschappij voor Luchtvaart. (noot 2)

Met name in het tijdschrift De Revue der Sporten verschenen eind november diverse foto's van de activiteiten op Soesterberg. Toen de groothertogin van Mecklenburg een demonstratie had bijgewoond feliciteerde zij Wijnmalen persoonlijk met zijn prestaties. Uit deze reportages blijkt ook dat Wijnmalen toen al een bedreven ruiter te paard was. Hij was ook een hartstochtelijke pijproker.

Op 17 januari was hij in zijn auto op weg van Utrecht naar Parijs. Als gevolg van een hoge snelheid en de gladde weg botste hij bij De Klomp bij Veenendaal tegen de boerenkar met paard van G. Donkelaar. De man kwam er goed van af, maar het paard moest worden afgemaakt door een veearts die daartoe door Wijnmalen werd gehaald in Veenendaal. De boer eiste een schadevergopding van 300 gulden. De schade aan de auto was gering. Dit voorval kreeg nog een tamelijk lang vervolg. Ten eerste moest Wijnmalen voor de kantonrechter in Wageningen verschijnen. Een drietal getuigen had verklaard dat hij onder meer te hard had gereden en geen teken had gegeven.

Zijn collega Küller had op 15 november 1910 met zijn auto bij Soesterberg een hondenhar uit Amersfoort aangereden. De hond werd gedood en de bestuurden, die gewond aan zijn hoofd en borst in het ziekenhuis was opgenomen, overleed dezelfde avond. Misschien waren de aviateurs toch wel onvoorzichtig bij het besturen van een auto.

Tijdens een banket op 21 januari van de Aéro Club Belgique, die haar 10-jarig bestaan vierde, kondigde Wijnmalen zijn verloving aan met de Belgische operazangeres mademoiselle Léontine (Tina) Verheijden die met name in Ostende had opgetreden. De volgende dag ging hij op Mourmelon-le-Grand een paar keer de lucht in. Met drie passagiers op een plank achter zijn zitplaats maakte hij daar vandaan een retourvlucht naar het vliegveld Bétheny niet ver daar vandaan.

Zowel Wijnmalen als Frits Koolhoven kregen een vaste aanstelling bij Verwey & Lugard. Henri in de eerste plaats als vlieginstructeur, Frits eveneens, maar vooral als constructeur. 
In het prille voorjaar van 1911 had Wijnmalen grootse plannen. Samen met autohandelaar Detloff Siem die ook sterk betrokken was bij het bedrijf van zijn oom, zou hij diverse vliegtuigfabrikanten bezoeken en twee vliegmachines aanschaffen met mecaniciens en helpers. De ene equipe zou worden gestationeerd op Soesterberg/Ede, de andere zou uitsluitend in het buitenland opereren. Als chef-leermeester van Verwey en Lugards vliegkampen hoopte Henri veel landgenoten en buitenlanders het vliegen te leren.
Frits Koolhoven, en daarna Wijnmalens stiefvader Kan en Walaardt Sacré gingen met Henri  op Soesterberg de lucht in op 16 maart. Hij woonde op dit moment nog in De Bilt.

Op 20 maart 1911 verscheen een persbericht dat in het Panopticum (wassenbeelden verzameling) in Amsterdam een nieuwe beeldengroep was bijgezet. Op de voorgrond was Wijnmalen in gesprek met de moeder van prins Hendrik, groothertogin van Mecklenburg. Tevens stonden er goed gelijkende beelden van de heren Verwey en diens nauwe relatie Siem.

Zijn voorgenomen huwelijk met mademoiselle Léontine Verheijden uit Brussel werd onder meer wereldkundig gemaakt in de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 29 maart. Als geruststelling werd toegevoegd dat Wijnmalen niet van zins was als gevolg van zijn trouwen zijn loopbaan als vliegenier op te geven.
Ondertussen waren op 5 april persberichten verschenen dat Wijnmalen samen met jhr. Ram per boot was vertrokken naar Amerika om daar ‘engagementen' te sluiten. Men vroeg zich af of hij op tijd terug zou zijn om te kunnen deelnemen aan de al veel eerder aangekondigde Europese Rondvlucht. Dit was waarschijnlijk een vals bericht, want Wijnmalen ging volgens de kranten in april en in mei de lucht in, zowel in Nederland als in België. (afb. 2) Op 1 mei maakte hij te Duc een proefvlucht met een 100 pk tweedekker. Van een hoogte van 60 m stortte zijn toestel neer. Wijnmalen zelf kwam in een sloot terecht en raakte daardoor alleen aan zijn hoofd en benen licht gewond. Gelukkig voor hem, want op 10 mei vond zijn huwelijk in Brussel plaats.

Hij was spoedig weer terug op Soesterberg. Nog mank lopend door zijn verwonding op 1 mei maakte hij op zondag 14 mei twee korte vluchten. Van de nicht van Verwey Lili Rouffaert kreeg hij na afloop een krans.

Op 9 mei stond in De Autosport dat hij wegens overtreding van de Motorwet en omdat hij had verzuimd de boete van f 100 te betalen, moest Wijnmalen verschijnen voor de kantonrechter in Elst. Een krant meldde op 15 mei dat een veldwachter uit Elst was opgedoken om het bedrag te innen. Dit werd van de vrolijke kant opgenomen. 'In een grooten auto met Koolhoven aan het stuur en de veldwachter op de voorbank, reed het jonge [echt]paar naar het postkantoor in Soesterberg, waar de boete van f 100 betaald kon worden. Een kwartier later waren ze al weer terug en waren de formaliteiten afgeloopen en stond Wijnmalen al weer genoegelijk zijn pijpje te rooken.' 
Volgens een paar Amersfoortse dagbladen van eind mei had de koene aviateur weer enige sensatie gewekt. Op Soesterberg kreeg hij op zondagavond 28 mei bericht dat Siem de nachttrein van Amersfoort naar Berlijn om 21.44 uur moest halen, maar niet op tijd kon komen. Wijnmalen haalde hem dadelijk met zijn auto op in Soest en reed niet naar Amersfoort, maar naar Soesterberg. Daar steeg hij met Siem als passagier om 20.26 uur op in zijn Farman en zette zijn toestel vlak in de buurt van het station in de Keistad aan de grond. Siem kwam ruim op tijd voor de trein en Wijnmalen kon zijn machine om 20.49 uur weer in zijn hangar op Soesterberg parkeren.

Europese Rondvlucht
Het echtpaar Wijnmalen woonde tijdelijk in een appartement in villa Sleeswijk-Heuvel in Soestdijk, van welke Detloff Siem eigenaar was. Zaterdagavond 3 juni vertrok Wijnmalen met zijn vrouw uit Soest per auto naar Rozenoord bij Amsterdam waar zijn Farman stond. In de vroege ochtend op Pinksterzondag ging het paar van start naar Soesterberg. Een technische storing noopte hem op een akker in Soest te landen. Na de reparatie mocht hij zijn vlucht naar Soesterberg pas vervolgen nadat hij de boer 10 gulden had betaald. Zijn vrouw ging verder met Siem die het vliegtuig per auto had gevolgd. 

Hij maakte die dag nog een paar vluchten. Een hevige bui kwam snel op. Het lukte Koolhoven maar net om zijn Heidevogel veilig in een hangar te stallen. Verschaeve deed hetzelfde met zijn vliegtuig. Brun, de mecanicien van Wijnmalen startte de motor van de Farman en probeerde ook nog veilig onder dak te komen. De machine werd echter door een rukwind opgenomen en na een pirouette weer neergesmakt. Van de draaiende propeller vlogen de spaanders in alle richtingen. Brun raakte niet gewond. Er kwam nog een fikse regenbui over de schamele resten van de Farman.

Dankzij een nieuwe 50 pk Gnôme kon het toestel worden opgelapt om te kunnen worden gebruikt voor de Europese Rondvlucht die in Parijs van start ging op 18 juni 1911. Koolhoven volgde Wijnmalen met reserveonderdelen per auto, vergezeld door een mecanicien en de vrouw van Wijnmalen. Hij maakte er een ware race van om het vliegtuig niet uit het oog te verliezen. Tijdens de etappe naar Soesterberg moest Wijnmaken wegens benzinegebrek noodlanden bij Druten waar hij na bijtanken weer kon opstijgen. Op het traject Roubaix-Calais moest hij voor de derde keer een noodlanding maken. Daarbij liep hij een blessure aan een been op, zodat hij nog nauwelijks kon lopen. Hij wilde desondanks weer starten, maar Verwey kwam met zoveel bezwaren dat hij werd gedwongen de strijd op te geven. Hij nam zich voor niet meer met tweedekkers te vliegen en kocht daarom een Deperdussin monoplan.

Debacle in Engeland
Vervolgens zou hij met zijn Deperdussin deelnemen aan het door de Daily Mail uitgeschreven Circuit van Groot Brittannië waarvoor 26 aviateurs hadden ingeschreven. Drie Fiats zouden hem op zijn reis volgen, maar Frits Koolhoven en Siem die hem met behulp van deze auto's en gereedschappen zouden assisteren kwamen veel te laat aan om de nodige voorbereidingen te kunnen treffen. Op het vliegveld Brookland kreeg Wijnmalen ook nauwelijks assistentie van mecanicien Brun bij het monteren van zijn machine. Deze Fransman pleegde min of meer sabotage omdat de Maatschappij voor Luchtvaart hem geen loon uitbetaalde. Ondanks de hulp op het laatste moment van Koolhoven fungeerde de motor niet goed. Toen vrijwel alles verkeerd had uitgepakt, gaf Wijnmalen er op de dag van de start op 22 juli de brui aan.
Een andere reden was dat hij voor zijn demonstraties in november 1910 en mei 1911 nog geen geld had ontvangen en ook geen salaris. Twee dagen later ontdekte hij ‘bij toeval’ dat er meer dingen helemaal niet pluis waren. Daarom nam hij de nachtboot naar Nederland.

Terug in eigen land
Toen hij bij zijn woning Sleeswijk-Heuvel in Soestdijk aankwam, werd hem daar de toegang tot zijn eigen vertrekken geweigerd. (noot 3) Ondanks dit verbod lukte het hem met behulp van een verhuiswagen zijn eigendommen weg te laten halen en beslag te laten leggen op 13.000 Francs van het geld dat hij had gewonnen met de Europese Rondvlucht en dat nog niet aan hem was uitbetaald. Hij ging tijdelijk bij zijn ouders in Maarssen wonen.                                           
Door dit alles kwam aan zijn loopbaan bij zijn oom Jabob een abrupt einde. Geen nood. Hij had inmiddels van twee Franse ‘huizen’ prachtige aanbiedingen gekregen om voor hen te gaan vliegen. Wat daarvan terecht kwam is onbekend, maar hij bleef nog wel enige tijd actief met zijn eigen vliegtuig. Onder meer landde hij in Leiden op 12 september. Daarbij werd een wiel beschadigd. Op 22 september vloog hij daar vandaan in 18 minuten naar Rozenoord bij Amsterdam, waar hij voor een karig publiek demonstreerde.                                   
Een week later kreeg hij voor de tweede keer te maken met een boer die geld van hem eiste. Met zijn Déperdussin had hij een noodlanding moeten maken bij de Kalfjeslaan in de Middenpolder. Een boer verleende onderdak in zijn schuur en daar gingen de mecaniciens aan het werk om de schade te herstellen. Wegens het slechte weer besloten ze de machine naar Rozenoord over te brengen en deze daar verder te monteren. Maar de boer wilde eerst 100 gulden hebben. Toen Wijnmalen arriveerde waren de mannen slaags geraakt en daarbij was de propeller beschadigd. Wijnmalen eiste daarvoor 300 gulden. De hevige woordenwisseling eindigde toen Wijnmalen besloot de boer 40 gulden te betalen.

Onderwijl liep er bij de rechtbank in Den Haag een procedure tegen de firma van zijn oom. Wijnmalen werd bijgestaan door mr. E.G.S. Boulier. Hij eiste een vergoeding van 60.000 gulden voor achtergehouden salaris, en geld dat hij te goed had van zijn eerder gewonnen prijzen (zelfs nog van de retourvlucht Parijs-Brussel- Parijs). De Maatschappij voor Luchtvaart met advocaat Van Houten wees al deze eisen af en eiste van haar kant 26.000 gulden. Hoe deze ‘familievete’ afliep is ons niet bekend.

Naar Oertz in Duitsland
Begin 1912 vertrok Wijnmalen naar het oosten. Daar ging hij werken als vliegenier bij de fabriek van Max Oertz in Hamburg. Medio maart vloog hij met een eendekker van deze fabrikant van het vliegveld Schneverdingen in 27 minuten naar het 63 km verder liggende vliegveld Wandsdekker. Daar werd hij hartelijk ontvangen door prins Heinrich van Pruissen die had geprobeerd hem per auto te volgen. Hij onderhield zich lange tijd met de Nederlander. Ja, Nederlander of Hollander? Nederlandse en Duitse kranten maakten gewag van deze gebeurtenis. De Hamburger Nachr. meldde vol trots dat het eerste vliegtuig dat over Hamburg had gevlogen een echt Hamburgs voortbrengsel was, door een Hamburger was ontwikkeld en bij Hamburg was gebouwd. De Nederlandse dagbladen maakten de Duitsers er op attent dat ze in al hun trots hadden vergeten te vermelden dat het toestel werd gevlogen door een Hollander!

Deze maand verschenen in de Nederlandse pers diverse berichten over het optreden van Wijnmalen bij Oertz. Hij zou zelfs gaan deelnemen met een eendekker van zijn werkgever aan de op 9 september in Chicago te houden wedstrijden om de Gordon-Bennett Cup. De Chicago Daily Tribune schreef dat Wijnmalen een van de meest geduchte deelnemers was, een Duitse vlieger die speciaal werd uitgezonden door de Duitse keizer …. Om onbekende redenen ging dit Amerikaanse avontuur voor Wijnmalen niet in vervulling.

Frankrijk, België, Nederland
Sindsdien leek hij een zwervend bestaan te leiden. Zijn naam dook voor het eerst weer op in januari 1913. Hij was in Parijs om deel te nemen aan wedstrijden in Frankrijk. Daarna werd het weer stil. Het volgende persbericht, op 22 juli vermeldde dat hij in het plaatsje Testelt in België woonde (in de driehoek tussen Antwerpen, Hasselt en Leuven) maar op dit moment in Maarssen vertoefde. Hij handelde in vliegtuigen en had enige toestellen verkocht aan landen op de Balkan. Om watervliegtuigen aan Griekenland te kunnen verkopen, had hij plannen om met een passagier (eventueel zijn vouw) een vlucht daarheen langs de Rijn te maken en daarna misschien een toer door heel Nederland. Het liep toch weer anders.

Met een door Léon de Brouckère gebouwde eendekker die hem was geschonken door de Société des Aviateurs Belgique vertrok hij op 24 september in België om een kijkje te nemen bij militaire manoeuvres in Nederland. In de buurt van Breda kon hij wegens de invallende duisternis het vliegterrein daar niet vinden en ging op een vlak terrein bij Molenheide over de kop doordat er kuilen in dit vroegere militaire landje waren die hij niet had opgemerkt. Zijn machine werd zwaar beschadigd. Volgens een krant was hij eigenlijk op weg naar Zweden!

Op 24 oktober 1913 werd in Messelbroek in België dochter Johanna Catharina Henriette van Henri en Léontine geboren.

De tot dan enige vier vliegers van de op 1 juli 1913 opgerichte Luchtvaart Afdeling op Soesterberg, de luitenants Van Heyst, Versteegh, Coblijn en Roeper Bosch gaven op 11 december gezamenlijk een prachtige show. Wijnmalen was er ook en Louis Coblijns oudere broer Albert kreeg die dag zijn luchtdoop. Deze Coblijn was alom bekend, ja beroemd als paardrijder bij de Cavalerie en in die periode gedetacheerd in Amersfoort.

Een journalist van het Algemeen Handelsblad had eind november 1913 vernomen dat Wijnmalen zich in Soesterberg had gevestigd en daar woonde in pension Huis ten Halve. Hij toog er heen, maar vond de pionier in pension Nellysteijn, samen met Versteegh, Coblijn en Van Heyst. Wijnmalen vertelde dat hij slechte ervaringen had met mensen van de pers en wilde daarom niets loslaten over zijn toekomstplannen. De journalist moest zich beperken tot het beschrijven van het vliegtuig van Wijnmalen, een Brouckère/Déperdussin monoplan met een monocoque romp en een Gnôme van 70 pk. Op 7 december moest Wijnmalen op weg van Soesterberg naar Deventer wegens motorpanne landen bij Voorthuizen.

De Nederlandsche Vliegtuigenfabriek op Soesterberg
Sinds wanneer Wijnmalen min of meer permanent in Soesterberg vertoefde is niet duidelijk, maar op 25 februari 1914 vertrok hij met zijn Déperdussin daar vandaan naar Genck in België. Daar was de Belg De Brouckère, die tot dan vliegtuigen onder zijn eigen naam had gebouwd, begonnen om Farman tweedekkers te fabriceren en tevens eendekkers van het type Déperdussin. Henri van Steyn was er in opleiding als vliegenier. In april trad Wijnmalen in Soesterberg op als gedelegeerde voor Farman. Een van zijn eerste opdrachten was de levering van onderdelen voor de Farman HF 20 van Versteegh. Later deze maand werd officieel bekend gemaakt dat op Soesterberg de Nederlandsche Vliegtuigenfabriek zou worden gevestigd met Wijnmalen als directeur. Volgens de krant waren patenten van Farman en De Brouckère aangekocht en was tevens een terrein verworven naast het vliegveld, waar de fabriek zou verrijzen. De bouw van vliegmachines begon in een bestaande hangar. Wijnmalen was samen met de Belg De Brouckère op 6 juli aanwezig bij de begrafenis in Utrecht van luitenant Spandaw die kort daarvoor op Soesterberg met een Déperdussin was verongelukt. Hij was in opleiding in België. De fabriek van Wijnmalen was nog maar nauwelijks ingericht toen eind augustus de oorlog uitbrak.

Trompenburg - behalve auto's ook vliegtuigen
Wegens de mobilisatie en de toenemende drukte op het vliegkamp - daardoor plaatsgebrek - werd Wijnmalen gedwongen met zijn hele inventaris te verhuizen. Hij vond een ruimte in Amsterdam waar zijn financier de noodlijdende automobielfabriek Trompenburg kocht - de producent van de bekende Spijker-auto’s. Wijnmalen werd directeur van deze fabriek, die toen ook vliegtuigen ging bouwen voor de L.V.A. op Soesterberg. (foto 9) In eerste instantie in licentie de Farman HF 22. De eerste Spijker/Farman arriveerde op Soesterberg op 5 juni 1915. 
Op 9 november 1916 kregen Henri en Léontine in Amsterdam hun tweede dochter en tevens laatste kind Sussanne Marie Antonia Mathilda.

De Amsterdamse fabriek leverde in totaal elf Farmans. Vervolgens werd in licentie een serie van het Franse vliegtuig Nieuport XVII voor Soesterberg gebouwd. Het eerste eigen ontwerp, het jachtvliegtuig Spijker V.1 werd een mislukking. Van het lesvliegtuig V.2 werden 58 stuks op Soesterberg gebruikt en een serie bij de Marine Luchtvaartdienst. De jager V.3 leek een succes te worden, maar de in 1919 uit Duitsland teruggekeerde Anthony Fokker gooide roet in het eten. Zijn vliegtuigen werden aangekocht in plaats van het toch wel geslaagde ontwerp van Trompenburg. Na bijna tien jaar eindigde de zeer actieve loopbaan van Wijnmalen in de luchtvaart.

In 1920 haalde hij de uit Engeland terug gekomen succesvolle vliegtuigbouwer Frits Koolhoven binnen om de productie van de auto's te stimuleren. Ze bouwden een formidabele wagen met een 6-cilinder motor van Maybach, de Spijker C-4. Op 18 juli 1921 legde Koolhoven de afstand Parijs-Den Haag met deze imponerende auto af in de recordtijd van 8 uur en 26 minuten. Dit product van Trompenburg werd sindsdien wel de ‘Rolls Royce van het continent’ genoemd. Echter, met een prijs van 20.000 gulden per stuk werden veel te weinig exemplaren verkocht. Nog in mei 1922 nam Koolhoven op de Boulevard in Scheveningen met succes deel aan wedstrijden met een racewagen van Spijker. Wegens grote financiële problemen werd hij kort daarna ontslagen en Wijnmalen onderging na enige tijd hetzelfde lot.
Trompenburg ging failliet.

Uiteindelijk Engeland
Wijnmalen vertrok naar Engeland. In Twyford in Berkshire richtte hij een ingenieursbureau op en daarnaast ging hij renpaarden fokken. Hij woonde in Kingswood House bij Henley-on-Thames. Als paardenfokker had hij groot succes. Hij werd erkend als een deskundige en schreef vijf boeken over de paardensport, waaronder <Dressage, a study of the finer points of riding.>
Zijn vrouw Léontine overleed 30 september 1932. Hij hertrouwde.

Toen in Zuilen op 20 juli 1938 in een nieuwe wijk een monument voor de luchtvaartpioniers werd onthuld en daar tevens een aantal straten de naam van een pionier kreeg, waren daar Adriaan Mulder, Frits Koolhoven, Marinus van Meel en Henri Wijnmalen aanwezig. 
Tijdens de grote vliegshow op Soesterberg op 12 juni 1948 was hij samen met onder anderen Henri Farman en Willem Versteegh bij de eregasten.

Wijnmalen werd op 5 oktober 1961 op Schiphol samen met Versteegh, Ter Poorten en Van Bussel in het zonnetje gezet als de Gouden Brevethouders. (foto 16) De pioniers Van Heyst en Mulder waren ook uitgenodigd, maar verhinderd. De vier mannen van het eerste uur bezochten het Nationale Luchtvaart Museum en kregen een vlucht met een DC-8 van de KLM aangeboden. De volgende dag gingen ze met een Fokker F.27 van de luchtmacht naar Soesterberg.

Wijnmalen overleed in Twyford op 9 februari 1964. Hij werd 74 jaar. Diverse Nederlandse kranten gaven er bericht over.

NOTEN
Noot 1. Het eerste wereldhoogterecord werd pas officieel genoteerd op 29 augustus 1909 op naam van Latham met slechts 155 m. In 1910 werd het record 14 keer verbeterd. Het was Drexel die het record van Wijnmalen afpakte. Dit gebeurde in Philadelphia in dezelfde maand en kwam op 2880 m.
Noot 2. Meer bijzonderheden over de Maatschappij voor Luchtvaart en de Europese Rondvlucht in het boek Een eeuw Soesterberg Dorp en Vliegveld en in de artikelen van Dik Top over Verwey & Lugard.
Noot 3. De villa Sleeswijk-Heuvel in Soestdijk was omstreeks 1876 gebouwd, of verbouwd, in opdracht van meubelhandelaar Dettloff Siem en heette aanvankelijk Landzigt. In deze villa was door Verwey en Lugard in 1911 vanwege hun vliegactiviteiten op Soesterberg een medische post ingericht waar de artsen H.P. Schoonenbeek in Soest en Borneman uit Scheveningen dienst deden. Het adres van de villa was Burgemeester Grothestraat 49 en deze stond op de hoek van de Emmalaan, naast de villa Noorder Engh op nummer 53. De arts Schoonenbeek woonde er precies tegenover, in Huize Rozenoord ofwel Hill Grove op Burgemeester Grothestraat 34.

BRONNEN:
Artikelen uit het Amersfoortsch Dagblad, de Amersfoortsche Courant en de Nieuwe Amersfoortsche Courant 1910.
- Artikel van Jaap Kamp in Periodiek van de Historische Vereniging Maarssen mei 2021: ‘Love lost’ of jong geluk langs de Vecht in Maarssen.
Genealogische gegevens via Eddy Habben-Jansen.

ENKELE FOTO's (de foto's zijn afkomstig van de Revue der Sporten)

 
Retourvlucht Parijs - Brussel

  
2 en 3 november 1910 op Soesterberg (o.a. met de groothertogin van Mecklenburg


Wijnmalen op de bok van zijn Farman, voorzien van zijn handtekening


Wijnmalen uit de tijd dat hij directeur van Trompenburg was in een Spijker

Contact

Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest




De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.

Word lid

Lid worden van de Historische Vereniging Soest-Soesterberg.

Lid worden

Sponsor

Historische Vereniging Soest / Soesterberg is mede mogelijk gemaakt door:

Reto