
Artikel overgenomen uit blad Flehite, uitgave mei 1974
Auteur: E. Heupers
Brood
Brood is meer dan zomaar een levensmiddel. Het is een dagelijkse levensbehoefte. In de symbolische betekenis van het woord is brood: leven en geloven. Wij bidden immers voor ons "dagelijks brood". In Eemland en ook elders in ons land maakt men nu nog voor het aansnijden van een nieuw brood, met het broodmes een kruis daarover. Zo heeft men het grootmoeder en moeder zien doen. Het is een diep gewortelde gewoonte, die in onze tijd door velen nog altijd wordt voortgezet.
Sedert eeuwen was er geen handwerk, dat zo sterk met het leven van het volk verbonden was als juist het bakken van brood. Het brood dat werd verkregen door de samenwerking van de boer, de molenaar en de bakker, al heeft het ambacht van de molenaar in het begin van onze eeuw het veld moeten ruimen voor de techniek. De korenmolens zijn vervangen door fabrieken waar het graan wordt gemalen.
Het kunnen, het vakmanschap en de vlijt van de mensen zijn bepalend voor de kwaliteit van het brood. De bakker die zijn vak naar behoren uitoefent, dwint respect af. Het is haast onvoorstelbaar, dat brood gebakken in een broodfabriek, die achting krijgt, als brood, dat door de bakker gebakken is en waarin de traditie van een oer-oud beroep ligt. Haast overal op de wereld wordt brood gebakken, al zijn er uitzonderingen zoals bij de Eskimo's.
De broodverzorging is in de loop van de geschiedenis in vele landen een belangrijk probleem geweest, zelfs zo, dat het vaak een machtsfactor was. Als er geen brood was of als de producten om het brood te bakken schaars waren, of niet te krijgen, heeft dit dikwijls aanleiding gegeven tot politiek getwist of erger, tot oorlog.

Oude broodbakkerij. Op de voorgrond de 12 pond zware roggebroden
Bakhuis en bakoven
In een nog niet zo ver verleden was brood en het broodbakken nogal eens aanleiding tot onderlinge twist en naijver tussen de bakkers van verschillende dorpen en steden, want de strijd om het brood kent geen grenzen. In het begin van de 18e eeuw kwamen de Soester en Baarnse bakkers met elkaar in conflict.
Het is zo, dat de boeren vroeger thuis hun brood bakten in het zogenaamde "bakhuus" of in een dicht naast de boerderij staande "bakoven", gebouwtjes die wij nu nog wel aantreffen bij oude boerderijen, alhoewel zij zeldzaam worden. Als zij in een vervallen staat komen te verkeren, worden zij afgebroken. Daarnaast betrokken de boeren en vanzelfsprekend ook anderen het brood van de plaatselijke bakkers.
Het bakhuis en de bakoven hebben hun functie al lange tijd verloren. Later werd het bakhuis soms wel gebruikt als washok en de oven benut om het water aan de kook te brengen, maar ook hierin is verandering gekomen sinds de invoering van electrische wasmachines.
Broodbakkers
Hoewel er veel boeren zullen zijn geweest, zowel te Baarn als te Soest, die in de achter ons liggende tij den zelf hun brood bakten, nadat zij hun graan op de molen hadden laten malen, waren er bakkers, die brood bereidden en verkochten. Te Baarn liet men het graan malen op de Sandvoortse of Drakenburgermolen en de Eemse molen. De Soesternaren lieten hun graan malen op de molen "De Windhond", gelegen aan de Molenstraat en in de 19e eeuw bij de "Nieuwe Molen of De Vlijt", aan de Kerkstraat. Herhaalde malen vinden wij in de oude Buurmeesters Rekeningen over de jaren 1681-1699 en 1684-1687, onder de uitgaven notities, die er op wijzen, dat er te Soest een aantal bakkers zijn, die aan de ingezetenen brood leveren. Vanwege het Gerecht van Soest ontvangen de armen ook brood, dat door diverse bakkers wordt geleverd. De door deze bakkers ingediende rekeningen worden door "den Ontfanger vande arme penningen" betaald.
| Eerstelijck betaelt aen hendrikje Elissen en dat ter saeke van gehaelt broot wegens den armen van Soest volgens qtie de somme van twee & dertigh gl vier stv: dus |
f 32 - 4 - 0 |
| Betaelt aen Jacobus Cornelis backer ter saecke van gehaelt broot bij den armen van Soest genoten volgens qtie dato den 12e Janrij de somme van veertigh gl sestien stv: dus |
f 40-16-0 |
| Noch Betaelt aen Grietje morris an wegen het broot voor den armen |
f 26 - 10- 0 |
| Betaelt aen Jacob de backer wegens gelevert broot aen d'armen |
f 15 - 8 - 0 |
In 1684 gaat een Schepen, op order van 't Gerecht van Soest door het dorp om een ieder te vragen of men toestemt in een evenredige verhoging van de belasting op het gemaal. De meeste Soester inwoners stemden hierin toe en verklaarden zich accoord.
|
den 21 July (1684) heeft Jacob Cornelis schepen voor ordre |
f 1-10- 0 |
De schepen ontvangt voor zijn ambtelijke bemiddeling en wandeling door het dorp de somma van één gulden en tien stuivers.
Aan het eind van de 18e eeuw waren er drie bakkers te Soest. Hoogst waarschijnlijk te Baarn een zelfde aantal.

Korenmolen De Windhond aan de Molenstraat Korenmolen De Vlijt aan de Kerkstraat
oudste molen van Soest afgebroken in 1927 Na WO II afgebroken
Het ontstaan van de broodoorlog
In september van het jaar 1702 zijn er klachten van de Soester bakkers, dat de bakkers van Baarn hun broden groter maakten dan die van Soest. Hierbij zij opgemerkt,
dat dit roggebroden waren van zes, twaalf en soms van twintig pond. Er werd vroeger door de bakker ten plattelande weinig of in het geheel geen wittebrood gebakken. Roggebrood was het voedsel van alle dag, dat in grote hoeveelheden werd gegeten.
Dat de Baarnse bakkers grotere broden konden maken dan die van Soest kwam vanwege het feit dat er te Baarn geen of minder accijns op het gemaal werd geheven.
De bakkers van Baarn verkopen hun brood aan de inwoners van Soest en dit was een groot nadeel voor de Soester bakkers. De bakkers klaagden hierover bij de Schout van Soest. De Schout en het Gerecht van Soest onderzoeken de klacht van de plaatselijke bakkers. Het blijkt dat het Gerecht, het toenmalige gemeentebestuur van Soest, de zaak hoog opneemt en probeert aan deze toestand een einde te maken. Ze nemen het besluit een request te laten samenstellen door de Schout, met het verzoek om de Staten 's Lands van Utrecht te bewegen, de bakkers van Baarn te verbieden hun brood te verkopen aan de Soester ingezetenen.
Het hierna volgende request wordt de Staten 's Lands van Utrecht toegezonden:
----
Jovis 21 Septemb: 1702
Present Den Schout Buurmeester ende t volle gerecht Den Schout ende die van den Gerechte van Zoest ter Goren gekomen zijnde de klagte dat de Bakkers van Baarn vermits de vrijdom van ecijns (sic! ) int gemaal van haar brooden grooter als de bakkers van Soest konnende maaken, haar brooden komen veijlen aan d'opgezetenen vaar haar Gerecht, en ook veele aan derzelve verkopen, en zulks tot groot nadeel van haar Bakkers, die int gemaal zijn gequotiseerd, zo is goedgevonden en geresolveerd, te verzoeken en committeerden de Heer en Mr. Willem Hendrik Copes Schout dezes Geregts, om dezen aangaande te spreeken met een advocaat tot Utrecht, ten eijnde en concipieren zodanig request dat de voorsz Bakkers van Baarn werden geinterdiceerd van geen brood aan d'opgezetenen van Zoest te veijlen, veel min verkopen, en voorde alles hier inne te verrichten als raade zal worden
gegeven.
----
De strijd duurt voort
Niettegenstaande de verheven aanduiding van bovenstaand request: "Jovis" Omnia plena, hetgeen betekent: "God is overal", schijnt het verzoek van het Gerecht van Soest, om de bakkers van Baarn te verbieden hun brood te verkopen aan de inwoners van Soest, niet de instemming te hebben gehad van de Staten 's Lands van Utrecht.
De kwestie schijnt langdurig te zijn getraineerd. Zeer waarschijnlijk was dit om tijd te hebben de wederpartij te horen, maar ook omdat men zich niet graag in de zaken van zo'n interne aangelegenheid wilde mengen. Immers het plaatselijk Gerecht had de vrijheid al dan niet accijns op het gemaal te heffen.
De Soester bakkers bleven op het standpunt staan, dat hun Baarnse collega's zich schuldig maakten aan oneerlijke concurrentue en ze bleven klagen. Zo zet zich de bakkersoorlog voort en blijven de Baarnse bakkers hun broden slijten in Soest, waar de broden kleiner zijn en minder in gewicht.
Een onverwachte publicatie
Dan schijnt op een gegeven ogenblik de zaak voor de Soestenaren een gunstige wending te hebben genomen. Voortaan zal iedereen die brood bakt, om aan anderen, in of buiten het Gerecht van Soest te verkopen zich moeten onderwerpen aan de bepalingen, zoals die door het dorpsbestuur zijn voorgeschreven. Er volgt een bekendmaking met de navolgende ----inhoud:
----
Dingsdag 30en Augusti 1707
Is een eenpaarig goed-gevonden te doen de navolgende publicatie;
Den Schout ende die vanden Gerecht van Soest maken door dezen een ider (sic! ) die het aangaat bekend, dat den geenen die genegen zijn brood te bakken, om anderen, t zij in of buiten desen Gerechte, woonende te verkopen het zelve wel konnen doen, maar dat onderworpen zullen wesen bij die vanden Gerechte gequotiseerd te worden.
Het Gerecht geeft een ieder de vrijheid brood te bakken en te verkopen waar en aan wie men wil, doch wie in Soest brood verkoopt, moet de accijns op het gemaal betalen. Hiermee schijnt het kwaad te zijn bezworen, maar daarin heeft men zich vergist. De Baarnse bakkers en ook anderen gaan door met afleveren van brood, zodat de bakkers van Soest om nog scherpere maatregelen en voorschriften vragen, die dan ook niet uitblijven.
Elders gebakken brood wordt inbeslaggenomen
De concurrentie is dodelijk. De meeste Soestenaren blijven brood betrekken van vreemde bakkers. Door de Soester bakkers wordt om scherpere bepalingen gesmeekt. Ook de plaatselijke overheid i.c. het Gerecht van Soest ziet zich nu al jaren benadeeld, doordat de accijns op het gemaal, minder wordt dan vooraf gaande jaren. Tenslotte wordt het dorpsbestuur te veel en vaardigt zij strengere maatregelen uit. Zij heeft hiervoor toestemming gekregen van een hoger rechtscollege, in dat geval de Staten 's Lands van Utrecht.
Den 28 sten April 1711
----
Is met eenpaarige stemmen geresolveerd terwijle diverse Lieden uit andere Geregten hen verstouwten (sic! ) in deesen Geregte hun brood te komen veijlen, tot inerekelijke praejuditie van deesen Geregte en alhier contribueerende en woonende Bakkers, dat ieder Schepen en Geregts-persoon wordt geautoriseerd de sodanige aan te haalen, het brood af te neemen en dat int Raadhuis te brengen en vervolgens te distribueeren aan den armen alhier, en dat de moeijlikheden en kosten daar over vallende het Geregt sal voldoen.
Een ieder, komende uit een ander gerecht, die voortaan wordt betrapt brood af te leveren aan inwoners van Soest, mag door de Gerechtsdienaar en zelfs door de Schepenen van Zoest worden aangehouden en zijn brood mag inbeslaggenomen worden. Het brood wordt dan naar het Raadhuis aan de Eemstraat gebracht, verbeurd verklaard en tenslotte aan de armen van Soest uitgedeeld. Alle kosten zijn voor de overtreders.
Van nu af aan vertonen zich minder vreemde bakkers in het dorp dan voorheen. Zij zijn kennelijk bevreesd dat zij bij een eventuele aanhouding hun broden kwijt raken, met alle gevolgen van dien. Daarmee is een toch nog niet verwacht einde gekomen aan de broodoorlog tussen de bakkers van Baarn en Soest, die anders mogelijk tot een onderlinge dorpsvete zou zijn uitgegroeid. Gelukkig werd er uiteindelijk recht gedaan.
Geraadpleegde archivalia:
Reeck: Bewijs van Reliqua de welcke is doende Aert Huijberts, van soodanighen Ontfang ende Uijtgaef als hij gehad ende gedaen heeft in qte als armm van Soest ov: den Jaere (V) schenen Octobr 1683.
Oud Archief der gemeente Soest. No. 114
Requesten en brieven betreffende de hroodoculog tussen de Baarnse en Soester bakkers in de jaren 1702- 1711.
Oud Archief der gemeente Soest. No. 18
Historische Vereniging Soest/Soesterberg
Steenhoffstraat 46
3764 BM Soest
De Historische Vereniging Soest/Soesterberg heeft een ANBI-status.